Enkele duizenden plekken in Nederland zijn mogelijk vervuild met PFAS, maar burgers weten voorlopig niet welke dat zijn. Staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat weigert een landelijke overzichtskaart te publiceren en legt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en provincies. Dat terwijl de Tweede Kamer daar juist op aandringt en een recent onderzoek van Rijkswaterstaat laat zien hoe omvangrijk het probleem werkelijk is.
Topje van de ijsberg
Van slechts 57 locaties staat officieel vast dat ze PFAS-vervuiling bevatten. Dat klinkt behapbaar, maar schept een volledig verkeerd beeld. Rijkswaterstaat schreef vorige maand in een gepubliceerd onderzoek dat die 57 bekende plekken slechts “het topje van de ijsberg” vormen. In totaal zijn namelijk enkele duizenden locaties in beeld als mogelijk verontreinigd. Hoeveel daarvan daadwerkelijk ernstig vervuild zijn, is nog onduidelijk. Bovendien worden de exacte locaties voorlopig niet openbaar gemaakt.
De PFAS-groep bestaat uit duizenden chemische stoffen die in allerlei industriële en alledaagse producten voorkomen. Ze worden ook wel “forever chemicals” genoemd, omdat ze vrijwel niet afbreken in het milieu. Daarnaast kunnen ze ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, waaronder verhoogde kansen op bepaalde kankersoorten en schade aan het immuunsysteem. De stoffen worden nog altijd geproduceerd en geloosd, ondanks toenemende Europese druk om dat te stoppen.

Bertram schuift verantwoordelijkheid door
In een debat in de Tweede Kamer maakte Bertram haar standpunt duidelijk. Ze wil zelf geen nationale kaart publiceren met daarin de vervuilde locaties. Volgens haar is het aan de lokale overheden om dat te doen. “Als ik wethouder of gedeputeerde was, dan zou ik zelf dat initiatief willen hebben”, zei ze. “Want het betekent nogal wat voor je gemeente, en sommige mensen worden daar bloednerveus van.”
Met die redenering legt Bertram een gevoelig dossier nadrukkelijk bij gemeenten en provincies neer. Zij zijn als “bevoegd gezag” verantwoordelijk voor de communicatie. Echter bepaalt zij zelf niet wanneer of hoe die communicatie precies moet plaatsvinden. “Het bevoegd gezag moet op enig moment bepalen wanneer en hoe ze het communiceren”, aldus de staatssecretaris. Wanneer dat moment precies aanbreekt, blijft voorlopig open.
Kamerlid Zalinyan vreest versnippering
PRO-Kamerlid Ani Zalinyan deelt de aanpak van Bertram niet. Ze vreest juist dat er straks een lappendeken ontstaat van gemeenten die elk op hun eigen manier omgaan met de vervuilingsinformatie. “Het zou fijn zijn als de Rijksoverheid het voortouw zou nemen”, zei Zalinyan tijdens het debat. Haar zorg is concreet: als elke gemeente “zijn eigen gang gaat”, krijgen burgers in vergelijkbare situaties toch heel verschillende informatie. Dat ondermijnt het publieke vertrouwen en maakt het moeilijk om een samenhangend nationaal beeld te vormen.
Meerdere partijen steunden in het debat de oproep om meer regie vanuit Den Haag. Bovendien wezen zij op het gezondheidsrisico voor burgers die mogelijk op of nabij vervuilde locaties wonen zonder dat te weten. Toch koos Bertram er niet voor om op korte termijn zelf transparantie te bieden.
Vergelijking met stikstofkaart
Bertram maakte tijdens het debat ook een opvallende opmerking. Ze verwees schertsend naar de commotie die vier jaar geleden ontstond rondom een kaart over de stikstofuitstoot. Daarmee suggereerde ze dat een landelijke PFAS-kaart opnieuw maatschappelijke onrust kan veroorzaken. “We hebben volgens mij niet altijd goede ervaringen met kaarten”, zei ze. Die vergelijking viel niet bij iedereen goed, omdat de situaties inhoudelijk sterk van elkaar verschillen. Bij PFAS gaat het niet om beleidsdoelen, maar om feitelijke vervuiling die direct de volksgezondheid kan raken.
Toch benadrukt de opmerking wel een politieke realiteit. Kaarten met gevoelige milieu-informatie leiden vrijwel altijd tot felle reacties, van bezorgde burgers, van vastgoedeigenaren en van lokale bestuurders. Bertram lijkt daarvoor te willen waken, maar critici stellen dat transparantie in dit geval zwaarder moet wegen dan politiek gemak.
Overleg met gemeenten gepland in juli
Begin juli gaat Bertram in overleg met lokale overheden over de aanpak van PFAS-vervuiling. Volgens haar eigen toezegging komt daarbij ook het bekendmaken van vervuilde locaties aan bod. Vervolgens moet duidelijk worden of gemeenten en provincies bereid zijn om zelf het initiatief te nemen, of dat er toch meer druk vanuit het rijk nodig is. Concrete afspraken zijn er vooralsnog niet.
Op Europees niveau zet Bertram in op een verbod op de productie en het gebruik van PFAS. Dat is een ambitieus doel, maar de weg ernaar toe is lang en onzeker. Bovendien lost het geen enkel probleem op voor de duizenden locaties die nu al vervuild zijn. Voor bewoners in de buurt van mogelijke PFAS-hotspots biedt een toekomstig Europees verbod voorlopig weinig houvast.
Burgers wachten op duidelijkheid
Zolang er geen landelijke kaart is en lokale overheden nog geen actie hebben ondernomen, blijven grote groepen Nederlanders in het ongewisse. De 57 officieel bekende locaties zijn slechts een fractie van wat er mogelijk speelt. Bovendien weten omwonenden van de overige duizenden verdachte plekken niet waar ze aan toe zijn. Dat wringt, zeker gezien de gezondheidsrisico’s die met PFAS-blootstelling gepaard kunnen gaan. Het overleg dat Bertram in juli plant, wordt daarmee een cruciale test: gaan lokale overheden vrijwillig openheid geven, of is er alsnog landelijke regie nodig om burgers te informeren?
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl











