Het onderzoek naar de koloniale rol van het Huis Oranje-Nassau leidt niet tot nieuwe herstelbetalingen. Dat zei premier Rob Jetten in zijn wekelijkse persconferentie. Volgens de minister-president loopt er sinds de excuses voor het slavernijverleden al een meerjarenprogramma, waarvoor het kabinet 200 miljoen euro beschikbaar stelde. De uitspraak volgde op de dag dat koning Willem-Alexander de resultaten van het onderzoek kreeg aangeboden.

Een lopend programma met een vast bedrag
Jetten wees erop dat het kabinet al bezig is met herstelmaatregelen. “Daar zijn we al volop mee bezig”, zei hij. Voor de plannen die al lopen is volgens hem “forse financiering uitgetrokken”. Het bedrag van 200 miljoen euro werd na de excuses van de regering en de koning beschikbaar gesteld.
Dat fonds kwam in december 2022 tot stand, toen het kabinet-Rutte excuses aanbood voor het slavernijverleden. Het is een eenmalig fonds. De ene helft is bestemd voor onderzoek, onderwijs en musea. De andere helft is gereserveerd voor burgerinitiatieven in Europees Nederland, op de zes Caribische eilanden binnen het Koninkrijk en in Suriname. Het fonds is nadrukkelijk geen herstelbetaling: het kabinet wilde niet dat uit de excuses herstelbetalingen zouden voortvloeien.
Jetten pleitte zelf voor excuses
Voor Jetten is het onderwerp niet nieuw. Als fractievoorzitter van D66 betoogde hij in 2021 in de Tweede Kamer dat de Nederlandse staat officieel excuses moest aanbieden. Volgens hem kon dat “het begin van heling van wonden” zijn. Ruim een jaar later kwamen die excuses er. In hetzelfde debat zei hij dat een premier de rechtsopvolger is van alle voorgangers en daarmee verantwoordelijk voor wat in het verleden is gebeurd.
Verzoening en bewustzijn als doel
Over het onderzoek zelf was de premier positief. Hij was naar eigen zeggen “diep onder de indruk” van het feit dat koning Willem-Alexander zelf om het onderzoek had gevraagd. Jetten hoopt dat het onderzoek kan “bijdragen aan verzoening voor mensen die pijn hebben geleden onder het koloniale verleden”.
Daarnaast zei hij dat er “meer bewustzijn van de doorwerking van het koloniale verleden” moet komen. Concrete aanvullende maatregelen of extra bedragen noemde hij niet. De nadruk ligt volgens zijn woorden op het voortzetten van de plannen die al lopen.
Een onderzoek op initiatief van de koning
Het onderzoek ging eind 2022 van start op verzoek van de koning, die het ook zelf bekostigde. Hoofdonderzoeker Gert Oostindie kreeg destijds de vraag het onderzoek te leiden. De opdracht was helder: uitzoeken wat de rol van het Huis Oranje-Nassau in het koloniale verleden is geweest, van 1600 tot heden.
Samen met Esther Captain, Kathleen Ferrier en Henk te Velde vormde Oostindie een commissie. Die schakelde ongeveer zestig onderzoekers in. Voor het eerst kregen zij volledige toegang tot voorheen gesloten bronnen in de particuliere archieven van het Koninklijk Huis. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst had het Koninklijk Huis geen inhoudelijke bemoeienis met de opzet, de uitvoering of de conclusies.
Vijf boeken en een publieksuitgave
De resultaten zijn gebundeld in vijf boeken. Een daarvan gaat over koloniale macht, profijt en prestige. Ook verschijnt een biografisch onderzoek naar de Oranjes, van Willem de Zwijger tot Willem-Alexander, en een internationaal vergelijkend boek over Europese vorstenhuizen. Voor het brede publiek schreef Oostindie het boek ‘Oranje en de Koloniën, 1600-2025’, waarvan tegelijk een Engelstalige versie uitkomt.
Oostindie zei eerder dat de koning de commissie alle vrijheid gaf. Er was geen tussentijdse bemoeienis; alleen aan het einde zouden de boeken worden gepresenteerd. Dat was volgens hem ook de wens van de koning, om de onafhankelijkheid te waarborgen. Of nu alle feiten boven tafel zijn, kan hij niet zeggen: “Het is nooit af, maar de kern staat er nu wel.” Vrijwel iedere onderzoeker ontdekte volgens hem iets nieuws.
Betrokkenheid ‘met overtuiging’
Uit het onderzoek bleek dat de koninklijke familie “met overtuiging” betrokken was bij het kolonialisme. Zij hield er omgerekend bijna 576 miljoen euro aan over. Dat bedrag ligt dus ruim boven de 200 miljoen euro die het kabinet beschikbaar stelde voor het programma rond het slavernijverleden, al zijn die twee bedragen niet rechtstreeks aan elkaar gekoppeld.
Excuses van de koning in 2023
De koning is de afgelopen jaren opvallend actief rond dit thema. Tijdens de herdenking van het slavernijverleden in 2023 herhaalde hij de excuses van de regering. Hij ging daarbij verder dan het kabinet en vroeg ook vergiffenis voor het handelen van zijn voorgangers. Over de reden voor het onderzoek zei hij eerder: “Ik vind het belangrijk om de geschiedenis met open vizier te bekijken. Dingen die gebeurd zijn, moet je niet verbergen.”
Wat herstel volgens betrokkenen inhoudt
Bij organisaties die opkomen voor nazaten van slaafgemaakten ligt de nadruk breder dan geld. Bianca Groen Gallant, directeur van het Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee), zei dat herstel begint met waarheidsvinding en moet leiden tot gelijke kansen, in het onderwijs en op economisch vlak. Het instituut hoopt dat de koning het voortouw neemt in de gesprekken over herstel.

Het kabinet houdt voorlopig vast aan het bestaande programma. Nieuwe herstelbetalingen komen er volgens Jetten niet.










