Kleine spaarders die volgens het kabinet straks al bij een vermogen van 30.000 euro belasting moeten betalen, krijgen steun uit de Tweede Kamer. Zowel VVD-Kamerlid Wendy van Eijk als CDA-Kamerlid Inge van Dijk wil kijken of zij buiten schot kunnen blijven. Dat is opmerkelijk, omdat beide partijen de basis vormen voor de plannen van het minderheidskabinet. Het debat over de aanpassing van de vermogensbelasting in box 3 krijgt daardoor een extra politieke lading.

Nu nog ruim 60.000 euro, straks 30.000 euro
Het kabinet wil dat kleine spaarders al bij 30.000 euro vermogensbelasting betalen. Nu geldt daarvoor een grens van ongeveer 60.000 euro. Wie dus een bescheiden bedrag op de spaarrekening heeft staan, zou volgens het voorstel eerder in de heffing vallen dan nu het geval is. Het verschil tussen de twee bedragen is groot: de grens zou met ongeveer de helft dalen.
In het plan van het kabinet krijgt box 2 ook een rol. Daar betalen ondernemers met een bv en grootaandeelhouders belasting over bijvoorbeeld dividend. Het kabinet hoopt door daaraan te sleutelen extra geld op te halen, en dat geld moet de aanpassing van de vermogensbelasting helpen betalen.
Juist dat onderdeel van het plan wekt weerstand bij Kamerleden die de aanpassing als geheel niet per se willen tegenhouden. Zij zoeken naar een manier om de maatregel te betalen zonder dat mensen met een kleine spaarpot de rekening krijgen. Een concreet alternatief of een nieuw bedrag voor de grens is nog niet genoemd.
SGP-Kamerlid Flach stelt de vragen
Aanleiding voor de uitspraken waren vragen van SGP-Kamerlid André Flach. Hij is niet te spreken over het feit dat ook mensen met een kleine spaarpot belasting gaan betalen over hun vermogen. Zijn kritiek richt zich dus op de ondergrens van het plan en niet op de vraag hoe box 3 in de kern moet worden hervormd.
Op die vragen antwoordde Van Eijk dat zij wil kijken naar een andere manier om de aanpassing van de vermogensbelasting te betalen. Daarbij wil zij kleine spaarders ontzien. De VVD staat er daarmee voor open om kleine spaarders pas bij een hoger vermogen belasting te laten betalen. Het gaat om een bereidheid om te zoeken; een besluit is het nog niet.
CDA spreekt van ‘een ongelukkig puntje’
Ook het CDA ziet de negatieve kant van het belasten van kleine vermogens. Van Dijk noemde het ‘een ongelukkig puntje’, waar een alternatief plan zeker mogelijk is. Daarmee schaart zij haar partij achter de wens om de lasten voor kleine spaarders te beperken.
Van Dijk wees ook op de te volgen route. “Laten we daar de komende tijd naar zoeken: hoe kunnen we dit op een mooie manier oplossen en op een nette manier dekken?” Het gaat haar dus niet alleen om het schrappen van de lagere grens, maar ook om de dekking. Een lagere belasting voor kleine spaarders betekent immers dat het geld ergens anders vandaan moet komen.
Box 2 moet extra geld opleveren
Het kabinet hoopt meer geld op te halen door te sleutelen aan box 2. Dat is de belasting die ondernemers met een bv en grootaandeelhouders betalen over bijvoorbeeld dividend. De maatregelen in box 2 moeten dus bijdragen aan de financiering van de aanpassing in box 3.
Van Eijk erkent dat er ‘kwetsbaarheden’ zijn in de manier waarop de aanpassing van de vermogensbelasting wordt betaald. Zij licht niet toe om welke kwetsbaarheden het precies gaat. Wel past de opmerking bij het bredere beeld: zolang de dekking niet stevig is, blijft de ruimte om kleine spaarders te ontzien beperkt.
Alleen gerealiseerde winst belast
Een tweede kernpunt van het kabinetsplan is dat in box 3 alleen gerealiseerde winst uit vermogen wordt belast. Dat betekent dat beleggers pas belasting betalen over hun aandelen als zij die met winst verkopen. Wie belegt en zijn aandelen bewaart, betaalt dus niet jaarlijks belasting over de waardestijging.
Het kabinet kiest met dit voorstel voor een ander uitgangspunt dan een heffing over het jaarlijkse rendement. Beleggers betalen volgens het plan pas belasting wanneer zij hun aandelen met winst verkopen. Een ongerealiseerde koerswinst op papier blijft daarbij dus onbelast.
Voor spaarders werkt dat anders. De discussie over de grens van 30.000 euro gaat over de vraag vanaf welk vermogen belasting verschuldigd is. Die vraag staat los van het principe dat bij beleggen alleen de gerealiseerde winst telt. Beide onderdelen horen wel bij hetzelfde voorstel.
Wat dit betekent voor de Kamer
Het kabinet is een minderheidskabinet, en de VVD is een coalitiepartij. Dat maakt de opmerkingen van Van Eijk politiek gewichtig: als een coalitiepartij openstaat voor een aanpassing, moet het kabinet daar in de Kamer rekening mee houden. Dat geldt te meer nu ook het CDA een alternatief niet uitsluit.

Voor de kleine spaarder is nog niets beslist. De 30.000 euro is een voornemen van het kabinet en geen vastgestelde regel. De komende tijd wil de Kamer zoeken naar een oplossing die kleine vermogens ontziet en toch sluitend gedekt is. Hoe die oplossing er uiteindelijk uitziet, is nog onduidelijk.
Bronnen en credits
Bronnen: De Dagelijkse Standaard, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, RTL Nieuws










