Elanor Boekholt-O'Sullivan

Boekholt-O’Sullivan kiest bewust voor locaties zonder extra wegengeld: ‘Nadere afspraken met gemeenten’

Het kabinet kiest bewust voor een nieuwe strategie bij de aanpak van de woningcrisis: vijf locaties aanwijzen voor versnelde bouw, zonder daarvoor extra infrastructuurgeld beschikbaar te stellen. Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan heeft de Tweede Kamer maandag geïnformeerd over de plannen. In Deventer, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Weert moeten daardoor circa 30.000 woningen versneld worden opgeleverd. Maar de aanpak roept meteen vragen op: hoe bereiken toekomstige bewoners hun nieuwe woning als de infrastructuur niet meegroeit?

Elanor Boekholt-O'Sullivan spreekt in een microfoon

Vijf locaties bovenop een al flinke lijst

De vijf nieuwe gebieden worden toegevoegd aan 21 andere grootschalige woningbouwlocaties die eerdere kabinetten al hadden aangewezen. Dat brengt de totale lijst op 26 plekken waar de landelijke overheid actief bijspringt om de bouw vlot te trekken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening benadrukt dat snellere vergunningverlening een sleutelrol speelt. Door procedures in te korten, hoeven gemeenten en projectontwikkelaars minder lang te wachten voordat de eerste paal de grond in kan. Bovendien heeft Boekholt-O’Sullivan al aangekondigd dat zij later dit jaar nog eens vijf locaties zal aanwijzen.

Elanor Boekholt-O'Sullivan achter een spreekgestoelte

De minister is lid van D66 en staat voor een forse opgave. Nederland kampt al jaren met een hardnekkig woningtekort, en vorige kabinetten boekten wisselende resultaten bij het aanpakken daarvan. De aanwijzing van nieuwe locaties is daarom op zichzelf geen verrassing. Wat echter wél opvalt, is de bewuste keuze om geen extra geld voor wegen en openbaar vervoer beschikbaar te stellen.

Lees ook:  Baudet verlaat Kamer om FVD naar monsterzege te leiden: ´Meesterzet!´

Geen extra geld voor bereikbaarheid, een bewuste afweging

Eerdere kabinetten reserveerden structureel miljarden euro’s voor infrastructuur rondom grootschalige woningbouwlocaties. De gedachte was simpel: nieuwe wijken vereisen nieuwe wegen, fietspaden en buslijnen. Boekholt-O’Sullivan kiest nu voor een andere benadering. Zij schrijft aan de Kamer dat zij bewust heeft gezocht naar locaties waar geen extra geld voor bereikbaarheid nodig is, of waar eerder al middelen naartoe zijn gegaan. Daarmee omzeilt zij een politiek gevoelig probleem: extra infrastructuuruitgaven vergen brede coalitiesteun en begrotingsruimte die er simpelweg niet altijd is.

Nieuwbouwwoningen in de steigers

Haar voorganger, Mona Keijzer, voegde destijds vier gebieden toe aan de lijst, maar liet de bereikbaarheidsvraag voor die locaties bewust open. Zij schoof de oplossing door naar haar opvolger. Boekholt-O’Sullivan moet die kwestie dus nog altijd oplossen, bovenop de vijf nieuwe locaties die zij nu aankondigt. Dat maakt haar positie complexer dan die van een minister die alleen maar nieuwe plannen presenteert.

Elanor Boekholt-O'Sullivan in gesprek in een studio

Bedrijventerreinen maken plaats voor woningen

Een ander opmerkelijk detail in de plannen is de bestemming van de grond. Een deel van de ruimte die nu voor woningen is bedoeld, heeft momenteel nog een bedrijfsbestemming. Ondernemers en bedrijven die daar gevestigd zijn, kunnen dus op termijn moeten wijken voor nieuwbouwwijken. Boekholt-O’Sullivan erkent dit en wil met de betrokken gemeenten zogeheten nadere afspraken maken om elders nieuwe ruimte voor bedrijven te vinden. Hoe die afspraken er concreet uit komen te zien, is nog niet bekend. Dat maakt dit een gevoelig punt, zeker voor lokale ondernemers die al jaren op dezelfde locatie zitten.

Lees ook:  Afstand als grens voor bezwaar: CDA-Kamerlid Steen wil omwonenden verder weg uitsluiten van rechtszaken over woningbouw

Gemeenten staan voor een dubbele taak: zij moeten tegelijkertijd woningen faciliteren én bedrijvigheid behouden. Bovendien zijn gemeenten afhankelijk van de medewerking van private grondeigenaren en projectontwikkelaars. De aanwijzing door het kabinet geeft richting, maar garandeert geen automatisch tempo op de bouwplaats.

Gevel van een nieuw appartementencomplex

Wat dit betekent voor de vijf steden

Voor inwoners en woningzoekenden in Deventer, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Weert klinkt het nieuws hoopvol. Duizenden nieuwe woningen kunnen de lokale woningmarkt ontspannen, wachtlijsten verkorten en doorstroming bevorderen. Toch is voorzichtigheid op zijn plaats. De doelstelling luidt dat de woningen tot en met 2035 sneller gereed moeten zijn, maar dat betekent niet dat ze ook daadwerkelijk uiterlijk in dat jaar worden opgeleverd. Snellere vergunningverlening is een hulpmiddel, geen garantie. Bouwen hangt immers ook af van beschikbaar personeel, bouwmaterialen en marktomstandigheden.

Bouwmachine aan het werk in een woonstraat

Daarnaast verschilt de situatie per stad sterk. Haarlem kampt met hoge grondprijzen en weinig ruimte. Leeuwarden en Weert hebben een andere dynamiek dan de Randstad. De vraag is dan ook of een uniforme aanpak, namelijk snellere vergunningverlening zonder extra infrastructuurgeld, overal even goed werkt. De bronnen geven geen uitsluitsel over hoeveel woningen elke afzonderlijke gemeente precies krijgt toebedeeld.

Breuk met de aanpak van vorige kabinetten

De keuze om geen extra infrastructuurgeld uit te trekken, markeert een duidelijke breuk met het beleid van vorige kabinetten. Die stelden juist miljarden beschikbaar voor wegen en openbaar vervoer rondom nieuwe bouwlocaties, omdat zij bereikbaarheid als randvoorwaarde zagen voor succesvolle gebiedsontwikkeling. Boekholt-O’Sullivan draait die redenering gedeeltelijk om: zij zoekt locaties die al bereikbaar zijn, of waar bereikbaarheid eerder al is gefinancierd. Daarmee bespaart zij op de korte termijn geld, maar of die keuze op langere termijn verstandig is, valt nu nog niet te zeggen.

Lees ook:  Verhuurders staan voor dubbele klap: box 3 en woningwaardering: 'Belastingdruk hoger dan de huuropbrengst'

Elanor Boekholt-O'Sullivan spreekt in een microfoon

Bovendien laat de minister zien dat zij pragmatisch te werk gaat. Door alleen locaties te kiezen waar het financiële plaatje al klopt, vermijdt zij de politieke strijd over extra budgetten. Dat vergroot de kans dat de plannen snel uitgevoerd worden, maar het risico bestaat ook dat juist de moeilijkste locaties buiten schot blijven.

Elanor Boekholt-O'Sullivan achter een spreekgestoelte

Verdere stappen verwacht voor einde van het jaar

Het woningdossier is daarmee zeker nog niet afgesloten. Boekholt-O’Sullivan heeft aangekondigd dat zij voor het einde van 2026 opnieuw vijf locaties zal selecteren. Hoe zij die keuze maakt, op welke criteria en met welk budget, wordt daarmee een van de meest bepalende beslissingen van haar ministerschap. Intussen wacht de Tweede Kamer op meer details over de vier locaties die haar voorganger Mona Keijzer aan de lijst toevoegde, zonder daarvoor een financiële oplossing te regelen. Die onopgeloste kwestie hangt als een schaduw boven de verder ambitieuze plannen van dit kabinet voor de Nederlandse woningmarkt.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's