De Europese defensie-industrie moet over vier jaar in staat zijn om zelfstandig de belangrijkste conventionele wapensystemen te produceren. Dat is een van de meest concrete doelstellingen uit de nieuwe internationale veiligheidsstrategie die minister Berendsen van Buitenlandse Zaken dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De inzet is helder: Nederland en Europa moeten drastisch minder afhankelijk worden van de Verenigde Staten, en dat proces moet in hoog tempo beginnen.
Een nieuw veiligheidslandschap voor Europa
De internationale verhoudingen zijn de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Europa kan niet langer vanzelfsprekend rekenen op Amerikaanse militaire slagkracht en politieke steun. Het kabinet speelt hierop in met een brede strategische visie, gericht op meer Europese zelfstandigheid op het gebied van veiligheid. Daarin staat niet alleen militaire capaciteit centraal, maar ook inlichtingen, raketverdediging en de bescherming van het eigen grondgebied.
Minister Berendsen formuleert de ambitie expliciet in de strategie die hij naar de Kamer stuurde. “We moeten opschalen en meer verantwoordelijkheid nemen voor onze veiligheid”, schrijft hij. Daarmee markeert het kabinet een duidelijke koerswijziging: Europa moet niet langer wachten op Washington, maar zelf de regie nemen over de eigen veiligheid.
De urgentie is groot, aldus de minister. Bovendien geldt dat de overgang zorgvuldig moet worden ingericht. Voorkomen moet worden dat er tijdens het afbouwen van de Amerikaanse rol gaten vallen in de Europese verdediging. “Maar we gaan stap voor stap capaciteit overnemen”, benadrukt Berendsen.
Harde deadline: 2030 als scharnierjaar
De veiligheidsstrategie noemt 2030 als een cruciale richtdatum. In dat jaar moet er een concreet plan in gang zijn gezet waardoor Europa grotendeels zelf verantwoordelijk wordt voor de veiligheid op het eigen continent. Dat is ambitieus: vier jaar is een korte tijdspanne voor zo’n fundamentele geopolitieke verschuiving.

Daarnaast stelt de strategie dat strategische capaciteiten voortaan steeds meer in Europees verband moeten worden opgebouwd. Dat geldt specifiek voor twee terreinen die nu nog zwaar leunen op de Amerikanen: inlichtingenverzameling en de verdediging tegen ballistische raketten. Op beide gebieden wil het kabinet Europese alternatieven ontwikkelen. De transitie vindt echter wel “in nauwe coördinatie met de VS” plaats, zodat er geen onveilige overgangsfase ontstaat.
Europese wapenindustrie moet zelf kunnen leveren
Een van de meest tastbare doelstellingen betreft de Europese defensie-industrie. Die moet binnen vier jaar in staat zijn om de belangrijkste conventionele wapensystemen zelf te produceren, of ze op zijn minst in ontwikkeling hebben. Dat is een directe reactie op de kwetsbaarheid die de afgelopen jaren zichtbaar werd: Europa bleek bij conflicten sterk afhankelijk van Amerikaans materieel en Amerikaanse productiecapaciteit.
Het kabinet wil die afhankelijkheid doorbreken door investeringen in eigen productie te stimuleren, samen met Europese bondgenoten. De details over welke systemen precies prioriteit krijgen en welke landen daarin samenwerken, worden in de strategie niet volledig uitgewerkt. Toch geeft de richting een duidelijk signaal aan de industrie en aan bondgenoten.
Nucleaire vraag: samenwerking met Frankrijk verkend
Het meest gevoelige onderdeel van de veiligheidsstrategie betreft kernwapens. Eerder was al naar buiten gekomen dat het kabinet een mogelijke samenwerking met Frankrijk op nucleair gebied verkent. De strategie bevestigt dat dit traject loopt, al blijven de details vooralsnog vaag. Een concrete deal is er nog niet gesloten.
Minister Berendsen plaatst de nucleaire verkenning nadrukkelijk in een juridisch kader. Het non-proliferatieverdrag, waarbij 190 landen hebben beloofd de verdere verspreiding van kernwapens tegen te gaan, vormt daarvoor de grens. “Een kernwapenvrije wereld blijft het uiteindelijke doel”, schrijft hij, “maar zolang kernwapens bestaan zal de NAVO een nucleaire alliantie blijven.” Binnen het bondgenootschap beschikken naast Frankrijk ook de VS en het Verenigd Koninkrijk over nucleaire wapens.
Wat betekent dit voor Nederland en de NAVO?
De plannen van Berendsen hebben directe gevolgen voor de positie van Nederland binnen de NAVO. Enerzijds sluit de strategie nauw aan bij de roep binnen het bondgenootschap om Europese lidstaten meer verantwoordelijkheid te laten dragen. Anderzijds is het een politiek gevoelig signaal: Europa bouwt aan eigen militaire slagkracht, deels onafhankelijk van Amerika.
Bovendien stelt de strategie dat dit niet ten koste gaat van de transatlantische band. De coördinatie met Washington blijft centraal staan, tenminste tijdens de overgangsperiode. Daarna moet Europa echter op eigen benen kunnen staan. Dat vraagt niet alleen om investeringen, maar ook om politieke wil bij alle Europese bondgenoten. Of die er voldoende is, blijft een open vraag.
Volgende stappen in het debat
De Tweede Kamer buigt zich binnenkort over de nieuwe veiligheidsstrategie. Verwacht wordt dat er stevige debatten volgen, zowel over de nucleaire verkenning met Frankrijk als over de vraag hoe realistisch de ambitie voor 2030 is. Het kabinet heeft de richting bepaald, maar de uitwerking en financiering moeten nog concreter worden. Duidelijk is dat minister Berendsen met deze strategie een historische koerswijziging in gang wil zetten, waarbij Europa de veiligheid van het eigen continent steeds meer in eigen handen neemt.
Bronnen en credits
Bronnen: NOS, RTL Nieuws











