Openbaar gemaakte stukken van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laten zien dat een flexibel renteplafond voor studieleningen als beste alternatief gold, voordat het kabinet de hele maatregel schrapte. Uit deze documenten, die op verzoek van de Tweede Kamer zijn vrijgegeven, blijkt hoe achter de schermen al snel strijd ontstond over de financiële dekking.

Minister van Financiën Eelco Heinen wilde daarbij dat het financiële risico van een blijvend oplopende rente volledig bij het onderwijsdepartement zou komen te liggen. Wanneer het rentepercentage op studieschulden daarentegen onder de afgesproken grens van 2,5 procent zou zakken, moesten de bedragen die overbleven volgens de VVD-bewindsman juist terugvloeien naar de algemene middelen.
Ongebruikelijke verdeling van financiële risico’s en meevallers
Ambtenaren van het onderwijsministerie tekenden in de stukken aan dat een dergelijke constructie rond rentes niet de normale werkwijze is binnen de rijksoverheid. De bewindsman van Financiën vond een vast maximum van 2,5 procent op studieleningen al in maart een te groot financieel risico en bestempelde de regeling kort na het sluiten van het akkoord als te duur.
Op het departement van Onderwijs was in diezelfde maand maart al besproken dat het gereserveerde budget ontoereikend bleek voor de beloofde begrenzing. Onderwijsminister Rianne Letschert van D66 ging vervolgens begin april in gesprek met haar collega van Financiën om de ontstane begrotingsproblemen rondom de tegemoetkoming voor lenende studenten te bespreken.
Ambtelijk advies over afspraken in het coalitieakkoord
In verschillende interne nota’s gaven de onderwijsambtenaren hun minister het advies om Heinen aan de gemaakte regeerafspraken te houden. Zij stelden voor dat Letschert de schatkistbewaarder erop zou wijzen dat het renteplafond expliciet in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA was vastgelegd en dat hij daar bovendien zelf zijn handtekening onder had gezet.

Naast die politieke herinnering werkten de departementsmedewerkers in de stukken diverse andere mogelijkheden uit om de kosten beheersbaar te houden. Daarbij schreven de ambtenaren dat een flexibel renteplafond de beste optie zou zijn. Desondanks haalde geen van deze ambtelijke varianten de eindstreep en liet het kabinet-Jetten de beloofde rentebegrenzing uiteindelijk volledig vallen.
Oplopende kostenramingen en bijgestelde prognoses
Vorige week bracht minister Letschert naar buiten dat de maatregel uit het D66-verkiezingsprogramma en het regeerakkoord definitief niet haalbaar is. In het coalitieakkoord hadden de regeringspartijen 40 miljoen euro uitgetrokken om de rente voor studenten te dempen, maar dat bedrag bleek bij lange na niet genoeg om het verschil op te vangen.
De daadwerkelijke kosten voor het compenseren van de studierente lopen namelijk op tot zeker 160 miljoen euro per jaar, viermaal het gereserveerde bedrag. Dat komt mede doordat het Centraal Planbureau de verwachte langetermijnrente wegens geopolitieke spanningen en marktinstabiliteit verhoogde van 2,7 procent naar 3,3 procent, waardoor het rijk 0,8 procent in plaats van 0,2 procent moest bijleggen.
Gevolgen voor de rente op studieleningen bij DUO
Zonder ingrijpen van de overheid blijft het tarief dat studenten over hun lening betalen direct gekoppeld aan de ontwikkelingen in de wereldeconomie. Met het beloofde plafond zou de staat bijspringen zodra de variabele rente boven de grens van 2,5 procent uitkwam, zodat oud-studenten nooit meer dan dat percentage hoefden af te dragen.

Op dit moment bedraagt de rente op de meeste studieschulden nog 2,33 procent, maar voor volgend jaar staat een verhoging naar 2,7 procent vast. Het wegvallen van de beschermingsmaatregel betekent dat het rentepercentage voor lenende studenten in de toekomst verder kan oplopen, wat direct leidt tot zwaardere maandlasten en sneller groeiende schulden.
Eerdere waarschuwingen en geschiedenis van het leenstelsel
De financiële kwetsbaarheid van zo’n maatregel werd in 2023 al benoemd door voormalig onderwijsminister en D66-partijgenoot Robbert Dijkgraaf. Hij waarschuwde destijds: ‘De rentekosten die de overheid betaalt en de rente die bij de studenten in rekening wordt gebracht kunnen over tijd uit de pas gaan lopen.’ Letschert was tijdens de kabinetsformatie bovendien actief als informateur.
De politieke discussie over studieleningen speelt al sinds de afschaffing van de basisbeurs in 2015, toen studenten onder het leenstelsel bij DUO tegen nul procent rente konden lenen. Bij de terugkeer van de basisbeurs in 2023 steeg de rente naar 0,46 procent en een jaar later vervijfvoudigde dat tarief ruimschoots, wat tot grote ophef leidde onder leners.
Reactie vanuit de studentenbeweging en huidige stand
Veel oud-studenten verkeerden destijds in de veronderstelling dat de rente op hun lening zeer laag zou blijven en vonden de overheidscommunicatie daarover onduidelijk. Het vooruitzicht van een vast renteplafond moest na die onrust voor nieuwe stabiliteit zorgen, waardoor het schrappen van de regeling nu tot flinke verontwaardiging onder studenten heeft geleid.

Voorzitter Evy Kras van de Landelijke Studentenvakbond reageerde scherp op het kabinetsbesluit om de afspraak uit het akkoord te schrappen: ‘De enige zekerheid die dit kabinet studenten gunt, is de zekerheid dat de rente nog verder zal stijgen komende jaren.’ Met het definitief vervallen van zowel het vaste plafond als de ambtelijke alternatieven blijft het variabele tarief ongewijzigd van kracht.
Bronnen en credits
Bronnen: De Dagelijkse
Standaard, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, ans-online.nl, rd.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.










