Twee toeschouwers die op 6 mei 2024 gewond raakten bij een demonstratie op de Universiteit van Amsterdam (UvA), hebben recht op in totaal ruim 2000 euro schadevergoeding. De 37-jarige Samer A. moet de twee mannen respectievelijk 1385 euro en 750 euro betalen nadat hij hen buiten de opgeworpen barricades met een houten plank op het hoofd sloeg.

Naast de financiële vergoeding legde de rechtbank Amsterdam op 3 november 2026 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een maand op voor poging tot zware mishandeling. Omdat de veroordeelde na zijn arrestatie al 36 dagen in voorarrest doorbracht, hoeft hij niet opnieuw de cel in. Van de extra aanklacht voor openlijke geweldpleging sprak de meervoudige strafkamer hem vrij.
Tentenkamp en verstoring op Roeterseiland
Het geweldsincident speelde zich af op de Roeterseilandcampus in Amsterdam, waar studenten en medewerkers op de middag van 6 mei 2024 een tentenkamp opzetten. Groepen als Studenten voor Rechtvaardigheid in Palestina en AUFreePalestine eisten dat de universiteit openheid gaf over Israëlische samenwerkingen en alle banden met instellingen in dat land direct zou verbreken.
De actievoerders bouwden barricades rondom het bezette terrein, waar gedurende de dag honderden betogers op afkwamen. Op een gegeven moment werd de bijeenkomst verstoord door een groep gemaskerde personen die met vuurwerk en fakkels door de afzettingen braken. Er ontstond een confrontatie tussen twee groepen waarbij over en weer klappen vielen.
Geweld met houten plank buiten de barricades
Tijdens deze ongeregeldheden ging A. samen met anderen buiten de opgeworpen versperringen twee mannelijke toeschouwers te lijf met een houten plank. Volgens de slachtoffers hadden zij niets met de eerdere verstoring van het protest te maken en keken zij alleen toe. Een van hen stond te filmen, terwijl de ander achteruitlopend werd achtervolgd en geraakt.
Beide omstanders werden op het hoofd en het lichaam geraakt en hielden daar fors hoofdletsel aan over. Het ene slachtoffer liep door de klappen een breuk in de schedel op. De tweede man hield meerdere schrammen op zijn hoofd over aan de aanval op het openbare terrein rond het universiteitscomplex.
Verweer van noodtoestand en eis van justitie
Tijdens de inhoudelijke behandeling op 20 oktober 2026 erkende A. dat hij met de plank had geslagen. Hij verklaarde uit angst en paniek te hebben gehandeld nadat hij zelf met fakkels was geslagen. Zijn advocaat voerde aan dat de politie te laat ingreep en dat zijn cliënt het geweld van tegendemonstranten wilde stoppen.

Het Openbaar Ministerie (OM) verwierp het argument van zelfverdediging omdat de geraakte mannen enkel toekeken. De aanklager eiste een taakstraf van 180 uur en honderd dagen cel, waarvan 64 dagen voorwaardelijk. De politierechter had de strafzaak eerder vanwege de complexiteit doorverwezen naar de meervoudige kamer met drie rechters, die het beroep op noodweer eveneens afwees.
Blijvende klachten bij beide slachtoffers
De aanval heeft tot op de dag van de uitspraak grote gevolgen voor het dagelijks leven van de twee getroffen toeschouwers. Zij kampen allebei nog altijd met lichamelijke klachten, waaronder vermoeidheid, onrust en spanningshoofdpijn. Daarnaast ervaren de mannen psychische problemen zoals stress, angst en aanhoudende gevoelens van onveiligheid.
Door het opgelopen letsel en de nasleep daarvan konden beide slachtoffers hun werk gedurende een periode niet of slechts gedeeltelijk uitvoeren. De rechtbank wees er bij het vonnis op dat het geweld plaatsvond op een openbare locatie rond een eerder vreedzame betoging, wat tevens bijdroeg aan bredere maatschappelijke gevoelens van onrust en onveiligheid.
Eerdere veroordelingen wegens geweldsdelicten
Bij het bepalen van de onvoorwaardelijke celstraf woog de rechtbank mee dat de 37-jarige man een strafblad heeft voor soortgelijke feiten. Eerder in 2026 werd hij al onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke werkstraf van 150 uur wegens openlijke geweldpleging. Daarnaast kreeg hij in 2025 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor twee andere geweldsfeiten.
Tegen die veroordeling uit 2025 loopt nog een hoger beroep bij een hogere rechter. Verder kreeg A., die jaren geleden vanuit Jordanië naar Nederland kwam, in hoger beroep drie maanden celstraf voor het aanrichten van vernielingen in een UvA-pand op 13 mei 2024; die specifieke zaak ligt nog bij de Hoge Raad.
Ontruimingen, schade en eerdere strafzaken
Het protest op 6 mei 2024 werd uiteindelijk op last van burgemeester Femke Halsema door de Mobiele Eenheid (ME) beëindigd, waarbij 169 aanhoudingen zijn verricht. In de dagen erna volgden nieuwe bezettingen bij de Oudemanhuispoort en op het Rokin. De totale schade voor de universiteit in mei en juni 2024 liep op tot 4,1 miljoen euro.

Verschillende andere betogers werden eerder al berecht voor hun rol tijdens de ongeregeldheden. Zo kreeg de Britse student Toby H. in mei 2024 twee maanden cel, waarvan één voorwaardelijk, voor het slaan van de politie met een paraplu. In februari 2025 kreeg studente Ran Z. dezelfde straf voor het gooien van stokken en het beklimmen van eenitieshovel, terwijl student Joaquin L. zestig uur taakstraf kreeg voor het gooien van een waterfles.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, Welingelichte
Kringen, nos.nl, erasmusmagazine.nl, nl.wikipedia.org, observantonline.nl, om.nl, rechtspraak.nl, nieuwrechts.nl
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.
Foto: Hamer van een rechter op een bureau — Blogtrepreneur (bron), CC BY 2.0










