De Nederlandse voedselzekerheid komt niet in gevaar wanneer het aantal veehouderijen de komende jaren flink daalt door het nieuwe stikstofbeleid van het kabinet. Dat concluderen onderzoekers van de Wageningen Universiteit in een analyse die woensdag is gepubliceerd. Zij verwachten dat 10 tot 30 procent van de veehouders stopt door de maatregelen die landbouwminister Jaimi van Essen aan de Tweede Kamer stuurde.
Volgens projectleider Petra Berkhout van onderzoeksinstituut Wageningen Social and Economic Research hebben de kabinetsplannen vooral gevolgen voor het totale aantal dieren dat in Nederland wordt gehouden. De binnenlandse voedselvoorziening blijft desondanks overeind, omdat de agrarische sector van vrijwel alle dierlijke producten een veelvoud maakt van wat inwoners zelf opeten. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Ruime overproductie van vlees, zuivel en eieren beschermt binnenlandse markt
De vrees dat krimp van de veestapel direct leidt tot voedseltekorten in eigen land wordt door de wetenschappers weersproken met productiecijfers. “Alleen voor rundvlees is Nederland netto een kleine importeur. Voor alle andere dierlijke producten geldt dat Nederland 1,5 tot 9 keer meer produceert dan consumeert”, licht Berkhout toe. De bredere economische gevolgen voor het land vallen volgens haar eveneens mee.
Tegelijkertijd erkent de hoofdonderzoeker dat het maatregelenpakket diep ingrijpt in het dagelijks leven op het platteland. “Ik vind het belangrijk te benoemen dat dit pakket natuurlijk zeer ingrijpend is voor de betrokken boerenfamilies”, stelt Berkhout. Toch acht zij een verkleining van de sector onvermijdelijk: “We weten ook dat krimp van de veehouderij nodig is om natuur- en milieudoelen te halen en zo de brede welvaart in Nederland te verbeteren.”
Tot veertig procent minder boerenbedrijven in 2035 verwacht
De onderzoekers brachten de economische impact in kaart van het maatregelenpakket dat minister Van Essen (D66) in juni voor het eerst presenteerde. Los van dit nieuwe beleid hielden zij al rekening met een reguliere afname binnen de sector. “Als we naar alle sectoren in de veehouderij kijken, verwachten we zonder de stikstofplannen al dat zo’n 10 procent van alle bedrijven tussen nu en 2035 stopt”, aldus Berkhout.
Door de aanvullende eisen uit Den Haag komt daar een forse groep bedrijfsbeëindigers bovenop. “Als gevolg van de stikstofplannen verwachten we 10 tot 30 procent extra stoppers in die periode”, verklaart de projectleider. Daarmee kan het totale aantal Nederlandse veehouderijen tot het doeljaar 2035 met 20 tot 40 procent afnemen. Voor blijvende agrariërs ontstaan daardoor volgens haar wel weer nieuwe kansen en ontwikkelruimte.
Strenge emissie-eisen vragen om zware investeringen op het erf
De verwachte uitstroom komt doordat boeren hun uitstoot van ammoniak en broeikasgassen vanaf 2035 fors moeten terugdringen. Voor de gehele landbouwsector geldt een reductiedoel van 42 tot 46 procent ten opzichte van 2019, naast regels voor het maximale aantal koeien per hectare. Uit een steekproef van de onderzoekers blijkt dat momenteel minder dan 5 procent van de melkveebedrijven aan deze voorgestelde kabinetseisen voldoet.
“De maatschappij vraagt met dit beleid van boeren: breng je emissies omlaag”, legt Berkhout uit over de noodzakelijke omslag. “Dat vraagt om forse aanpassingen en investeringen op boerenbedrijven. Niet elke boer kan of wil dat doen – zelfs niet met steun uit het stikstoffonds – bijvoorbeeld vanwege de locatie waar het bedrijf zich bevindt.” Vooral rond kwetsbare Natura 2000-gebieden gelden straks strengere beperkingen.
Financiële buffers bepalen overlevingskans en stimuleren verdere schaalvergroting
Wie de benodigde stalaanpassingen kan betalen, hangt volgens het rapport sterk af van de bedrijfsgrootte en de financiële reserves. “Of je door kan gaan, hangt af van hoeveel vet je op de botten hebt”, stelt Berkhout, die een parallel trekt met de woningmarkt. “Vergelijk het met het verduurzamen van je woning. Iemand met een hoger inkomen kan makkelijker een warmtepomp kopen dan iemand die minder verdient.”
Middelgrote veehouderijen komen hierdoor voor de lastigste afwegingen te staan, terwijl grote ondernemingen hun milieu-investeringen makkelijker terugverdienen door meer vee te houden. Waar een melkveebedrijf in 2000 gemiddeld 51 koeien telde, zijn dat er nu al 114, naast gemiddeld 3900 dieren op een varkenshouderij en 45.000 leghennen op een pluimveebedrijf. Kleine boerenbedrijven overleven juist vaker dankzij minder dieren of neveninkomsten zoals een boerderijwinkel.

Onzekerheid over vergunningen remt bereidheid tot verduurzaming af
Een belangrijk obstakel voor ondernemers die wél willen verduurzamen, is het huidige gebrek aan zekerheid bij de overheid. De Wageningse wetenschappers noemen het cruciaal dat boerenbedrijven snel helderheid krijgen over de vergunningverlening, omdat veel veehouders daarover nu in het duister tasten. Zonder duidelijke voorwaarden weten agrariërs niet waar zij aan toe zijn, wat hen terughoudend maakt om geld te steken in emissiereductie.
Het stikstofwetsvoorstel dat minister Van Essen deze week naar de Tweede Kamer stuurde, wijkt na een zomer vol boerenprotesten en gesprekken met de sector slechts op enkele punten af van de plannen uit juni. Hoewel de regels voor bufferzones rond natuurgebieden nog kunnen wijzigen, bleef de totale ammoniakopgave onveranderd. “In grote lijnen kloppen onze conclusies dus nog”, bevestigt Berkhout over haar impactanalyse.
Boerenorganisaties vrezen kaalslag en verlies van eigen voedselproductie
Vanuit de agrarische sector klinkt sinds de eerste presentatie in juni felle kritiek op de koers van het kabinet, die ook na het nieuwe wetsvoorstel aanhoudt. Waar de onderzoekers geen gevaar zien voor de voedselzekerheid, waarschuwden belangenclubs als Agractie en Vee&Logistiek Nederland eerder juist voor een zware kaalslag en meer afhankelijkheid van buitenlandse import. Ook LTO Nederland noemde de plannen rond zonering en grondgebondenheid destijds onbegrijpelijk en disproportioneel.
Politieke partij BBB sprak bij monde van Kamerlid Caroline van der Plas eerder zelfs van een sloopplan dat duizenden familiebedrijven en toeleveranciers treft. Daartegenover stond Natuurmonumenten, dat de kabinetsplannen verwelkomde als een noodzakelijke doorbraak om de natuur te herstellen en de vergunningverlening voor onder meer woningbouw vlot te trekken. De Tweede Kamer buigt zich de komende tijd over de definitieve wetgeving van minister Van Essen.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, headliner.nl, prikkebord.nl, rijksoverheid.nl, sterke-erven.nl, nos.nl, rd.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.
Foto: Kudde koeien in een weiland — Henk Monster (bron), CC BY 3.0











