Om in totaal 3,5 miljard euro op de eigen organisatie te besparen, verdwijnen er bij de Rijksoverheid tegen 2035 naar schatting 25.000 voltijdsbanen. Alle ministeries krijgen met deze financiële krimp te maken, met uitzondering van het ministerie van Defensie. De politiek wil de eigen overheidsuitgaven beperken omdat de samenleving al fors moet bijdragen aan nieuwe defensie-investeringen.

Staatssecretaris Eric van der Burg van Slagvaardige Overheid maakt bekend dat het mes daarnaast in diverse adviesclubs gaat. Volgens de VVD-bewindspersoon verandert de werkvloer bij het Rijk door deze ingrepen zichtbaar. „Een ambtenaar ziet in 2035 om zich heen minder collega’s en letterlijk ook minder stoelen en bureaus.”
Drie opeenvolgende taakstellingen tot 2035
De grote besparingsoperatie bouwt voort op een eerdere maatregel die al onder toenmalig premier Schoof werd ingezet. Dat vorige kabinet legde de departementen een eerste taakstelling op om het ambtelijk apparaat tegen het jaar 2029 één miljard euro goedkoper te maken. Ministeries kregen daarbij de opdracht om geld vrij te spelen door afscheid te nemen van personeel.
Het kabinet-Jetten voegt aan die lopende operatie nog twee nieuwe bezuinigingsrondes toe voor de komende jaren. De eerste extra taakstelling bedraagt 1,4 miljard euro en heeft 2030 als uiterste deadline. Daarna volgt nog een structurele verlaging van één miljard euro die uiterlijk in 2035 moet zijn gerealiseerd door de gezamenlijke ministeries.
Onderhandelingen rond de begroting en rol van Financiën
De omvang van het laatste bezuinigingsdeel groeide fors tijdens de coalitieonderhandelingen in aanloop naar Prinsjesdag. Minister van Financiën Eelco Heinen had in zijn oorspronkelijke conceptbegroting een extra besparing op ambtenaren opgenomen die zou oplopen tot 470 miljoen euro per jaar. Coalitiegenoten D66 en CDA vonden dat conceptstuk echter te rechts en eisten bijsturing.
Na hun politieke tussenkomst kwam er meer budget vrij voor onder meer ontwikkelingssamenwerking, maar werd de ambtelijke krimp ruim verdubbeld. In één onderhandelingsweekend liep de extra taakstelling met 530 miljoen euro op naar één miljard euro. Heinen houdt daarbij een strakke lijn aan: „Ik boek het geld gewoon af, dus ministeries hebben het geld niet meer. Ze zullen wel moeten.”
Sterke groei van personeel en complexere regels
De geplande inkrimping volgt op een periode waarin het personeelsbestand van het Rijk juist snel in omvang toenam. In de afgelopen zes jaar steeg het aantal rijksambtenaren met 38 procent, terwijl de productiviteit in diezelfde tijd achteruitging. Die personeelsgroei vloeide direct voort uit politieke besluiten en steeds ingewikkeldere wetgeving voor uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst en het UWV.

Gedurende de laatste twintig jaar verdubbelde het aantal wetten en regels en nam het aantal uitzonderingen per wet met 88 procent toe. Dit zorgde bij onder meer de Belastingdienst en de IND voor veel meer bezwaar- en beroepszaken, waarvoor extra juridisch specialisten nodig waren. Ook de Wet Open Overheid en het heropende ministerie van Volkshuisvesting vroegen om extra personeel.
Rekening houden met uitvoering en kunstmatige intelligentie
Bij het opstellen van nieuwe wetgeving kijkt Den Haag bovendien beperkt naar de praktische gevolgen voor de werkvloer. De Algemene Rekenkamer concludeerde vorig jaar dat de personeelsvraag nauwelijks een rol speelt bij zogeheten uitvoeringstoetsen, die moeten bepalen of beleid wel uitvoerbaar is. Desondanks mogen alle ministeries nu zelf bepalen waar de bezuinigingsklappen precies gaan vallen.
Uitvoeringsdiensten zoals Rijkswaterstaat en de Belastingdienst kampen echter nu al met een groot gebrek aan onder meer technici en ICT-personeel. Het kabinet denkt niettemin met minder mensen toe te kunnen, onder andere omdat bepaalde werkzaamheden door kunstmatige intelligentie kunnen worden overgenomen. Voor de komende jaren is er alleen geen extra geld voor ICT gereserveerd om dergelijke systemen te bekostigen.
Stevige kritiek van het Centraal Planbureau en oud-topambtenaar
Verschillende instanties en betrokkenen plaatsen grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de aangekondigde personeelsreductie bij het Rijk. Het Centraal Planbureau beoordeelde de bezuinigingen bij de officiële doorrekening van het coalitieakkoord al als „niet plausibel”. De ingreep treft namelijk ook onderdelen van de overheid waar de werkdruk en de maatschappelijke opgaven momenteel al zeer hoog liggen.
Ook oud-topambtenaar Roel Bekker, die in 2007 leidinggaf aan een eerdere poging om de Rijksoverheid af te slanken, noemt de huidige kabinetsplannen „onmogelijk”. Hoogleraar arbeidsgeschiedenis Leo Lucassen omschreef de Arbeidsinspectie, die eveneens te maken krijgt met de departementale bezuinigingen, vorig jaar al als „volledig uitgekleed”. Toch blijft de financiële taakstelling voor de ministeries onverkort overeind staan.
Rekenkamerpresident pleit voor simpeler beleid
Volgens Pieter Duisenberg, president van de Algemene Rekenkamer, ontbreekt het bij de huidige kabinetsplannen aan fundamentele politieke keuzes. Goedkoper of efficiënter werken vereist dat de overheid bepaalde taken volledig schrapt of veel minder vaak uitvoert. Duisenberg wijst op de NOW-steunregeling uit de coronatijd als voorbeeld waarbij de Tweede Kamer bewust koos voor eenvoud zonder gedetailleerde uitzonderingen.

Het UWV stelde destijds dat snelle uitvoering alleen haalbaar was met een simpele regeling, ondanks dat sommige bedrijven daardoor te veel of te weinig ontvingen. Duisenberg ziet zulke afwegingen graag vaker terug, „bijvoorbeeld niet voor ieder doelgroepje een aparte uitzondering willen maken”. Een ambtelijk rapport om 119 belastingkortingen te versimpelen of af te bouwen ligt inmiddels ruim een jaar bij de Kamer.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, Parool.nl, decorrespondent.nl, nieuwskoerier.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.










