Wie asiel aanvraagt en te lang op een besluit wacht, kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet langer via een dwangsom onder druk zetten. De Eerste Kamer ging dinsdag 13 oktober 2026 akkoord met een voorstel van asielminister Bart van den Brink om die mogelijkheid af te schaffen. De CDA-minister wil de maatregel binnen een week laten ingaan.

Volgens de minister kost het systeem de dienst juist de tijd die nodig is om aanvragen af te handelen. Hij spreekt van een ‘destructief effect’. De IND zelf reageert blij op het besluit. Het voorstel maakt deel uit van een eerder gestrande asielwet, waarvan de minister losse maatregelen alsnog wil doorvoeren.
Elke dwangsom vraagt een toelichting bij de rechtbank
Een rechter kan een dwangsom opleggen als een asielzoeker beroep aantekent tegen het uitblijven van een asielbesluit. Dat beroep moet de overheid prikkelen om sneller te werken. In de praktijk, zo stelt Van den Brink, leidt het tot een ander probleem: de dienst raakt bezig met de procedures zelf.
Bij iedere dwangsom moet namelijk een IND-medewerker bij de rechtbank uitleggen waarom de asielaanvraag niet op tijd is behandeld. Die medewerker is dan niet bezig met het beoordelen van aanvragen. Daardoor hebben medewerkers volgens de minister nog minder tijd voor hun eigenlijke werk, terwijl de achterstand al groot is.
Meer dan tweehonderd aanvragen per werkdag
De omvang van het probleem noemde de minister in de Eerste Kamer. Volgens hem zijn de afgelopen jaren meer dan tweehonderd dwangsommen per werkdag aangevraagd. Elke aanvraag leidt in zijn beschrijving tot extra werk voor de dienst, die al kampt met een achterstand.
Van den Brink noemt die achterstand ‘volledig uit de hand gelopen’ en ‘niet tijdig in te lopen’. Tijdens het debat zei hij: ‘De dwangsommen hebben een destructief effect.’ Dat oordeel vormt de kern van zijn argumentatie om de dwangsommen te schrappen in plaats van te hervormen.
Honderden miljoenen aan uitbetalingen
Ook de kosten spelen mee. Tot september betaalde de IND dit jaar al 112 miljoen euro aan dwangsommen. Een jaar eerder bleef het totaalbedrag nog op 79 miljoen euro steken, zodat de uitgaven duidelijk zijn gestegen.
De dienst heeft een enorme achterstand en behandelt veel asielverzoeken te laat. Dat is precies de situatie waarin een asielzoeker de rechter kan vragen een dwangsom op te leggen. De betalingen lossen de achterstand niet op, maar komen bovenop de kosten van de procedures.
Wachten tot drie jaar
Voor asielzoekers is de wachttijd lang. Wie asiel aanvroeg voordat het Europese migratiepact op 12 juni inging, moet tot drie jaar wachten op een besluit. Juist voor die groep bood de dwangsom een middel om de druk op de dienst op te voeren.
Dat middel verdwijnt nu. De minister wil de maatregel binnen een week laten ingaan. Of de wachttijden daardoor korter worden, staat niet vast: de afschaffing neemt de procedures weg, maar lost de achterstand zelf niet op.
De IND: ‘Dwangsomprocedures helpen daar niet bij’
De IND reageerde dinsdagavond positief. Directeur-generaal Rhodia Maas zei dat dwangsommen ooit zijn ingevoerd als stimulans om de dienst sneller te laten beslissen. ‘Maar in de praktijk leveren ze vooral extra werkdruk, hoge kosten en onnodige werklast op’, aldus Maas.
Het doel, sneller beslissen, werd volgens haar niet bereikt. Maas erkent dat ’te veel mensen te lang moeten wachten op een beslissing’ en daardoor langdurig in onzekerheid leven. ‘Zij hebben recht op een tijdige behandeling door de IND. Maar hoe gek het misschien ook klinkt, dwangsomprocedures helpen daar niet bij.’
Een maatregel uit een weggestemde wet
De afschaffing was onderdeel van de asielwet van voormalig PVV-minister Marjolein Faber. Die strenge wet werd eerder dit jaar in de Eerste Kamer weggestemd, omdat de PVV-fractie de steun introk. Daarmee verdween ook de afschaffing van de dwangsommen van tafel.
Van den Brink zei eerder al dat hij losse maatregelen uit die wet alsnog wilde doorvoeren. Met het akkoord van de Eerste Kamer is dat voor de dwangsommen gelukt. De minister kiest dus voor afzonderlijke onderdelen in plaats van een nieuw, groot wetspakket.
Ook vastzetten voor uitzetting geregeld
De Eerste Kamer stemde ook voor een wijzigingsvoorstel over mensen die geen verblijfsvergunning hebben gekregen en niet teruggaan naar hun land van herkomst. Zij kunnen worden vastgezet, zodat ze ‘beschikbaar blijven voor uitzetting’, zo staat in de wet.
Van den Brink noemt de wet ‘een enorme verbetering’. Volgens hem is het vastzetten van mensen die Nederland moeten verlaten maar dat niet doen, nu beter juridisch geregeld. Ook de nieuwe regels voor het afdwingen van een vertrek en het ongewenst verklaren van mensen dragen volgens hem bij aan een betere asielketen.
Wat de afschaffing nog niet oplost
De wijziging ligt er, maar de kern van het probleem blijft bestaan. De IND heeft nog altijd een enorme achterstand, en aanvragers van vóór het migratiepact kunnen nog tot drie jaar op een besluit wachten. De dwangsom verdween als drukmiddel, het wachten niet.

De minister wil de maatregel binnen een week laten ingaan. Voor de IND betekent dat vooral minder zittingen bij de rechtbank waar uitleg moet worden gegeven. Of dat de beloofde ruimte oplevert om sneller te beslissen, moet blijken uit de komende maanden.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, RTL Nieuws, Trouw.nl, Welingelichte Kringen, rd.nl, leidschdagblad.nl
Foto: Logo van de Immigratie- en Naturalisatiedienst op een kassabon — Donald Trung Quoc Don (Chữ Hán: 徵國單) – Wikimedia Commons.(Want to use this image (bron), CC BY-SA 4.0
Foto: Kantoorgebouw van de IND aan een straat — Donald Trung (bron), CC BY-SA 4.0










