Lege plenaire zaal van de Tweede Kamer met blauwe zetels

Coos Huijsen bracht partner mee de Kamer in: ‘Dat doen we hier niet’

Oud-Kamerlid en homorechtenactivist Coos Huijsen is op maandag 19 oktober op 87-jarige leeftijd overleden. Dat melden zijn familie en zijn echtgenoot. Hij overleed na een kort ziekbed thuis in Amsterdam, in het bijzijn van zijn echtgenoot Lank Bos. Huijsen was de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld.

Lege plenaire zaal van de Tweede Kamer

Zijn coming-out in 1976 kreeg vorm in een gewone Kamerprocedure: de beëdiging. Daar liep het mis met de plek van zijn partner. Dat incident en de politieke strijd erna zijn een manier om zijn loopbaan te begrijpen. Het verhaal laat zien hoe klein de aanleiding was en hoe groot de gevolgen werden voor de homo-emancipatie.

Een jongerenleider met een gerucht

Huijsen werd in 1939 in Den Haag geboren. In de jaren zestig begon zijn politieke loopbaan bij de Christelijk-Historische Unie (CHU), waar hij aanvoerder werd van de progressieve jongerenvleugel. Van 1966 tot 1971 was hij voorzitter van de Christelijk-Historische Jongeren-Organisatie.

Onder partijgenoten ging toen al het gerucht dat hij homo was. Hij werd daarom ‘verkeerde Koos’ genoemd. Huijsen ontkende dat destijds. Hij wilde zelf een geschikt moment kiezen om uit de kast te komen, zo blijkt uit het levensverhaal dat het homo-archief IHLIA over hem optekende.

Een korte eerste Kamerperiode

In 1972 was Huijsen ongeveer een half jaar Tweede Kamerlid voor de CHU. Hij hield zich in die periode vooral bezig met onderwijs. Daarna verliet hij de partij, omdat hij vond dat de CHU een te rechtse koers was gaan varen en geen steun gaf aan het kabinet-Den Uyl.

Vier jaar later keerde hij terug in de Kamer, ditmaal als onafhankelijk, progressief christendemocraat. Hij nam zitting als eenmansfractie, de fractie-Huijsen. In een verklaring na zijn beëdiging legde hij uit waarom hij de zetel innam. Hij beriep zich daarbij op het gezamenlijke christendemocratische verkiezingsprogramma.

Lank Bos en het plan voor de coming-out

In 1973 ontmoette Huijsen Lank Bos, de liefde van zijn leven en later zijn echtgenoot. Toen duidelijk werd dat Huijsen opnieuw een Kamerzetel zou krijgen, maakten de twee samen een plan voor zijn coming-out. Dat plan werd door de gebeurtenissen in de Kamer ingehaald.

Lees ook:  PRO en Volt samen goed voor 38 senaatszetels voor kabinet-Jetten: 'Doorstartpolitiek'

Tijdens de beëdiging werd Bos uit de Kamer verwijderd. Hij werd gevraagd voor wie hij die dag in de Kamer was. Toen hij uitlegde dat hij de partner van Huijsen was, kreeg hij te horen dat ze daar in de Kamer niet aan deden.

Bezwaar bij de Kamervoorzitter

Huijsen maakte ter plekke bezwaar bij Kamervoorzitter Anne Vondeling (PvdA). Die reageerde geschokt en beloofde direct in te grijpen. Zo werd Huijsen op 30 maart 1976 de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld, zonder dat hij daar vooraf een publiek moment voor had gekozen.

Om zijn coming-out compleet te maken liet Huijsen op 10 april 1976 in NRC Handelsblad de naam van Bos vallen. Hij verwees in dat gesprek ook naar zijn contact met het COC. Daarmee maakte hij zijn relatie en zijn geaardheid in één keer publiek.

De partner als gewoon Kamergast

Huijsen liet het niet bij woorden. Hij nam Bos mee naar het restaurant van de Tweede Kamer en bracht hem zo in contact met andere Kamerleden. Veel homo’s kwamen toen nog niet openlijk uit voor hun geaardheid, waardoor heteroseksuele Kamerleden vaak nooit iemand hadden leren kennen die openlijk homo was.

Dat contact wekte empathie op en schiep situaties waarin homoseksualiteit als vanzelfsprekend werd gezien. Ook tussen Bos en de partners van andere Kamerleden ontstond zo een band. De aanpak was bescheiden, maar hij maakte de homo-emancipatie in de Kamer zichtbaar en dagelijks.

Plenaire zaal van de Tweede Kamer met blauwe stoelen

Een wetswijziging over de goede zeden

In 1976 diende Huijsen een amendement in dat werd aangenomen. Het schrapte uit de Grondwet de wettelijke beperking van het recht op vereniging op grond van het belang van de goede zeden. Ook stemde hij dat jaar als enige christendemocraat vóór een motie over de abortuskliniek Bloemenhove.

In 1977 verliet Huijsen de Tweede Kamer. Op 8 juni van dat jaar werd hij lid van de PvdA. Hij werd medeoprichter van de PvdA-homogroep en was daarvan samen met politicus en columnist Willemien Ruygrok voorzitter. Zijn politieke loopbaan ging daarmee over in activisme.

Lees ook:  Paternotte zet Klaver onder druk met JA21-vraag: 'U heeft al jaren hotline met premier'

Lobby via advertenties

In 1977 richtte Huijsen samen met Bos en homoactivist Walter Kamp de Stichting Vrije Relatierechten (SVR) op, een lobbygroep voor homo-emancipatie op politiek niveau. Bos trad op als woordvoerder en Huijsen bleef op de achtergrond. De stichting ontving financiële steun van Ien van Heuvel (PvdA) voor een advertentiecampagne, op voorwaarde dat dit geheim bleef.

De advertenties verschenen in kranten die veel door christenen werden gelezen. De eerste stond op 28 april 1977 in de krant onder de kop ‘Het gezin bedreigd?’. Ze was ondertekend door 75 jongeren uit CDA-milieu. De boodschap luidde: ‘De ruimte die een ander krijgt, hoeft toch nog geen bedreiging van jezelf te zijn.’

Benefietavond Miami Nightmare

In datzelfde jaar organiseerde de SVR het benefietconcert Miami Nightmare. Het was een reactie op de antihomocampagne van de Amerikaanse zangeres Anita Bryant in Miami. Tijdens de avond betuigden politici en artiesten hun steun aan de lhbti+-gemeenschap en werd geld opgehaald voor een advertentie in Time Magazine.

In 1984 werd Huijsen voorzitter van de Werkgroep Homo-Emancipatie bij de gemeente Amsterdam. Het was de eerste werkgroep van dat type in Nederland. Hij stelde er beleidsadvies op voor het gemeentelijke emancipatiebeleid. In de jaren tachtig was hij ook voorzitter van het Defence and Aid Fund Nederland, dat zich inzette tegen de apartheid in Zuid-Afrika.

Van lerarenkamer tot directiekamer

Na zijn Kamerlidmaatschap keerde Huijsen terug in het onderwijs als docent geschiedenis. Van 1977 tot 1986 gaf hij les op het Gerrit van der Veen College in Amsterdam, tevens als conrector. Daarna was hij van 1986 tot en met 1998 directeur van de school in Amsterdam-Zuid.

Zijn werk reikte verder dan het klaslokaal. Hij zat in besturen, zoals dat van de Schorerstichting en de Rode Hoed. Ook was hij van 1988 tot 1998 voorzitter van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, een religieus-socialistische vereniging die vooral op de PvdA is georiënteerd.

Fonds en memoires

In 2007 stichtte Huijsen mede Het Blauwe Fonds, een stichting die projecten voor homo-emancipatie ondersteunt. Het fonds beheert geld uit schenkingen en nalatenschappen en gebruikt dat om andere organisaties financieel te steunen. Huijsen bleef er jarenlang bij betrokken, onder meer als voorzitter.

Lees ook:  Ouders kregen nul informatie tijdens lockdown: 'Dat zorgt voor meer stress'

In 2016 verscheen zijn autobiografie Homo politicus. Daarin plaatst hij zijn ervaringen in de bredere context van homo-emancipatie en discriminatie. Hij schreef dat er op het gebied van beleid en wetgeving enorm veel was bereikt, maar dat ‘homo’ nog steeds het populairste scheldwoord op het schoolplein en op het voetbalveld was.

Zorgen om de homo-acceptatie

Begin dit jaar verscheen een nieuwe versie van het boek onder de titel Roze Draad, met als ondertitel Strijd, succes en stilstand in vijftig jaar homo-emancipatie. Huijsen schreef het samen met G. Waling. Het is een terugblik op een halve eeuw emancipatie vanuit de man die haar in de Kamer zichtbaar maakte.

Tijdelijk gebouw van de Tweede Kamer aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag

Tegen het einde van zijn leven maakte hij zich zorgen om de tanende homo-acceptatie. Die zorg past bij wat hij eerder schreef: dat er nog veel moest gebeuren, omdat jongeren er volgens hem nog steeds tegenop zagen aan hun ouders en vrienden te vertellen dat ze homoseksueel zijn.

Bronnen en credits

Bronnen: NRC, NU.nl, withpride.ihlia.nl, parlement.com, nporadio1.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen, nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze redactie.

Foto: Lege plenaire zaal van de Tweede Kamer met houten banken en rode kunstpanelen — Husky (bron), CC BY 4.0

Foto: Lege plenaire zaal van de Tweede Kamer met blauwe zetels — Fedaro (bron), CC BY-SA 4.0

Foto: Tijdelijk gebouw van de Tweede Kamer aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag — Jordy Schaap (bron), CC BY-SA 4.0

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's