Zelfstandigen zonder personeel en hun opdrachtgevers krijgen door de geplande Zelfstandigenwet mogelijk te maken met een dubbele beoordeling en extra administratieve lasten. Hoewel minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie met zijn wetsvoorstel vooraf duidelijkheid wil scheppen over werken buiten loondienst, zorgt de huidige opzet juist voor nieuwe onzekerheid op de arbeidsmarkt.

Dat blijkt uit een kritische beoordeling door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) van het conceptvoorstel. Volgens het adviesorgaan is de voorgestelde wetgeving van de VVD-bewindsman onvoldoende onderbouwd en daardoor niet duidelijk van toegevoegde waarde. De twee nieuwe toetsen waarmee werkenden hun positie moeten bepalen, leveren vooral extra werk op wanneer hun situatie tussentijds verandert.
Gevolgen van het Deliveroo-arrest en hervatte handhaving
De roep om heldere spelregels komt voort uit slepende onzekerheid rond de bestrijding van schijnzelfstandigheid. Al sinds 2016 bestaat de Wet DBA om verkapt werknemerschap tegen te gaan, maar de overheid handhaafde die regels jarenlang niet actief. In 2023 oordeelde de Hoge Raad echter dat maaltijdbezorgers van Deliveroo ten onrechte als zelfstandigen werden aangemerkt.
Door die rechterlijke uitspraak werd duidelijk dat het gedoogbeleid niet langer houdbaar was. Sinds 2025 controleert de Belastingdienst daarom weer volledig op schijnzelfstandigheid, wat leidde tot terughoudendheid bij bedrijven die zelfstandigen inhuren. Opeenvolgende kabinetten beloofden nieuwe wetgeving, waarna het kabinet op 1 oktober 2026 het aangepaste concept voor de Zelfstandigenwet ter internetconsultatie voorlegde.
Zeven criteria voor een veilige haven
Minister Aartsen wil met het voorstel voor ruim een miljoen zelfstandigen wettelijke erkenning en rust brengen. Kern van het plan is een zogenoemde veilige haven voor iedereen die aan twee toetsen met in totaal zeven gelijke criteria voldoet. Wie aan alle eisen voldoet en in de praktijk ook zo werkt, weet vooraf dat loondienst is uitgesloten.
De eerste beoordeling is de zelfstandigentoets, die puur kijkt naar het ondernemerschap van de zzp’er zelf. Daarvoor zijn een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer, een zakelijke rekening en een jaarlijkse minimumbesteding aan risicovoorzieningen vereist. Ook moet de ondernemer in het lopende en voorgaande kalenderjaar samen minstens drie volwaardige opdrachtgevers hebben gehad.
Eisen aan de werkrelatie en risico op dubbele toetsing
Na die eerste stap volgt per klus de werkrelatietoets, die vier voorwaarden stelt aan de onderlinge samenwerking. Beide partijen moeten bewust kiezen voor werken buiten dienstverband, waarbij de zelfstandige zelf bepaalt hoe, waar en wanneer het werk gebeurt. Daarnaast moet de zzp’er financieel risico lopen en voordeel kunnen halen uit efficiënter werken, waardoor louter uurtje-factuurtje niet volstaat.
Het ATR waarschuwt echter dat het lastig blijft om voorafgaand aan een opdracht sluitende zekerheid te garanderen. Wie één van de zeven onderdelen mist of tijdens de klus van werkwijze verandert, valt direct buiten de veilige haven en moet alsnog via de bestaande Deliveroo-regels worden beoordeeld. Daardoor ontstaat voor sommige partijen een dubbele toets met extra regeldruk.

Weerstand tegen eis van drie opdrachtgevers
Uit eerdere reacties tijdens de consultatiefase van oktober 2026 bleek al dat veel zelfstandigen vrezen voor de praktische uitwerking. In een niet-representatieve peiling van Knab onder 1.068 zzp’ers zei 53 procent tegen het voorstel te zullen stemmen, tegenover 19 procent voorstanders. Vooral de voorwaarde van minimaal drie opdrachtgevers in twee jaar tijd stuitte bij 51 procent op verzet.
Van de ondervraagde ICT-specialisten had 69 procent in 2025 en 2026 samen minder dan drie klanten, omdat zij vaak langdurig aan één groot project werken. Ook bij bemiddeling wringt deze eis, aangezien een intermediair als slechts één opdrachtgever telt wanneer het contract via dat bureau loopt. Verder ontvangt 69 procent meestal een uurtarief, wat botst met de nieuwe risico-eis.
Vrees voor harde inhuureisen en kritiek van juristen
Hoewel ondernemers buiten de veilige haven volgens het kabinet gewoon onder de huidige regels kunnen blijven werken, betwijfelen kenners of opdrachtgevers dat onderscheid maken. Onderzoeker Casper Zwart van Knab wees er in oktober op dat bedrijven uit voorzichtigheid mogelijk alleen nog de nieuwe route accepteren: “Eén ontbrekend criterium kan dan genoeg zijn om een zzp’er te weigeren, ook als zelfstandig werken onder de bestaande regels mogelijk blijft.”
Ook arbeidsrechtjuristen van de Universiteit van Amsterdam uitten eerder tijdens de consultatieperiode hun twijfels over de houdbaarheid van de toets. Universitair docent Niels van der Neut stelde tegenover de NOS dat elke verandering in de werksituatie de zekerheid direct opheft: “De minister zegt: de nieuwe wet is een veilige haven. Dat klopt maar deels: het is een haven waar je elke dag opnieuw doorheen moet varen.”

Financiële prikkels en politieke planning richting 2028
Zijn UvA-collega Johan Zwemmer, voormalig lid van de Commissie-Borstlap, merkte in oktober in NRC op dat wetgeving het probleem niet oplost zolang fiscale verschillen tussen vast en flexibel werk blijven bestaan. Volgens hem blijven de financiële prikkels en de behoefte aan vrijheid te groot: “Dan kan je als wetgever wel hogere hekken plaatsen, maar mensen zullen er onderdoor blijven kruipen.”
Minister Aartsen houdt desondanks vast aan zijn standpunt dat een grote groep zelfstandigen via de veilige haven wel degelijk meer duidelijkheid krijgt. De internetconsultatie is inmiddels afgerond, waarna het kabinet de reacties weegt en het voorstel nog langs de Raad van State moet sturen. Daarna volgt de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer, waardoor de wet op zijn vroegst in 2028 ingaat.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Volkskrant, flexmarkt.nl, uva.nl, internetconsultatie.nl, samsamkring.nl, dtadvocaten.nl, zzp-nederland.nl, headliner.nl, rijksoverheid.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.











