Rob Jetten

Wet paspoortintrekking staat op losse schroeven: ‘Andere maatregelen volstaan’

Een wet die het kabinet als hoeksteen van zijn terreurbeleid beschouwt, krijgt een onverwachte tik. De Raad van State twijfelt openlijk aan het nut van de regeling waarmee de overheid het Nederlanderschap kan intrekken van mensen die zich in het buitenland aansluiten bij een terroristische organisatie. Bovendien stelt het hoogste wetgevingsorgaan van Nederland dat al bestaande instrumenten, zoals het strafrecht, mogelijk voldoende bescherming bieden. Daarmee komt het plan van het kabinet om deze mogelijkheid permanent te verankeren stevig onder druk te staan.

Van tijdelijk naar permanent: het kabinetsplan

Sinds 2017 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid om het Nederlanderschap in te trekken van personen die zich in het buitenland aansluiten bij een terreurbeweging. Deze maatregel geldt vooralsnog als tijdelijke wet. Het huidige kabinet wil daar verandering in brengen en de regeling een permanente juridische basis geven. Daarvoor is een wetswijziging nodig, die het kabinet inmiddels bij de Tweede Kamer heeft aangemeld.

De maatregel is niet voor iedereen van toepassing. Het intrekken van het Nederlanderschap kan alleen bij meerderjarige personen die naast de Nederlandse ook een andere nationaliteit bezitten. Daarmee voorkomt de overheid dat iemand volledig statenloos raakt, wat in strijd zou zijn met internationale verdragen. Justitieminister David van Weel verdedigde het plan eerder met de woorden: “Daarmee bewaken wij onze grenzen proactief en houden wij ons koninkrijk veilig.”

Cijfers: bescheiden gebruik van de wet

Vorige maand deelde het kabinet concrete gebruikscijfers met de Tweede Kamer. Uit die gegevens blijkt dat de wet sinds de invoering in totaal 25 keer is ingezet. In 15 gevallen lukte het daadwerkelijk om het paspoort in te trekken. Daarnaast loopt er nog één zaak. Dat betekent dat er ook gevallen zijn waarbij de intrekking niet lukte, al geven de beschikbare bronnen geen details over die mislukte pogingen.

Lees ook:  Stephan van Baarle dan toch terug lijsttrekker van DENK: ´Ramp voor Nederland´

Deze aantallen roepen bij de Raad van State vragen op over de toegevoegde waarde van een permanente wet. Want hoewel de maatregel wel degelijk wordt gebruikt, is het aantal toepassingen in bijna tien jaar relatief beperkt. Bovendien vraagt de Raad van State zich af of die beperkte inzet een permanente wettelijke verankering rechtvaardigt, zeker als andere juridische middelen hetzelfde doel kunnen dienen.

De kritiek: ontbrekende onderbouwing

De Raad van State laat er geen misverstand over bestaan: er zijn volgens de adviseur “zwaarwegende argumenten” nodig om de wet blijvend te maken, en die ontbreken in het huidige kabinetsvoorstel. Concreet stelt de Raad van State dat het kabinet onvoldoende heeft uitgelegd waarom de nationale veiligheid niet al afdoende kan worden beschermd via andere maatregelen. Daarbij wijst de adviseur met name op het bestaande strafrecht, dat al ruime mogelijkheden biedt om terrorismeverdachten aan te pakken.

Dit is een wezenlijk punt van kritiek. Het gaat er niet om dat de Raad van State de wet inhoudelijk onjuist acht of de intrekking van het Nederlanderschap principieel afwijst. Echter, de adviseur eist een stevigere motivering van de noodzaak. Waarom is een permanente wet nodig als het strafrecht al beschikbare en effectieve alternatieven biedt? Zolang die vraag onbeantwoord blijft, adviseert de Raad van State het voorstel te herzien.

Lees ook:  Petitie tegen Faber gaat compleet door het dak: ´Meer dan 100.000 handtekeningen´

Minister Van Weel houdt voet bij stuk

Justitieminister David van Weel lijkt vooralsnog niet van plan om het voorstel in te trekken. Eerder verklaarde hij dat de wet het mogelijk houdt het Nederlanderschap in te trekken “als dat nodig is om de nationale veiligheid te beschermen”. Daarmee positioneert Van Weel de maatregel als een preventief instrument, bedoeld om een dreiging van binnenuit buiten de deur te houden. Toch zal hij nu met een stevigere onderbouwing moeten komen om de kritiek van de Raad van State te pareren.

De bal ligt daarmee opnieuw bij het kabinet. De Raad van State blokkeert het wetsvoorstel niet definitief, maar geeft een stevig signaal af. Vervolgens is het aan de minister om te bepalen of hij het voorstel aanpast, aanvult of ongewijzigd naar de Kamer stuurt. Politieke weerstand valt daarna ook niet uit te sluiten.

Wat staat er op het spel voor betrokkenen

Voor de mensen om wie het gaat, zijn de gevolgen groot. Het kwijtraken van het Nederlanderschap betekent verlies van stemrecht, het recht op verblijf in Nederland en toegang tot een Nederlandse reisdocument. Daarnaast kan terugkeer naar Nederland formeel worden geblokkeerd. Voorstanders van de wet zien dat als een bewuste keuze: wie de Nederlandse samenleving actief afwijst door zich bij een terroristische organisatie aan te sluiten, verspeelt daarmee zijn recht op dat paspoort.

Lees ook:  Pieter Omtzigt geeft meer uitleg over afscheid politiek: ´Het lukt me gewoon niet´

Critici wijzen er echter op dat de maatregel mensen in een juridisch vacuüm kan drukken, zeker wanneer hun tweede nationaliteit weinig praktische bescherming biedt. Bovendien geldt de vraag of het intrekken van een paspoort iemand daadwerkelijk tegenhoudt om een aanslag te plegen of een bedreiging te vormen. Dat is precies de twijfel die de Raad van State ook in juridische termen verwoordt.

Breder debat over veiligheid en burgerrechten

Het advies van de Raad van State past in een breder debat over de spanning tussen veiligheidsmaatregelen en burgerrechten. Nederland worstelt al jaren met de vraag hoe om te gaan met uitreizigers naar conflictgebieden en hun eventuele terugkeer. Daarbij botsen twee belangen regelmatig: de bescherming van de samenleving en de rechtsstatelijke waarborgen voor het individu. De Raad van State fungeert daarin als bewaker van die balans.

Het kabinet staat nu voor een keuze. Het kan het advies naast zich neerleggen en het wetsvoorstel ongewijzigd doorzetten, maar dat riskeert juridische en politieke problemen verderop in het proces. Een grondigere motivering lijkt daarom de meest logische stap. De Tweede Kamer zal het voorstel uiteindelijk beoordelen en daarbij zal het advies van de Raad van State ongetwijfeld een rol spelen in het debat.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's