Acteur en schrijver Maarten Spanjer is vijf dagen voor zijn overlijden getrouwd met zijn vriendin Monique Waterham. Het huwelijk werd in alle haast geregeld in het ziekenhuis, waar Spanjer al enige tijd was opgenomen. Waterham vertelt dat de ceremonie klein was, maar met getuigen en alle gebruikelijke formaliteiten.

Spanjer overleed in de nacht van vrijdag op zaterdag op 73-jarige leeftijd in een hospice in Ouderkerk aan de Amstel. Het huwelijk vond afgelopen maandag plaats, toen duidelijk was dat zijn ziekte niet meer te stuiten was. Waterham zat tijdens de plechtigheid naast zijn bed en hield zijn hand vast.
Een stormachtige relatie van achttien jaar
Spanjer en Waterham, die als purser bij de KLM werkt, hadden achttien jaar lang een turbulente relatie. Ze gingen in die periode ook wel eens uit elkaar. Dat gold ook rond het moment dat bij Spanjer de ziekte werd vastgesteld: ze hadden toen opnieuw even afstand van elkaar genomen.

Toen Spanjer ziek werd, bedacht Waterham zich geen moment. Ze nam al haar vrije dagen bij de KLM op en haalde hem bij zich in huis om hem te verzorgen. Spanjer had ongeveer een jaar eerder, rond zijn 73e verjaardag, te horen gekregen dat hij blaas- en prostaatkanker had.
Een wens die nog op tijd moest worden vervuld
Toen Spanjer besefte dat hij niet lang meer had, sprak hij een duidelijke wens uit. ‘Ik wil als getrouwde man de kist in’, zei hij. Die wens kwam voor veel vrienden als een verrassing, want Spanjer hield aan Amsterdamse cafétafels zijn publiek altijd voor dat trouwen het laatste was wat hij zou doen.

Half september waren nieuwe klachten het teken dat er opnieuw uitzaaiingen waren. Spanjer werd opnieuw opgenomen in het VUmc, waar hij al langer had gelegen dan hem lief was. Volgens Waterham was het toen duidelijk dat het einde nabij was en dat er geen redden meer aan was.
Hoe een ziekenhuis een trouwlocatie werd
Waterham wist zelf niet dat een ziekenhuis een officiële trouwlocatie is. Er bleek een spoedhuwelijk te kunnen worden gearrangeerd. De gemeente Amsterdam werkte mee om alles nog op tijd rond te krijgen. Het werd, zoals Waterham het noemt, heel klein, maar wel met getuigen.

Dat laatste liep niet vanzelf. Een van de getuigen viel af omdat haar paspoort was verlopen. In alle haast werd een andere getuige gevonden, zodat de plechtigheid toch kon doorgaan. Waterham kan er achteraf om lachen, omdat het volgens haar paste bij de manier waarop Spanjer alles altijd deed.
De plechtigheid aan het ziekenbed
‘Hij lag op bed, natuurlijk. En ik zat naast hem en hield zijn hand vast’, vertelt Waterham. Verder was het volgens haar een gewone huwelijksvoltrekking, met alle vragen en formaliteiten die daarbij horen. Spanjer lag dus gewoon in zijn ziekenhuisbed terwijl de ambtelijke handelingen werden verricht.

Spanjer verheugde zich vooral op één vraag: die over trouw blijven tot de dood hen zou scheiden. ‘Plechtig zei hij: Dat durf ik in déze fase van mijn leven wel te beloven’, aldus Waterham. Dat Spanjer zijn gevoel voor humor tot het laatst behield, bleek ook op dit moment.
Rijk de Gooyer junior valt midden in de plechtigheid
Tijdens de ceremonie liep onverwacht bezoek binnen. Rijk de Gooyer junior kwam volgens Waterham spontaan op bezoek en viel midden in de huwelijksplechtigheid. Zij zegt dat het daardoor ‘weer echt op z’n Maartens’ ging. Spanjer had met zijn vriend Rijk de Gooyer eerder een serie reclamespots gemaakt.

Ondanks het verdriet kan Waterham een lach niet onderdrukken als ze terugdenkt aan de scène. ‘Lachen en plezier maken hebben we altijd gedaan’, zegt ze. Het is volgens haar wonderlijk hoe je onder zulke omstandigheden toch kunt lachen. ‘We waren op dat moment oprecht gelukkig.’
Rust na het jawoord
Een van de aanwezigen vertelde later dat hij een complete rust over Spanjer zag komen vanaf het moment dat het jawoord had geklonken. Volgens die persoon was dit wat hij wilde en zou nu alles goed worden geregeld, door Monique die je om een boodschap kan sturen. ‘Nu was het goed.’

Het huwelijk betekende voor Waterham een bijzondere en pijnlijke omkering. Haar rouwproces begon in een periode die de wittebroodsweken hadden moeten zijn. Het paar wist dat hun geluk als echtpaar niet lang zou duren, maar Spanjer wilde haar per se tot mevrouw Spanjer maken.
Twee dagen later ging het snel achteruit
Twee dagen na de plechtigheid verslechterde de toestand van Spanjer ernstig. Hij werd overgebracht naar een hospice om daar in alle rust te sterven. Eerst werd nog gerekend op een of twee weken, maar het ging sneller. In de dagen daarna werd het eerder een kwestie van dagen of zelfs uren.

Waterham zegt dat het verschrikkelijk was: ‘Het zat ineens overal, er was geen redden meer aan.’ Spanjer probeerde volgens haar nog positief te blijven, maar er was geen enkele strohalm meer om zich aan vast te houden. Het eerdere optimisme van de zomer, toen hij zich nog goed voelde, was weg.
Een stop in de zon langs de Amstel
De rit naar het hospice in Ouderkerk aan de Amstel is Waterham bijgebleven. De zon stond hoog aan de hemel toen ze wegreden bij het ziekenhuis. Omdat het zo’n mooie dag was, moet Spanjer volgens haar hebben gedacht dat hij er even uit wilde, nog één keer in de zon.

Dat kon: de ambulance stopte aan de kant van de weg. Spanjer werd eruit getild en ongeveer vijf minuten zat het paar daar te genieten van het onverwachte moment. Het leverde volgens Waterham misschien wel de meest dierbare foto’s van haar leven op: zijn tevreden gezicht, intens genietend van zijn laatste moment buiten.
Het overlijden in de nacht van vrijdag op zaterdag
Vrijdag dacht Waterham de hele dag dat het elk moment kon gebeuren. Het werd uiteindelijk één uur ’s nachts. Spanjer maakte even een geluid en ze was bang dat hij pijn had. Zijn hoofd rolde om, tegen haar schouder aan, en dat was het. Waterham was bij zijn overlijden aanwezig.

De laatste weken had Spanjer gedetailleerd beschreven hoe hij zijn afscheid wilde, en waar. Hij legde vast wie er mochten komen en welke muziek in de aula moest klinken. Zijn afscheid vindt zaterdag plaats, precies op zijn 74e verjaardag, iets wat hij niet had kunnen plannen.
Van Spetters tot Taxi
Spanjer werd in 1980 bekend met zijn rol als jonge motorcrosser in de film Spetters van Paul Verhoeven. Later groeide hij uit tot een vertrouwd gezicht op televisie met Taxi, waarin hij als taxichauffeur gesprekken voerde met passagiers. Daarmee won hij een Gouden Roos op het festival in Montreux.

Spanjer was ook schrijver en schreef columns en korte verhalen. De laatste maanden schreef hij columns over zijn ziekte en over grappige observaties uit de wachtkamer van het ziekenhuis. Zijn vrienden komen op zijn 74e verjaardag bij elkaar. Sommigen zullen volgens Waterham zeggen: ‘Typisch Maarten.’
Bronnen en credits
Bronnen: Libelle, Vandaag Inside, Volkskrant, telegraaf.nl, nos.nl, adavilaro.cat
Dit artikel is tot stand gekomen met ondersteuning van
kunstmatige intelligentie (AI). Ter ondersteuning van onze
menselijke redacteurs gebruiken wij Google Gemini met
zoekfunctionaliteit om informatie te verzamelen,
nieuwsfeiten te structureren en een artikel op te stellen. Vóór publicatie controleert een menselijke
redacteur de feiten, bronnen en inhoud. Waar nodig worden
onjuistheden gecorrigeerd en wordt de tekst aangepast voor een
natuurlijke en duidelijke schrijfstijl. AI ondersteunt ons
redactionele proces, maar vervangt de menselijke controle
niet. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij onze
redactie.










