Meerdere politieke groepen in het Europees Parlement vinden dat de term ‘hybride oorlog’ niet langer past bij de situatie in de Zwarte Zee. Dat zeiden ze tijdens een debat in Straatsburg met EU-buitenlandchef Kaja Kallas. Aanleiding zijn drones die de afgelopen weken schepen voor de kust van Bulgarije en Roemenië troffen.

Tegelijk zet de NAVO de militaire aanwezigheid in de regio op. Het bondgenootschap stuurt patrouillevliegtuigen, radarsystemen en drones, aangevuld met teams voor het opsporen van explosieven en inlichtingenpersoneel. Zo ontstaat een dubbel beeld: politieke taal die zwaarder wordt en een militaire reactie die zichtbaar toeneemt.
Debat in Straatsburg over een zwaardere term
In het debat ging het onder meer over vermoedelijke Russische drones die de afgelopen weken Bulgaarse schepen hebben geraakt. Ook kwamen drones ter sprake die Roemenië heeft neergehaald. Europarlementariërs van verschillende fracties vonden dat het begrip ‘hybride oorlog’ de ernst van die incidenten niet meer dekt.

Veel deelnemers kwamen uit Bulgarije, Roemenië en omliggende landen. Zij zitten dichter bij het gebied waar de schepen werden getroffen en spraken met die directheid. Kallas kreeg zo van meerdere kanten te horen dat de gebruikte taal volgens hen achterloopt op wat er op zee gebeurt.
‘Niets hybrides aan een brandend schip’
Een Europarlementariër van de EVP, de grootste fractie in het parlement, vroeg hardop: ‘Hoe lang noemen we dit nog een hybride oorlog?’ De vraag zette de toon voor het debat. Ze richt zich niet op de vraag óf er iets moet gebeuren, maar op de woorden waarmee Europa de situatie beschrijft.

Een Europarlementariër van de Groenen sprak van ‘een toestand van waanzin’. Volgens hem is er ‘niets hybrides aan een brandend schip’. Een collega van de Europese Conservatieven zei dat de Zwarte Zee ‘niet langer een oefenterrein voor Russische agressie’ mag zijn. Het zijn standpunten van afzonderlijke parlementariërs.
Verzoek om meer Europees geld
Behalve over woordkeuze ging het debat over geld. Parlementariërs uit Bulgarije, Roemenië en omliggende landen vroegen om meer Europese middelen om hun eigen grondgebied te kunnen beschermen. Zij zien zichzelf als eerste in de vuurlinie en willen dat de lasten niet alleen bij de kuststaten terechtkomen.

Tegelijk betrokken ze de rest van Europa erbij. Meer Europees geld moet volgens hen niet alleen hun eigen kusten beveiligen, maar ook de rest van het continent. Wat er in de Zwarte Zee gebeurt, raakt in hun redenering alle lidstaten, niet alleen de landen die er direct aan grenzen.

Wat de NAVO naar de regio stuurt
De NAVO maakte bekend extra ‘middelen’ naar de regio te sturen. Volgens een woordvoerder gaat het om patrouillevliegtuigen, radarsystemen en drones. Daarnaast komen er teams om explosieven op te sporen en extra inlichtingenpersoneel. De ambassadeurs van de NAVO-landen bespraken de situatie op dinsdag.

De woordvoerder noemde als doelen onder meer ‘surveillance, verkenning en forensisch onderzoek’. Ook zei ze dat het belangrijkste is ‘ons bewustzijn in de regio te vergroten door meer sensoren in te zetten en gegevens uit te wisselen’. De inzet draait dus vooral om waarnemen en onderzoeken.
Bulgarije vroeg om hulp, de Verenigde Staten sturen een vliegtuig
Bulgarije vroeg om extra hulp bij de dronebestrijding na een aanval van een week eerder. Premier Rumen Radev maakte dinsdag bekend dat de Verenigde Staten op verzoek van zijn land een militair vliegtuig hebben gestuurd. Dat toestel voert patrouillevluchten uit boven de Zwarte Zee.

Radev sprak donderdag al met de Roemeense president Nicușor Dan en NAVO-chef Mark Rutte over de aanvallen. Na de drone-incidenten wees Radev naar Moskou als schuldige. Dat is zijn beschuldiging. Rusland en Oekraïne beschieten al langer elkaars schepen op deze zee, maar koopvaardijschepen bleven voorheen gespaard.

23 vermisten en twee gezonken schepen
De gevolgen van de aanvallen zijn concreet. In totaal worden 23 bemanningsleden nog vermist en twee schepen zijn tot zinken gebracht. De getroffen schepen zijn voornamelijk bedoeld voor het vervoer van graan en andere landbouwproducten vanuit Oekraïense havens. De Britse krant The Guardian schrijft dat dit de Oekraïense economie hard raakt.

Ook de verzekeringsmarkt reageert. Het Joint War Committee van de Londense maritieme verzekeringsmarkt rekent vrijwel de hele Zwarte Zee tot een hoogrisicogebied. Uitgezonderd zijn de territoriale wateren van Roemenië, Bulgarije en Turkije. Eerder gold die aanduiding alleen voor kustwateren nabij Rusland en Oekraïne, waardoor de vaarroutes nu tot de gevaarlijkste ter wereld behoren.
Oproepen tot eenheid en steun aan Oekraïne
De Nederlandse Europarlementariër Anna Strolenberg (Volt, De Groenen) zei ‘doodsbang’ te zijn dat Poetin niet zal stoppen in Oekraïne. ‘Dat hij ook achter ons aan zal komen’, zei ze. Volgens haar geeft Poetin die boodschap elke dag, ‘wanneer onschuldige Oekraïners worden gedood, wanneer onze schepen worden gebombardeerd, wanneer ons luchtruim wordt geschonden’.

Europarlementariër Thijs Reuten, namens PRO aangesloten bij de Sociaaldemocraten, richtte zich op de lidstaten. Hij riep op te handelen ‘met zelfvertrouwen en eensgezindheid, in solidariteit met alle lidstaten die onder vuur liggen’. Zijn advies: doe ‘precies het tegenovergestelde van wat Moskou wil’ en intensiveer de steun aan Oekraïne.
Bronnen: BNR, De Dagelijkse
Standaard, NU.nl, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, Welingelichte
Kringen, rd.nl, leidschdagblad.nl, gooieneemlander.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.
Foto: Een militaire drone op een lanceerinstallatie — U.S. Army photo by Maj. John Ambelang (bron), Public domain










