De Nederlandse regering heeft formele excuses aangeboden voor een dodelijk bombardement op de Iraakse stad Mosul in 2016, waarbij zeven onschuldige burgers het leven verloren. Minister Dilan Yesilgöz van Defensie informeerde de Tweede Kamer dinsdagmiddag per brief over de excuses en kondigde tevens een vrijwillige financiële compensatie aan voor de nabestaanden. Het is een historisch moment: tien jaar na de aanval erkent Nederland officieel dat het ging om een fout met fatale gevolgen.

Zeven burgers gedood op universiteitsterrein
Op 22 maart 2016 voerde de Nederlandse luchtmacht een aanval uit op een gebouw op het universiteitsterrein in de Noord-Iraakse stad Mosul. De aanval was bedoeld om het veronderstelde hoofdkwartier van terreurgroep Islamitische Staat (IS) uit te schakelen. Wat de uitvoerende militairen echter niet wisten, was dat het gebouw op dat moment bewoond werd door burgers. Twee mannen, vier vrouwen en een kind kwamen om het leven. Zij behoorden tot twee verschillende families die er slechts tijdelijk verbleven om persoonlijke bezittingen te verhuizen naar een andere woning — niet om de dreiging van IS, maar gewoon om te verhuizen.

Volgens het Ministerie van Defensie was de aanval gebaseerd op informatie van de internationale coalitie tegen IS, die zich grotendeels op Amerikaanse inlichtingen baseerde. Het gebouw stond aangemerkt als een actief hoofdkwartier van de terreurgroep. Uit later onderzoek bleek echter dat de inlichtingen die aan de aanval ten grondslag lagen maar liefst zeven weken oud waren. Of IS op het moment van de aanval daadwerkelijk aanwezig was in het pand, blijft onduidelijk. Defensie concludeert nu: “Er was op basis van de informatie waar Defensie binnen dit onderzoek thans over beschikt, geen sprake van een legitiem militair doelwit.”

Jarenlange stilte en een onthullende publicatie
Bijzonder pijnlijk is dat de betrokken Nederlandse militairen jarenlang niet wisten dat ze burgerdoden hadden veroorzaakt. De piloten verlieten de missie in de veronderstelling dat ze een IS-doelwit hadden geraakt. Pas in 2023, na onthullende berichtgeving door NRC, Nieuwsuur en de NOS, werd het incident publiekelijk bekend. Die publicaties zorgden ervoor dat Defensie een intern onderzoek instelde naar de gebeurtenissen van die bewuste dag in maart 2016.

Nog opvallender is dat de Amerikaanse strijdkrachten al in 2017 door de niet-gouvernementele organisatie Airwars op de hoogte waren gesteld van vermoedelijke burgerslachtoffers bij de aanval. De Amerikanen beoordeelden die melding echter als “niet geloofwaardig” en het was destijds “niet gebruikelijk” om coalitiepartners te informeren over dergelijke meldingen. Nederland bleef daardoor volledig onwetend — totdat de journalistieke onthullingen in 2023 het dossier openden.

Onderzoek: militairen treft geen blaam
Het intern onderzoek van Defensie concludeerde dat de betrokken militairen geen verwijt treft. Zij handelden op basis van de toen beschikbare informatie en volgden de geldende procedures. Er waren geen aanwijzingen dat er burgers aanwezig zouden zijn in het doelwitgebouw. Minister Yesilgöz benadrukt in haar Kamerbrief dan ook dat de aanval “volgens de toen geldende procedures” is uitgevoerd.

Ook het Openbaar Ministerie (OM) trok vorig jaar al de conclusie dat de militairen niet konden weten dat er burgerdoden zouden vallen. Het OM besloot hen daarom niet te vervolgen. De onderzoekscommissie adviseert het Ministerie van Defensie om bij toekomstige missies nadrukkelijker stil te staan bij de ouderdom van inlichtingen die aan aanvallen ten grondslag liggen. Concreet: er moet een heldere afweging worden gemaakt over “welke tijdsduur tussen de laatste update van de inlichtingen en wapeninzet acceptabel wordt geacht.”

Advocaat: OM-onderzoek niet onafhankelijk
Niet iedereen is tevreden met de manier waarop het onderzoek is verlopen. Advocaat Liesbeth Zegveld, die de nabestaanden van de zeven slachtoffers bijstaat, heeft vraagtekens geplaatst bij de onafhankelijkheid van het OM-onderzoek. Namens haar cliënten stelde zij de Nederlandse staat aansprakelijk voor de zeven doden. Toch reageert Zegveld positief op de aankondiging van dinsdag. Zij zegt tevreden te zijn met de excuses en de financiële compensatie die nu worden aangeboden.

Oprechte excuses en financiële tegemoetkoming
Minister Yesilgöz heeft naast de Kamerbrief ook persoonlijk een brief gestuurd aan de nabestaanden. In die brief biedt zij “oprechte excuses” aan voor de “onbedoelde gevolgen” van het bombardement. Ze schrijft tevens dat zij zelf heeft gesproken met de militairen die betrokken waren bij de aanval, en dat zij hun medeleven betuigen. “Hoewel dit geen geliefde familieleden kan terugbrengen, erkent het wel de schade die is veroorzaakt door de luchtaanval”, aldus de minister.

Naast de excuses kondigt Yesilgöz een vrijwillige financiële compensatie aan voor de twee families. Het exacte bedrag van deze compensatie is nog niet bekendgemaakt. Het Ministerie van Defensie zal contact opnemen met advocaat Zegveld om de modaliteiten verder uit te werken. De minister beschrijft de tegemoetkoming als passend bij “de uitzonderlijke omstandigheden van dit specifieke geval.”

Een les voor toekomstige missies
De zaak roept bredere vragen op over de manier waarop Nederland omgaat met burgerslachtoffers bij buitenlandse militaire operaties. Het incident in Mosul is niet het enige geval waarbij Nederlandse militaire betrokkenheid heeft geleid tot burgerdoden in Irak. Eerder kwamen ook vragen naar boven over andere incidenten uit de periode dat Nederland actief was als onderdeel van de anti-IS-coalitie. De druk vanuit de samenleving en de media om transparant te zijn over zulke incidenten neemt toe.

De aanbeveling van de onderzoekscommissie — om voortaan kritischer te kijken naar de actualiteitswaarde van inlichtingen — lijkt een directe les uit het drama in Mosul. Zeven weken oude informatie bleek fataal. “De resultaten van het onderzoek kunnen het verleden niet ongedaan maken, maar erkennen wel de ernst van de gevolgen van de luchtaanval”, schrijft Yesilgöz. Het is een erkenning die voor de nabestaanden weliswaar te laat komt, maar die in elk geval de basis legt voor genoegdoening en hopelijk voor betere procedures in de toekomst.










