Het kabinet verwacht in november 2027 een rapport met adviezen om onlinediscriminatie tegen te gaan. Wie wil meepraten over het onderwerp, kan zich aanmelden voor onlinemeetings en gesprekken in het echt. Het advies dat daaruit voortkomt, moet het kabinet houvast bieden in de aanpak van discriminatie op internet.

Voor wie het nieuws aangaat, is vooral de tijdlijn van belang. Tussen nu en het verschijnen van het rapport zit ruim een jaar. In die periode krijgen mensen de kans om hun ervaringen en ideeën in te brengen. Daarmee wil het kabinet het advies laten steunen op wat in de samenleving leeft.
Het advies komt uit gesprekken met burgers
Het rapport met adviezen wordt opgesteld op basis van twee soorten bijeenkomsten: onlinemeetings en fysieke gesprekken over onlinediscriminatie. Het advies komt dus niet alleen van beleidsmakers, maar is gebouwd op wat deelnemers tijdens de gesprekken inbrengen. Daarmee krijgt de uitkomst een duidelijke basis in de praktijk.
Aan de gesprekken kan iedereen meedoen. Daarvoor is aanmelding nodig, en die staat open voor alle belangstellenden. Over de precieze data, de plaatsen waar de fysieke gesprekken plaatsvinden en de manier van aanmelden is nog niets bekendgemaakt. Wie mee wil doen, moet dus nog op meer informatie wachten.
Fysieke gesprekken komen bij de onlinemeetings
De onlinegesprekken waren al eerder door het kabinet aangekondigd. Nieuw is dat er ook echte gesprekken komen, waarbij mensen elkaar ontmoeten om het probleem te bespreken. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie maakte die aanvulling bekend. De fysieke gesprekken komen dus bovenop het eerdere plan.
Die toevoeging verandert het karakter van het traject. Een onlinemeeting is voor veel mensen laagdrempelig, maar een gesprek aan tafel nodigt vaak uit tot een andere vorm van uitwisseling. Door beide te combineren, kan het kabinet een bredere groep bereiken. Ook mensen die minder snel online meedoen, krijgen zo een kans.
Onderdeel van een groter plan tegen onlinehaat
De gesprekken en het advies staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van een groter plan om iets te doen aan onlinediscriminatie en onlinehaat. Het rapport van november 2027 is daarin een belangrijke stap, omdat het concrete adviezen moet opleveren. Wat die adviezen precies inhouden, is nu nog niet bekend.
Het kabinet kiest er dus voor om eerst te luisteren en daarna te adviseren. De aanpak van discriminatie op internet is een onderwerp waarover veel meningen bestaan, onder meer over waar de grens ligt. Door het gesprek vooraf breed te voeren, probeert het kabinet de uitkomst te laten aansluiten op ervaringen van mensen.
Meerdere rapporten wijzen op toename
De aanleiding voor het plan is al langer zichtbaar. De afgelopen jaren zijn meerdere rapporten verschenen waarin staat dat discriminatie, racisme en haat online toenemen. Het gaat niet om één kleine groep. De rapporten wijzen op meerdere groepen in de bevolking die ermee te maken krijgen.
Die constatering geeft het kabinet een reden om verder te kijken dan losse maatregelen. Als het probleem meerdere groepen raakt, moet ook de aanpak breed worden opgezet. Het advies van november 2027 moet daarom antwoord geven op de vraag hoe discriminatie online effectiever kan worden teruggedrongen voor al die groepen.
Bekende mensen maken haat zichtbaar
Onlinediscriminatie en onlinehaat worden vooral zichtbaar wanneer de berichten gericht zijn op bekende mensen. Het gaat bijvoorbeeld om politici. Ook voetballers van het Nederlands elftal kregen afgelopen zomer te maken met zulke berichten, nadat zij een penalty hadden gemist. Zo werd duidelijk hoe snel een sportieve misser kan omslaan in haat.
Dat zichtbare deel is echter maar een gedeelte van het probleem. Wat bekende mensen overkomt, krijgt aandacht in het nieuws. Wat anderen online meemaken, blijft vaak buiten beeld. Dat maakt het volgens het bredere beeld van de rapporten juist belangrijk om mensen zelf aan het woord te laten in de gesprekken.
Meer dan 580.000 slachtoffers in 2024
Hoe groot het probleem is, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens het CBS waren in 2024 meer dan 580.000 mensen slachtoffer van onlinediscriminatie of onlinehaat. Dat is een aanzienlijk aantal mensen dat zelf te maken kreeg met discriminerende of haatdragende uitingen op internet.
Het cijfer laat zien dat het gaat om meer dan incidenten rond bekende gezichten. Het raakt een grote groep gewone mensen. Daarmee onderstreept het de reden voor het traject: een advies over onlinediscriminatie moet rekening houden met zowel de zichtbare gevallen als met de vele ervaringen die minder aandacht krijgen.
Aerdts: ‘Wat niet normaal is, mag nooit normaal worden’
Aerdts zei over het onderwerp: “Wat niet normaal is, mag nooit normaal worden.” Daarmee benadrukt zij dat het kabinet onlinediscriminatie niet wil laten wennen. Ook zei zij: “Discriminatie hoort niet thuis in onze samenleving, ook niet online. Toch zien we dat mensen er nog te vaak mee te maken krijgen.”

De staatssecretaris voegde daaraan toe: “Daarom moeten we het gesprek blijven voeren over hoe we online met elkaar omgaan, waar de grens ligt en wat je kunt doen als je discriminatie tegenkomt.” Dat zijn precies de vragen die in de onlinemeetings en fysieke gesprekken aan bod komen, vóór het rapport in november 2027.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, Welingelichte Kringen, msn.com










