De nieuwste zetelpeiling van Ipsos I&O is slecht nieuws voor de regeringspartijen VVD en D66. Beide partijen verliezen fors aan terrein en komen uit op nog minder virtuele zetels dan bij de vorige peiling. JA21 zit juist in de lift. Het peilingbureau spreekt van een flinke verschuiving onder de kiezers.
Die beweging komt niet uit de lucht vallen. Eerder onderzoek van Ipsos I&O laat zien dat D66 en de PVV al maanden kiezers kwijtraken en dat JA21 daar al langer van profiteert. Wie die lijn kent, begrijpt beter waarom de nieuwste cijfers voor het kabinet zo pijnlijk uitpakken.
Nieuwe peiling treft vooral de coalitiepartijen
De coalitiepartijen VVD en D66 hebben in de nieuwste meting duidelijk het nakijken. Beide partijen hebben minder virtuele zetels dan bij de vorige peiling, terwijl JA21 juist groeit. De uitslag laat zien dat de ontevredenheid over het kabinet zich vertaalt in een verschuiving van stemmen binnen het politieke landschap.
Opvallend is dat de winst niet bij alle oppositiepartijen terechtkomt. JA21 profiteert zichtbaar, terwijl andere partijen op de rechterflank en in het midden het moeilijker hebben. Voor het kabinet is het een extra signaal dat de kiezer na de verkiezingen van oktober 2025 niet automatisch bij de regeringspartijen blijft.
Eerdere peiling toont het patroon al
Dat patroon was al zichtbaar in de peiling van Ipsos I&O met veldwerk in april 2026. Die meting is een andere dan de nieuwste, maar geeft goed aan hoe de verhoudingen eerder lagen. Progressief Nederland kwam toen uit op 26 virtuele zetels, gevolgd door VVD met 20, D66 met 19 en de PVV met 18.
Opmerkelijk was dat de partij van de fusie tussen GroenLinks en de PvdA toen nog geen winst boekte door haar nieuwe naam. Ten opzichte van maart kwam er slechts één zetel bij. Ipsos I&O zag daarom nog geen ‘PRO-effect’, al was de partij virtueel wel duidelijk de grootste van het land.
Fusie van GroenLinks en PvdA
GroenLinks en PvdA gaan op 13 juni volledig samen in Progressief Nederland, afgekort PRO. Officieel heette de partij ten tijde van de eerdere peiling nog GroenLinks-PvdA. Het was de eerste meting sinds de bekendmaking van de nieuwe naam, en dus een eerste toets van de kiezersreactie.
Acht op de tien kiezers (80 procent) zijn volgens Ipsos I&O bekend met de naam. Onder de kiezers die op PRO willen stemmen weten bijna allemaal van de naam, maar niet iedereen is enthousiast. Het bureau onderscheidt drie ongeveer even grote groepen: enthousiastelingen, critici en neutralen.
Verliezen en winst sinds de verkiezingen
Ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 liepen in de peiling van april vier partijen significant terug. D66 verloor zeven zetels, de PVV acht, het CDA vier en BBB twee. Vooral de verliezen van de PVV en D66 vallen op, omdat beide partijen bij die verkiezingen als eerste en tweede eindigden.
Aan de winstkant stonden drie partijen. PRO boekte zes zetels winst, FvD eveneens zes en JA21 vier. De cijfers laten zien dat de kiezersverschuiving niet alleen naar links of alleen naar rechts loopt, maar in beide richtingen. Zowel progressieve als rechtse oppositiepartijen plukken de vruchten van de teleurstelling.
Waarom D66-kiezers vertrekken
Ipsos I&O ziet dat circa 17 procent van de D66-kiezers van 2025 nu een voorkeur heeft voor PRO. Dat komt neer op vier tot vijf zetels. Deze kiezers zijn volgens het bureau teleurgesteld over het in hun ogen te rechtse kabinet en hoopten dat hun stem tot links-progressief beleid zou leiden.
Ook de dominantie van de VVD binnen het kabinet zit hen dwars. Daarnaast noemen zij de onwelwillende houding van het kabinet richting oppositiepartijen, met name PRO. Zij hopen dat een stem op PRO wel kan bijdragen aan een links-progressieve koers, iets wat zij bij D66 niet terugzien.
PVV-kiezers zoeken een nieuw onderkomen
De PVV verliest in dezelfde meting eveneens fors. Haar kiezers wijken uit naar JA21, goed voor twee tot drie zetels, en naar FvD, goed voor drie tot vier zetels. Volgens Ipsos I&O nemen zij geen afscheid van de ideeën van de PVV, maar zijn zij vooral teleurgesteld over de prestaties van de partij.
Diezelfde ideeën zien zij terug bij FvD en JA21. Ze verwachten bovendien dat deze partijen meer invloed kunnen uitoefenen op het regeringsbeleid. De antimigratie-stem, of anti-islamstem, lijkt vooralsnog sterker bij FvD uit te komen, terwijl JA21 vooral wordt geprezen om haar ‘redelijkheid’.
Kiezer ziet zichzelf steeds vaker rechts
Ipsos I&O vroeg kiezers zichzelf te plaatsen op een schaal van 1 (uiterst links) tot 9 (uiterst rechts). Daaruit blijkt dat de kiezer langzaam maar zeker naar rechts opschuift. Drie jaar geleden zag 30 procent zichzelf als (centrum-)links, inmiddels is dat 26 procent. De helft noemt zich nu (centrum-)rechts, tien procentpunt meer dan toen.
Ook ten opzichte van anderhalf jaar geleden is er een beperkte verschuiving zichtbaar, van 45 naar 50 procent. Toch kwam een linkse partij in die peiling als grootste uit de bus. Dat komt doordat links zich massaal achter PRO schaart, terwijl de rechtse stem over veel partijen verdeeld is.
Links bundelt zich, rechts versnippert
PRO trekt volgens Ipsos I&O 61 procent van de linkse en 47 procent van de centrum-linkse kiezers. Dat is veel beter dan voorgangers GroenLinks en PvdA deden. Destijds was de linkse stem meer verspreid over GL-PvdA, de Partij voor de Dieren en de SP. De middenkiezers kiezen nu het vaakst voor D66 of CDA.
Aan de rechterkant verdelen de (centrum-)rechtse kiezers hun stem over VVD, PVV, JA21 en FvD. In april 2023 was BBB met 33 zetels nog veruit de grootste partij en de populairste onder middenkiezers, centrum-rechtse en rechtse kiezers. PRO profiteert dus van eensgezindheid op links en het gebrek daaraan op rechts.
Het politieke veld wordt als gepolariseerder ervaren
Kiezers schatten ook in waar partijen staan op de links-rechtsschaal. PRO heeft volgens hen de plek van GroenLinks ingenomen en niet die van de PvdA. PRO krijgt een score van 2,6, dezelfde als GL-PvdA in oktober 2024. Samen met de SP en de Partij voor de Dieren geldt PRO als meest linkse partij.
Partijen aan de rechterflank worden nu rechtser gezien dan drie jaar geleden. Dat geldt voor BBB, JA21, PVV en FvD. Ook DENK, Volt en CDA worden juist linkser gezien. Kortom: kiezers zien linkse partijen als linkser en rechtse partijen als rechtser, en ervaren het electorale veld als gepolariseerder.
Hoe het onderzoek is opgezet
De eerdere peiling vond plaats van vrijdag 10 tot en met maandag 13 april. In totaal werkten 2.064 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee. Van hen gaven 150 aan zeker niet te gaan stemmen, en 234 konden geen partij van voorkeur noemen. De zetelpeiling is daarom gebaseerd op 1.680 respondenten met een voorkeurspartij.
Ipsos I&O voerde het onderzoek op eigen initiatief uit, zonder opdrachtgever. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025. Bij een steekproef van 2.000 respondenten en een uitkomst van 50 procent bedraagt de foutmarge plus of min 2,2 procent.
Wat dit betekent voor de coalitie
De uitslagen vormen een duidelijke waarschuwing aan het adres van VVD en D66. Beide partijen zien kiezers vertrekken, terwijl oppositiepartijen aan links- en rechterzijde winnen. De tegenvallende cijfers maken zichtbaar hoe groot de ontevredenheid is over de koers van het kabinet na de verkiezingen van oktober 2025.
Voor JA21 geldt het omgekeerde: de partij wordt door voormalige PVV-kiezers vooral geprezen om haar redelijkheid en profiteert van hun teleurstelling. Of die lijn zich doorzet, zal moeten blijken in de volgende peilingen van Ipsos I&O. Dan wordt duidelijk of de verschuiving structureel is.
Bronnen en credits
Bronnen: Showblad.nl, Volkskrant, ipsos-publiek.nl, drimble.nl, nlvow.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.











