Dick Schoof spreekt de Verenigde Naties toe

Schoof waarschuwt voor uitgewoonde ambtenaren bij coronacrisis: ‘Onvoorstelbaar goed werk’

Dick Schoof, voormalig topambtenaar op het ministerie van Justitie en Veiligheid, sloeg donderdag een bijzondere toon aan bij de parlementaire enquêtecommissie corona. Hij schetste hoe het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zichzelf vol tegenkwam aan het begin van de coronapandemie, maar hij eindigde met een opvallend compliment. Achter die loftuiting schuilt echter een ernstig signaal over wat crisisbeheersing doet met mensen.

Een ministerie dat niet klaar was voor een crisis

Volgens Schoof was de organisatie van VWS bij het uitbreken van de coronapandemie simpelweg niet ingericht op een crisis van die omvang. Hij verklaarde dat corona in eerste instantie begon als een gezondheidscrisis, waardoor het zwaartepunt van de aanpak volledig bij VWS lag. Dat bracht een enorme werkdruk met zich mee. Bovendien moest het ministerie zijn eigen structuur tegelijkertijd overeind houden én compleet hervormen.

“Alles wat men moest doen in de crisisbeheersing was zo groot en omvattend dat het zich als het ware opnieuw moest inrichten om dat te kunnen”, aldus Schoof tegenover de commissie. Dat proces kostte veel energie, benadrukte hij. Daarnaast gebeurde dit alles onder wat hij omschreef als “een onvoorstelbaar maatschappelijk vergrootglas en maatschappelijke druk”. Beide factoren samen vormden een combinatie die het personeel van VWS tot het uiterste dreef.

Lees ook:  Studie onthult pijnlijke keuzes voor automobilisten: 'Zoveel procent rijdt minder´

Het gevaar van totale betrokkenheid

Juist op dat punt legde Schoof een gevoelig thema op tafel. Hij wees op het risico dat ambtenaren volledig worden uitgewoond, omdat zij vanuit hun betrokkenheid alles geven om de crisis te beheersen. Dit is volgens hem geen teken van zwakte, maar eerder een logisch gevolg van professionals die zich volledig inzetten. Toch brengt die inzet een prijs met zich mee.

Die waarschuwing is relevant, omdat ze een bredere vraag oproept over de manier waarop Nederland zijn crisisdiensten inricht. Als een ministerie als VWS bij het uitbreken van een pandemie direct in zwaar weer terechtkwam, wat zegt dat dan over de voorbereiding op toekomstige crises? Schoof gaf geen rechtstreeks antwoord op die vraag, maar zijn woorden laten weinig aan de verbeelding over.

Schoof prijst VWS ondanks alle moeilijkheden

Opvallend genoeg sloot Dick Schoof zijn verklaring af met een uitgesproken loftuiting. “Uiteindelijk kon VWS het aan”, zei hij. Hij voegde daaraan toe dat het ministerie “onvoorstelbaar goed werk” heeft geleverd. Dat oordeel steekt af tegen de toon van veel andere getuigenissen bij de parlementaire enquête, die doorgaans kritischer van aard zijn.

Daarmee plaatste Schoof de organisatorische tekortkomingen expliciet in het licht van wat er uiteindelijk wél werd bereikt. Hij erkende de problemen, maar relativeerde ze tegelijkertijd. Volgens hem toonde VWS veerkracht door onder extreme omstandigheden door te werken en zich voortdurend aan te passen aan een snel veranderende situatie.

Lees ook:  Geert Wilders kreeg telefoonverbod van zijn vrouw: ´Stiekem toch appen onder de lakens´

Rol van Schoof tijdens de pandemie

Dick Schoof was tijdens de coronacrisis de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie en Veiligheid, de hoogste ambtelijke functie binnen dat departement. Vanuit die positie had hij nauw zicht op de bredere coördinatie tussen ministeries. Dat maakt zijn getuigenis bij de enquêtecommissie bijzonder waardevol: hij sprak niet alleen vanuit zijn eigen ministerie, maar ook als iemand die de samenwerking tussen departementen van dichtbij meemaakte.

Zijn verklaring in Den Haag past binnen een bredere reeks verhoren die de commissie afneemt. Eerder kwamen ook andere betrokkenen aan het woord, waaronder voormalige bewindspersonen en bestuurders. De parlementaire enquêtecommissie corona heeft als doel de aanpak van de coronapandemie in Nederland grondig te doorlichten, om lessen te trekken voor de toekomst.

Wat de enquête blootlegt over crisisvoorbereiding

De getuigenis van Schoof bevestigt een patroon dat eerder bij de enquête al zichtbaar werd: Nederland was bij het uitbreken van de coronapandemie op meerdere fronten niet voldoende voorbereid. Niet alleen qua materiaal of capaciteit, maar ook qua organisatorische structuur. Ministeries die in vredestijd prima functioneren, bleken bij een acute gezondheidscrisis moeite te hebben om snel op te schalen.

Lees ook:  Kanye West dreigt concert in Arnhem te mislopen: 'Niet zo makkelijk'

Toch nuanceerde Schoof die conclusie bewust. Hij benadrukte dat het feit dat VWS zichzelf vol tegenkwam, niet betekent dat het ministerie faalde. Integendeel: juist omdat ambtenaren bereid waren zichzelf tot het uiterste in te spannen, kon Nederland de crisis uiteindelijk het hoofd bieden. Dat onderscheid tussen structurele onvoorbereiding en individuele inzet is een van de rode draden in zijn verklaring.

Bredere lessen voor de toekomst

De parlementaire enquête bevindt zich in een cruciale fase. De getuigenissen die nu worden afgenomen, vormen straks de bouwstenen voor het eindrapport van de commissie. Dat rapport moet inzicht geven in wat er goed en fout ging tijdens de coronacrisis, en moet concrete aanbevelingen bevatten voor de aanpak van toekomstige pandemieën of andere grootschalige crises.

De verklaring van Dick Schoof zet daarin een duidelijke toon. VWS leverde uiteindelijk resultaat, maar de prijs die ambtenaren daarvoor betaalden was hoog. De vraag is nu of de commissie die constatering vertaalt naar bindende aanbevelingen over hoe Nederland zijn crisisapparaat structureel versterkt, zodat ambtenaren bij een volgende crisis niet opnieuw zichzelf volledig hoeven op te branden om het land overeind te houden.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's