Kantoorgebouw van de Belastingdienst met voorbijgangers

Raad van State adviseert intrekking box 3-wetsvoorstel: ‘Pas in 2030 volledig nieuw stelsel’

De Raad van State adviseert het kabinet-Jetten om de plannen voor een hervorming van box 3 per 2028 in te trekken. Volgens het adviesorgaan doet het gebruik van een spoednovelle voor een dergelijke stelselwijziging afbreuk aan een zorgvuldig wetgevingsproces. Het kabinet krijgt het advies om pas per 1 januari 2030 in één keer over te stappen op een vermogenswinstbelasting.

Eelco Heinen tijdens een toespraak

In het advies van maandag 2 november waarschuwt het college dat de haastige aanpak van minister Eelco Heinen van Financiën en staatssecretaris Eelco Eerenberg leidt tot een ingewikkeld en juridisch kwetsbaar belastingstelsel. De voorgestelde tussenoplossing mist volgens de adviseurs een deugdelijke onderbouwing en legt een te grote druk op zowel belastingplichtigen als de uitvoering.

Van belasting op papieren aanwas naar gerealiseerde winst

Het oorspronkelijke wetsvoorstel dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt, gaat grotendeels uit van een belasting op de jaarlijkse waardestijging van beleggingen. Daarbij betalen bezitters ook heffing wanneer zij hun vermogen nog niet hebben verkocht, al gelden er uitzonderingen voor onder meer vastgoed. Rente en dividend worden in die opzet eveneens jaarlijks belast.

Het kabinet wil echter af van deze heffing op papieren winsten en stelde eind september voor om aandelen en andere financiële beleggingen al vanaf 2028 onder een vermogenswinstbelasting te brengen. Pas bij daadwerkelijke verkoop volgt dan een aanslag over de waardestijging, waarna in 2030 het volledige stelsel in box 3 zou worden omgezet.

Kritiek op spoedprocedure via novelle en juridische kwetsbaarheid

Om deze koerswijziging door te voeren koos het ministerie van Financiën voor een novelle, een wijzigingswet op een voorstel dat de Tweede Kamer al heeft aangenomen. Het kabinet vroeg hiervoor met spoed advies aan, terwijl de uitvoeringstoets nog ontbrak en op voorhand vaststond dat het wijzigingsvoorstel op onderdelen alweer was achterhaald.

Lees ook:  Beroepsvereniging V&VN slaat alarm over zorgplan: 'Geld gaat naar controleurs, niet naar het bed'

Door dit hoge tempo kunnen de Tweede en de Eerste Kamer de ingrijpende wijziging volgens het adviescollege niet goed beoordelen. Daarnaast ontstaat gedurende twee jaar een onvoldoende gerechtvaardigd onderscheid tussen vermogensvormen, waarbij rechtstreeks cryptobezit jaarlijks op aanwas wordt belast, terwijl hetzelfde bezit via een beleggingsfonds pas bij verkoop onder de heffing valt.

Zware wissel op Belastingdienst en ontbrekende bankgegevens

Ook voor de Belastingdienst zijn de gevolgen van het tijdelijke hybride stelsel voor twee jaar groot. Uit de op 22 oktober nagestuurde uitvoeringstoets blijkt dat het voorstel op alle vijf getoetste onderdelen een negatief oordeel kreeg en voor 2028 onuitvoerbaar is. De tijdelijke regeling vergt bovendien 252 voltijdsmedewerkers en ongeveer 31 miljoen euro aan extra uitvoeringskosten.

De Raad van State noemt de invoering per 2028 niet verantwoord en spreekt van een zware wissel op de dienst, die al kampt met een hoge werkdruk en aangekondigde structurele bezuinigingen. Bovendien kunnen banken en andere financiële instellingen de benodigde gegevens over beleggingswinsten in 2028 en mogelijk ook in 2029 nog niet aanleveren.

Kantoorgebouw van de Belastingdienst met voorbijgangers

Gevolgen voor belastingaangifte en verlaging van vrijstellingen

Doordat financiële instellingen de informatie niet tijdig kunnen verstrekken, kan de fiscus dit onderdeel van de belastingaangifte niet vooraf invullen en heeft de dienst beperkte controlemogelijkheden. Belastingplichtigen moeten hun gerealiseerde winsten daardoor zelf berekenen en opgeven, wat volgens de adviseurs het risico op fouten, fraude en nieuwe juridische procedures vergroot.

Daarnaast bevat de novelle financiële maatregelen om de schatkist te spekken, waaronder een verlaging van het heffingvrij vermogen per 1 januari 2027 van 59.357 euro naar 30.846 euro per persoon. Het forfait voor overige bezittingen stijgt in de plannen met 1,5 procentpunt naar 7,87 procent, terwijl het heffingsvrije resultaat in het nieuwe stelsel per 2028 daalt van 1.800 naar 1.000 euro.

Lees ook:  Formatie op barsten: ´Wilders zet D66 onder druk met meesterzet´

Onvolledige begrotingsdekking en tariefmaatregel in box 2

Minister Heinen verklaarde begin oktober in een televisie-uitzending van WNL dat hij met het traject een risico nam, maar niet wilde laten gebeuren dat normale spaarders een ongewenste belasting gaan betalen. Hoewel het kabinet na politieke weerstand bij de Algemene Financiële Beschouwingen toezegde kleine spaarders te ontzien, is die aanpassing nog niet in het wetsvoorstel verwerkt.

De Raad van State stelt vast dat het voorstel daardoor incompleet is en een sluitende financiële dekking mist. Ook een voorgestelde verlaging van het hoogste tarief in box 2 naar 29,2 procent voor vier jaar, bedoeld als tegemoetkoming bij strengere regels voor lenen bij de eigen bv, schuift de financiële rekening volgens de adviseurs enkel door naar latere jaren.

Voorgeschiedenis met Hoge Raad en langer behoud tegenbewijsregeling

De haast van het kabinet hangt samen met de juridische problemen rond de huidige vermogensrendementsheffing, die grotendeels werkt met veronderstelde rendementen. Nadat de Hoge Raad in december 2021 oordeelde dat het toenmalige systeem in strijd was met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod, moest de overheid hersteloperaties opzetten voor gedupeerde spaarders.

Wanneer het kabinet het advies opvolgt om de huidige wetsvoorstellen in te trekken en een volledig nieuwe wet voor 2030 te schrijven, blijven de bestaande regels langer gelden. Belastingplichtigen kunnen dan ook in 2028 en 2029 via de tegenbewijsregeling aantonen dat hun werkelijke rendement lager lag, waarvan het kabinet de daadwerkelijke kosten voor de rijksbegroting volgens de adviseurs eerst beter moet onderzoeken.

Lees ook:  Wijkagente van Marokkaanse afkomst doet aangifte tegen Faber: ´Niet neutraal?´

Politiek beraad over mogelijk uitstel naar 2029

De adviseurs wijzen het principe van een belasting op gerealiseerde winsten zelf niet af, maar dringen aan op een zorgvuldige invoering in één keer per 2030. Zelfs als het kabinet de novelle niet intrekt, adviseert het college om de ingangsdatum van de vermogenswinstbelasting voor al het vermogen in box 3 alsnog naar 2030 te verplaatsen.

Geld en papierwerk op tafel

De coalitiepartijen D66, VVD en CDA koersen voorlopig echter aan op slechts één jaar uitstel tot 2029 en bespreken het dossier en het belastingplan op dinsdagochtend 3 november tijdens een extra ministerraad. Het minderheidskabinet heeft voor de plannen nog steun van de oppositie nodig, nadat eerdere onderhandelingen met linkse en rechtse partijen geen akkoord opleverden en de Eerste Kamer al grote bezwaren uitte.

Bronnen en credits

Bronnen: De Dagelijkse Standaard, Nederlands Dagblad, NieuwRechts.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen, nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze redactie.

Poll

Is een nieuw box 3-stelsel pas in 2030 verstandig, denk jij?

0 stemmen Kies een antwoord om de uitslag te zien

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's