Justitieminister David van Weel weigert onderzoek te laten doen naar de vraag of uitspraken in de Tweede Kamer bijdragen aan extremistisch gedrag op straat. Dat werd duidelijk tijdens het wekelijkse vragenuur op dinsdag, toen DENK-Kamerlid Ismail el Abassi hem daartoe opriep naar aanleiding van de rellen op het Malieveld afgelopen zaterdag. Van Weel wees het verzoek af met de woorden dat hij zich niet geroepen voelt om “het parlement te recenseren”.

De aanleiding voor het debat waren de gewelddadige ongeregeldheden rond een demonstratie op het Malieveld in Den Haag afgelopen zaterdag. Bij die bijeenkomst, georganiseerd onder de noemer ‘Wij zijn het volk’, ontstonden confrontaties tussen demonstranten en de politie. Er klonken antisemitische leuzen en de politie zag zich genoodzaakt in te grijpen. De gemeente Den Haag reageerde met een noodbevel voor een deel van de stad.
El Abassi ziet parallellen met Kamertaal
Tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer confronteerde El Abassi de minister met wat hij zag als een verband tussen de retoriek op het Malieveld en het taalgebruik in het parlement zelf. “Ik heb moeite soms dat we in de derde vorm spreken”, zei het DENK-Kamerlid. Hij stelde dat racistische leuzen die op het Malieveld klonken, overeenkomsten vertoonden met “begrippen en uitingen die gedaan zijn in dit huis”.

El Abassi verwees daarbij specifiek naar de rechtsextremistische omvolkingstheorie, een begrip waar volgens hem ook FVD- en PVV-Kamerleden weleens naar hebben verwezen. Op basis daarvan vroeg hij Van Weel te onderzoeken “wat de uitspraken in dit huis doen met de mensen op straat”.
Minister weigert rol als scheidsrechter
Van Weel gaf aan niet bereid te zijn dat onderzoek uit te voeren. “Ik weet niet of het nu aan mij is om het parlement te recenseren. Daar voel ik me niet helemaal senang bij”, reageerde de minister. Daarmee liet hij de vraag van El Abassi onbeantwoord en trok hij een duidelijke grens tussen zijn rol als justitieminister en een beoordeling van het politieke debat in de Kamer zelf.

Wel maakte Van Weel een onderscheid tussen de vraag naar een direct oorzakelijk verband en de bredere zorg over de politieke sfeer. Tussen de politiek en de extreemrechtse rellen op het Malieveld valt volgens hem “geen directe link” te leggen. Tegelijkertijd vindt de VVD‘er wel dat politici polarisatie in het debat moeten vermijden. “Omdat die oplopende temperatuur leidt tot onrust en onveiligheid”, aldus Van Weel bij het wekelijkse vragenuur.

Wat er zaterdag gebeurde op het Malieveld
Tijdens de demonstratie op het Malieveld liep de sfeer zaterdag flink op. Demonstranten gooiden vuurwerk naar agenten en de Mobiele Eenheid, waarna de politie ingreep en de bijeenkomst ontbond, meldde De Telegraaf. Ook waren Hitlergroeten te zien en klonken antisemitische leuzen. Vanwege de aanhoudende ongeregeldheden vaardigde de gemeente Den Haag een noodbevel uit voor een deel van de stad.
Van Weel noemde de beelden van de rellen volgens dezelfde bron “walgelijk”. Hij sprak van “Hitlergroeten, antisemitische leuzen, geweld tegen de politie en vuurwerk gooien naar de ME” en benadrukte dat hier “snoeihard tegen opgetreden” moet worden. Ook andere bewindslieden en Kamerleden reageerden destijds met scherpe kritiek op het gedrag van de demonstranten.

Discussie over toon van het politieke debat
Het incident in de Kamer laat zien hoe het debat over de rellen zich verbreedt naar de vraag welke rol politici zelf spelen in de maatschappelijke spanningen. Waar El Abassi een link legde tussen retoriek in het parlement en gedrag op straat, hield Van Weel vast aan de scheiding tussen een oorzakelijk verband en een oproep tot gematigdheid. De minister erkende dat een oplopende politieke temperatuur kan bijdragen aan onrust, zonder daarmee te stellen dat specifieke uitspraken van Kamerleden de rellen hebben veroorzaakt.
Naast de discussie over de rellen kwam tijdens hetzelfde vragenuur ook een ander dossier van Van Weel aan bod. De Algemene Rekenkamer had eerder gesteld dat de minister de Kamer “op het verkeerde been” had gezet over tienduizend aangiftes die niet werden behandeld. Van Weel zei zelf de Kamer niet verkeerd te hebben geïnformeerd en sprak van “een verschil van inzicht” met de Rekenkamer over de vraag of het grotendeels om meldingen dan wel aangiftes ging.

Vervolg blijft voorlopig uit
Een concreet vervolg op de vraag van El Abassi is er vooralsnog niet. Van Weel liet expliciet weten geen onderzoek te zullen instellen naar de relatie tussen Kamertaal en straatgeweld. Daarmee blijft de kwestie voorlopig een politiek meningsverschil tussen DENK en de justitieminister, zonder dat er een officieel onderzoekstraject aan wordt gekoppeld. De bredere maatregelen tegen probleemdemonstraties, waaronder een aangekondigd wetsvoorstel dat burgemeesters en de Mobiele Eenheid meer bevoegdheden moet geven, staan volgens eerdere berichtgeving gepland voor 2027.
Bronnen en credits
Bronnen: De Dagelijkse Standaard, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, Welingelichte Kringen, telegraaf.nl
Foto: Het Binnenhof in Den Haag tijdens de verbouwing — Szilas (bron), CC BY 4.0











