CDA-Kamerlid Hanneke Steen wil het bezwaarrecht tegen woningbouw beperken voor mensen die verder van een bouwproject wonen. Volgens haar vertragen bezwaren en rechtszaken bouwplannen soms jarenlang. Dat zei ze woensdag in een televisieprogramma van WNL. Het voorstel roept een vraag op die nog niet is beantwoord: welke afstand tot een bouwplan geldt straks als ’te ver’ om nog bezwaar te mogen maken?

Een afstandsgrens voor bezwaarmakers
Steens voorstel richt zich op omwonenden die niet direct naast een bouwlocatie wonen, maar een paar straten verderop. Wie daar woont en toch bezwaar maakt of naar de rechter stapt, zou dat volgens het voorstel niet meer mogen doen. Steen koppelt dat aan de duur van procedures: bezwaren en gerechtelijke stappen kunnen een project soms jaren op slot zetten, aldus het Kamerlid.
Over mensen die op die manier bezwaar maken, was Steen scherp. “Ik vind dat gewoon woon-egoïsme”, zei ze. Daarmee noemt ze niet de bouwplannen zelf, maar de bezwaarmakers het probleem. Wat het Kamerlid precies als maximale afstand voor ogen heeft, is in de aangeleverde informatie niet terug te vinden.
Een term die het CDA al langer gebruikt
Het woord woonegoïsme is niet nieuw in de partij. In 2024 stelden de CDA-Kamerleden Vedder, Van Dijk en Bontenbal al Kamervragen over ‘verschillende vormen van woonegoïsme’. Het CDA noemt bezwaarmakers dus al langere tijd zo. De uitspraak van Steen past daarmee in een bestaande lijn van de partij over wie bouwprojecten vertraagt.
Wat de schatting van de hoogleraar zegt
Over de gevolgen van minder procedures is een schatting beschikbaar van emeritus hoogleraar Friso de Zeeuw. Hij gaat ervan uit dat minder procedures de bouw gemiddeld twee tot drie jaar kunnen versnellen. Het is een inschatting en geen gemeten uitkomst. Ze laat wel zien om welke orde van grootte het in de discussie gaat.

Ook de kritische kant van het debat erkent dat er een probleem is. Er zijn bezwaarmakers die procederen om geld los te krijgen, en zulke procedures kunnen jaren duren. Over het bestaan van dit misbruik bestaat dus weinig discussie. Het meningsverschil gaat over de aanpak.
Kritiek: de oorzaken liggen volgens tegenstanders elders
Dat is de kern van de kritiek van De Dagelijkse Standaard, die het voorstel afwijst. Het blad vindt dat de overheid de burger de schuld geeft van een probleem dat ze deels zelf veroorzaakt. Als oorzaken van de trage woningbouw noemt de auteur onder meer stikstofregels, netcongestie en een stapel landelijke eisen. Dat is de opvatting van de auteur en geen vastgesteld feit.
De auteur wijst er ook op dat gemeenten hun bouwplannen moesten indienen om nog stroomcapaciteit te bemachtigen. Verder noemt hij de bevolkingsgroei, die in 2025 volgens het CBS volledig uit migratie kwam, als factor die de druk op de woningmarkt vergroot. Deze zaken komen in het voorstel van het CDA volgens de auteur nauwelijks aan bod.
De vraag wie bepaalt wat ’te ver’ is
Een belangrijk bezwaar van de auteur betreft de afbakening. Wie bepaalt eigenlijk wat ’te ver’ is? Vandaag gaat het volgens hem om een bouwproject, maar morgen zou dezelfde logica kunnen gelden voor een windmolenpark, een azc of een stroomstation. Een recht dat de politiek naar believen kan inperken, verschrompelt volgens de auteur tot een gunst.

Daarmee verschuift de discussie van woningbouw naar het principe. Het gaat dan niet alleen om de snelheid van bouwen, maar om de vraag wie toegang heeft tot de rechter wanneer een besluit invloed heeft op de eigen omgeving.
Subsidies als steen des aanstoots
De auteur legt ook een verband met ander CDA-beleid. Minister Heerma zou 200 miljoen euro uitgeven aan stichtingen en verenigingen en dat omschrijven als versterking van de democratie. Volgens de auteur contrasteert dat met een voorstel dat burgers juist een recht ontneemt. Dat is een politieke vergelijking van de auteur, geen uitkomst van onderzoek naar het beleid zelf.
Gericht tegen misbruik, niet tegen hele groepen
Het alternatief dat de auteur bepleit is een gerichte aanpak. Pak het misbruik per geval aan, schrijft hij, maar ontneem niet hele groepen burgers het recht om naar de rechter te stappen omdat ze een paar straten te ver wonen. Wie dat doet, slaat volgens hem niet het misbruik plat, maar de burger.
Het bezwaarrecht is volgens de auteur vaak het laatste wat een gewone Nederlander heeft tegen een gemeente en een projectontwikkelaar die al hebben besloten. Hij vindt dat het CDA eerst de eigen regels moet aanpakken, zoals stikstof en netcongestie, en burgers niet als egoïsten moet wegzetten.

Nog geen wetgeving
Het voorstel van Steen is voorlopig een politiek standpunt. Het is geen aangenomen wetgeving en geen besluit van het kabinet. Of en hoe het CDA de afstandsgrens uitwerkt, en welke steun het daarvoor in de Tweede Kamer vindt, is nog niet bekend.










