De recente start van de kabinetsformatie heeft meteen een opmerkelijke strategie opgeleverd. Verkenner Wouter Koolmees, de huidige directeur van NS en voormalig minister voor D66, heeft ervoor gekozen om politieke tegenstellingen bij elkaar te brengen in duogesprekken. Deze gedurfde aanpak doet denken aan een schaakzet in de vroege fase van een spel: niet comfortabel voor de betrokken partijen, maar bedoeld om de onderhandelingen snel op gang te brengen.

Een nieuwe benadering in het onderhandelingsproces
De boodschap is duidelijk: het uitstellen van beslissingen is niet langer een optie. Met de tijd snel voortschrijdend richting het verkenningsverslag, eist de Tweede Kamer spoedig duidelijkheid. Dit besluit heeft voor veel opschudding gezorgd vanwege de bestaande blokkades en voorkeuren binnen de politiek. De VVD wenst niet samen te werken met GroenLinks-PvdA, terwijl D66 een samenwerking met JA21 niet ziet zitten. Toch heeft Koolmees deze partijen in duo’s gezet, wat voor de nodige verrassingen zorgt. Geen individuele gesprekken meer met open deuren, maar juist confronterende combinaties om te testen of er ruimte is voor samenwerking.

De functie van duogesprekken
Door JA21 te koppelen aan D66 en VVD aan GroenLinks-PvdA, probeert de verkenner de blokkades van de campagneperiode te doorbreken. Het doel is niet om partijen compleet hun standpunten te laten opgeven, maar om te kijken of er een transformatie van een ‘nee, tenzij’ naar een ‘ja, mits’ mogelijk is. Een belangrijke realiteit hierbij is dat zonder een brug tussen het midden en links of rechts, iedere meerderheid wankel blijft. Deze aanpak maakt direct zichtbaar waar er mogelijkheden liggen en waar niet.

De wensen van de politieke partijen
D66 heeft een voorkeur voor een brede middencoalitie met VVD, GroenLinks-PvdA en CDA, in de hoop op snelle en stabiele besluiten over wonen, onderwijs en klimaat. De VVD blijft echter tegen een samenwerking met GroenLinks-PvdA op inhoudelijke gronden. GroenLinks-PvdA beschouwt deze uitsluiting als ouderwets en benadrukt de behoefte van kiezers aan concrete oplossingen. Hierdoor ontstaat er een driehoek waarin partijen elkaar nodig lijken te hebben om tot een meerderheid van 76 zetels te komen.

De rol van kleinere partijen
Aan de zijlijn staan kleinere partijen klaar om met relatief weinig zetels veel invloed uit te oefenen. JA21 wil graag deelnemen aan gesprekken over migratie en veiligheid, terwijl de SGP deelname aan een coalitie afwijst vanwege ethische verschillen met D66 en deels met de VVD. Volt wil als progressief kompas in de oppositie dienen, maar ziet de voordelen van een breed midden als dit de besluitvorming versnelt. Partijen zoals er 50Plus en de ChristenUnie wijzen op de verantwoordelijkheid van de grotere partijen.

De tijdsdruk van het proces
Na de definitieve uitslag van de Kiesraad heeft de verkenner tot 11 november de tijd om zijn verslag te presenteren. Op 13 november volgt een debat in de Tweede Kamer over deze bevindingen. Dit strakke schema voorkomt slepende onderhandelingen en dwingt partijen snel duidelijkheid te geven over welke samenwerkingen ze willen verkennen. Elke ontmoeting bij de duotafel draait daarbij om het zetten van concrete vervolgstappen richting een informateur.

Vertrouwen in de tellingen en formatie
Hoewel er enige ruis ontstond rondom de tellingen, zorgen standaard hertellingen bij gemeenten ervoor dat deze rechtgezet worden. Voor de formatie is het van essentieel belang dat de uitslag leidend is en partijen binnen deze context opereren. Onzekerheid over de cijfers helpt niemand; investeerders en burgers hebben behoefte aan bestuurlijke voorspelbaarheid. Met de definitieve zetelverdeling in zicht, is het tijd om coalities te vormen.

Realistische coalitieopties
Een breed middenkabinet met D66, VVD, GroenLinks-PvdA en CDA is een veelbesproken optie. Er zijn mogelijkheden voor het versnellen van woningbouw en infrastructuur, een stevige aanpak van ondermijning en haalbare klimaatdoelen. Een centrumrechtse combinatie met D66, VVD, CDA en JA21 zou sneller beslissingen kunnen nemen over veiligheid en migratie. Ook een hybride constructie met gedoogsteun per dossier behoort tot de mogelijkheden. Elk scenario vereist wederzijds vertrouwen en duidelijke afspraken.

De mogelijke gevolgen voor beleid
Op het gebied van wonen is een nationaal versnellingsteam denkbaar met bindende afspraken met provincies en versnelling van vergunningstrajecten. Op het terrein van migratie hangt een pakket van snellere asielprocedures en strengere aanpak van misbruik in de lucht, met bijbehorende EU-afspraken. Klimaat- en stikstofbeleid vragen om uitvoerbare maatregelen met extra investeringen in energie-infrastructuur en innovaties in de landbouw. Veiligheid en ondermijning vereisen meer capaciteit bij het openbaar ministerie en politie.

De noodzaak van ‘relatietherapie’
De term ‘relatietherapie’ is door de verkenner zelf geïntroduceerd om aan te geven dat partijen voorbij de campagnefase moeten komen. Deze therapie houdt in dat eerst de pijnpunten worden erkend en er vervolgens afspraken worden gemaakt over respect en processen. Dit leidt uiteindelijk tot een minimale vertrouwensbasis die nodig is om verder te kunnen komen in de onderhandelingen. Deze verrassende strategie van Koolmees kan precies datgene zijn wat nodig is om de impasse te doorbreken.

Wat deze formatie kan betekenen
De komende dagen zijn cruciaal en er zijn drie belangrijke signalen om in de gaten te houden: taalverandering, deelakkoorden en de benoeming van een informateur met een duidelijke opdracht. Als partijen zich minder vijandig uitlaten en er tussentijdse akkoorden worden gesloten, betekent dit dat er vooruitgang is. Een succesvolle formatie kan leiden tot een kabinet dat snel aan de slag kan met urgente dossiers, terwijl het falen ervan zal leiden tot meer complexe onderhandelingen. De periode van vrijblijvend praten is definitief voorbij: het is tijd voor actie.











