Het nieuwe Europese migratiepact, maanden geleden met veel fanfare gelanceerd, biedt Nederland voorlopig geen soelaas. De Rechtbank Den Haag heeft dinsdag opnieuw beslist dat asielzoekers niet naar Italië mogen worden teruggestuurd. De vraag die het kabinet nu bezighoudt, is wanneer dat ooit wel mogelijk wordt.

Pact was bedoeld als doorbraak
Op 12 juni 2026 trad het nieuwe Europese migratiepact in werking. De ambitie was helder: strengere controles aan de Europese buitengrenzen, minder doorreis van migranten door Europa, en een eerlijker verdeling van de asielverantwoordelijkheid. Wie via Italië Europa binnenkomt en daarna naar Nederland reist, zou in principe terug moeten kunnen naar het land van eerste aankomst. Dat principe was niet volledig nieuw. Ook vóór het migratiepact bestond de zogenoemde Dublinverordening, waarbij het land van eerste aankomst al een centrale verantwoordelijkheid droeg. Het nieuwe pact moest dat systeem echter steviger verankeren en handhaafbaarder maken.

In de praktijk liep die ambitie al snel tegen een juridische muur. De opvangomstandigheden in Italië zijn al jaren een pijnpunt. Rechters oordeelden eerder dat niet kon worden gegarandeerd dat teruggestuurde asielzoekers daar behoorlijk worden opgevangen. Daarmee lag terugkeer naar Italië al lange tijd feitelijk stil, ondanks de bestaande Europese afspraken. Het nieuwe migratiepact zou daarin verandering brengen, zo hoopte het kabinet.

Minister beriep zich op intentieverklaring en EU-rapport
Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink stelde zich op het standpunt dat de situatie in Italië sinds 12 juni 2026 voldoende was veranderd. Hij wees op een gesprek dat hij in juni voerde met de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken. Daarin zou Italië hebben toegezegd mee te werken aan het nieuwe migratiepact. Bovendien ondertekenden Nederland en Italië een intentieverklaring om de samenwerking op asielgebied te versterken. Daarnaast verwees Van den Brink naar een rapport van de Europese Unie uit juli 2026. Daarin staat dat Italië bezig is de opvangcapaciteit uit te breiden. Samen vormden deze elementen volgens de minister voldoende bewijs dat Nederland opnieuw vertrouwen mocht hebben in de Italiaanse opvangsituatie.

De Rechtbank Den Haag deelt die conclusie echter niet. Verklaringen van intentie en rapporten over uitbreidingsplannen zijn volgens de rechter onvoldoende om te concluderen dat de feitelijke opvangomstandigheden al daadwerkelijk zijn verbeterd. De rechtbank oordeelt dat Van den Brink zijn standpunt onvoldoende heeft onderbouwd met concrete, verifieerbare informatie over de huidige situatie op de grond in Italië.

Russische man krijgt gelijk
De aanleiding voor de uitspraak was een zaak die werd aangespannen door een Russische man. Hij vocht zijn voorgenomen terugkeer naar Italië aan bij de rechter. Dinsdag kreeg hij gelijk. De rechtbank oordeelde dat zijn terugkeer voorlopig niet kan worden afgedwongen, omdat niet is aangetoond dat hij daar op behoorlijke wijze wordt opgevangen. De zaak illustreert hoe individuele asielzoekers via de rechter de uitvoering van het asielbeleid kunnen blokkeren, zelfs als het kabinet meent dat er politieke en diplomatieke gronden zijn voor een koerswijziging.

Tegenvaller voor kabinetsbeleid
Voor het kabinet is dit opnieuw een gevoelige tegenvaller. Het terugsturen van asielzoekers naar het land van eerste aankomst is een van de pijlers van het huidige asielbeleid. Minister Van den Brink heeft herhaaldelijk benadrukt dat hij de instroom wil beperken en dat Nederland niet langer het eindstation mag zijn voor wie via andere Europese landen is gereisd. Het nieuwe migratiepact gold daarvoor als het juridische en politieke fundament. Nu de rechter dat fundament in de context van Italië niet voldoende stevig acht, staat het kabinet opnieuw met lege handen. Bovendien roept de uitspraak bredere vragen op over de effectiviteit van het pact als instrument voor terugkeerbeleid.

De impact reikt verder dan deze ene zaak. Zolang terugkeer naar Italië geblokkeerd blijft, moeten asielzoekers die via dat land zijn binnengekomen in Nederland worden beoordeeld. Dat legt extra druk op de al overbelaste Nederlandse asielketen. Bovendien geeft de uitspraak een signaal af aan anderen die een soortgelijke procedure overwegen. Zolang de rechtbank consistent oordeelt dat de Italiaanse opvang onvoldoende is, blijft de weg naar terugkeer juridisch geblokkeerd.

Wat het pact wel en niet verandert
Het Europese migratiepact brengt overigens wel degelijk veranderingen mee. Zo worden controles aan de Europese buitengrenzen strenger en moeten asielzoekers hun procedure vaker aan die buitengrens afwachten in plaats van binnenin Europa. Ook zijn lidstaten verplicht om beter samen te werken bij het voorkomen van ongecontroleerde doorstroom. Toch laat de uitspraak zien dat het pact op zichzelf geen garantie biedt dat de feitelijke opvangcapaciteit in ontvangende landen ook toereikend is. Politieke intenties en juridische afspraken zijn één ding; de praktijk op de werkvloer is een ander.

Daarmee raakt de zaak aan een structureel probleem binnen het Europese asielbeleid. De landen aan de buitengrenzen van de Europese Unie, zoals Italië en Griekenland, krijgen door het systeem van eerste aankomst een onevenredig grote last toebedeeld. Als hun opvangcapaciteit tekortschiet, stokt het hele terugkeerprincipe. Het nieuwe migratiepact probeert dat mechanisme te versterken, maar geeft geen directe oplossing voor het capaciteitstekort in landen als Italië.

Volgende stap onzeker
Minister Van den Brink heeft nog niet gereageerd op de uitspraak. Het is onduidelijk of het kabinet in hoger beroep gaat of eerst aanvullende informatie over de Italiaanse opvangcapaciteit verzamelt om een nieuwe poging te ondernemen. Zolang geen nieuwe feiten op tafel komen die de rechter wel overtuigen, blijft Nederland gebonden aan de huidige rechtelijke lijn: terugkeer naar Italië is voorlopig van de baan.
Bronnen en credits
Bronnen: NieuwRechts.nl, Volkskrant










