Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid krijgt deze week op twee fronten kritiek te verwerken. De voltallige oppositie in de Tweede Kamer wil dat hij afziet van de geplande verhoging van de verkeersboetes in 2027, nadat de Raad van State maandag oordeelde dat die verhoging niet gerechtvaardigd is. Tegelijkertijd verlangt de Kamer opheldering over de manier waarop Van Weel eerder dit jaar cijfers over niet-behandelde aangiftes presenteerde, nadat de Algemene Rekenkamer dinsdag concludeerde dat hij de Kamer daarover op het verkeerde been had gezet.

De twee kwesties staan los van elkaar, maar vallen wel in dezelfde week samen en zetten de minister onder verhoogde politieke druk. Van Weel is sinds 23 februari 2026 minister van Justitie en Veiligheid in het kabinet-Jetten. Eerder bekleedde hij in het kabinet-Schoof al die post, van 2 juli 2024 tot 5 september 2025, voordat hij overstapte naar Asiel en Migratie en vervolgens Buitenlandse Zaken. De VVD’er begon zijn loopbaan bij de Koninklijke Marine en werkte van 2020 tot 2024 bij de NAVO, onder meer als adjunct-secretaris-generaal belast met acute veiligheidsdreigingen.

Oppositie verzet zich tegen hogere boetes
Volgens het Nederlands Dagblad vindt de voltallige oppositie in de Tweede Kamer dat Van Weel moet afzien van zijn plan om de verkeersboetes in 2027 verder te verhogen. De partijen scharen zich daarmee achter het oordeel van de Raad van State, die maandag stelde dat de verhoging niet gerechtvaardigd is. Van Weel zou volgens een samenvatting van de Volkskrant van plan zijn de boetes volgend jaar met 2,7 procent te laten stijgen, gelijk aan de inflatie tussen maart 2025 en maart 2026. Trouw meldt dat de kritiek van de Raad van State zich specifiek zou richten op een verhoging van boetes voor lichtere vergrijpen. Deze details zijn afkomstig uit beknopte berichtgeving en nog niet in volle omvang bevestigd.

Rekenkamer spreekt van misleiding over aangiftes
Los van de boetediscussie ligt Van Weel onder vuur vanwege een ander dossier. De Algemene Rekenkamer concludeerde dinsdag dat de minister de Tweede Kamer “op het verkeerde been” had gezet over tienduizend aangiftes van ernstige misdrijven die de politie in 2024 niet in behandeling nam. Ongeveer zevenduizend daarvan werden direct afgewezen. In de overige gevallen begon de politie wel een onderzoek, maar werd dat later stopgezet wegens capaciteitsgebrek bij de politie of het Openbaar Ministerie.

Minister spreekt van verhaspeling
Van Weel zwakte de ernst van de situatie afgelopen zomer af tijdens een debat in de Tweede Kamer. Hij stelde toen dat het voor een groot deel om meldingen ging in plaats van aangiftes. Dat blijkt niet te kloppen: slechts 10 procent van de gevallen betrof daadwerkelijk een melding. Volgens de Rekenkamer heeft de minister de Kamer daarmee onjuist geïnformeerd.

De minister zelf bestrijdt die lezing. “Verreweg de meeste van de tienduizend gevallen” werden volgens hem niet opgepakt omdat er volgens de politie onvoldoende aanknopingspunten waren voor verder onderzoek. Dat hij niet meldde dat het ook ging om aangiftes met te weinig aanknopingspunten, noemt hij “een verhaspeling”. Van Weel blijft ontkennen dat hij de Kamer onjuist heeft geïnformeerd of op het verkeerde been heeft gezet, en spreekt liever van “een verschil van inzicht”. Er bestaan dus tegenstrijdige lezingen tussen de Rekenkamer en de minister over wat er destijds precies is gecommuniceerd.

Kamer eist debat over aangiftecijfers
De Tweede Kamer wil dat Van Weel in een apart debat uitleg komt geven over de kwestie rond de aangiftes. De Groep Markuszower gaat daarvoor een verzoek indienen. Coalitiepartijen D66 en CDA steunen dat verzoek, zo bevestigen beide partijen na berichtgeving van de NOS. Ook PRO, BBB en JA21 willen op korte termijn een debat over het onderwerp. Daarmee dreigt de minister op twee aparte dossiers verantwoording te moeten afleggen in de Kamer.

Gevolgen voor slachtoffers volgens Rekenkamer
De Algemene Rekenkamer wijst op de gevolgen van het niet behandelen van ernstige misdrijven. Slachtoffers van onder meer zedenzaken en zware diefstallen krijgen daardoor niet de rechtvaardigheid waar zij volgens de Rekenkamer recht op hebben. Deze constatering vormt de kern van de kritiek op het informatiebeleid van de minister, los van de discussie over de verkeersboetes.
Twee dossiers, één minister onder druk
Hoewel de boetekwestie en de kritiek van de Rekenkamer inhoudelijk niets met elkaar te maken hebben, raken beide dezelfde minister in dezelfde week. Aan de ene kant staat de voltallige oppositie tegenover hem in de discussie over de geplande verhoging van de verkeersboetes, gesteund door het oordeel van de Raad van State. Aan de andere kant moet hij zich verantwoorden voor de manier waarop hij de Kamer eerder informeerde over niet-behandelde aangiftes. Beide kwesties vergroten de politieke druk op Van Weel, zonder dat er tot dusver sprake is van een formeel Kamerbesluit over het terugdraaien van de boeteverhoging of van een reactie van de minister op de kritiek van de Raad van State.

Vervolg via aangekondigd Kamerdebat
Concreet vervolg is er vooralsnog vooral op het dossier van de aangiftes: daar ligt een debatverzoek van de Groep Markuszower, gesteund door meerdere partijen, waarin Van Weel om opheldering wordt gevraagd. Over de verkeersboetes heeft de oppositie haar standpunt kenbaar gemaakt via de media, maar een formeel debat of stemming daarover is nog niet aangekondigd in de aangeleverde berichtgeving.
Bronnen en credits
Bronnen: NU.nl, Nederlands Dagblad, parlement.com











