Bart van den Brink

Van den Brink tempert verwachtingen rond spreidingswet: ‘Iedere dag een bestuurlijk gesprek’

Asielminister Bart van den Brink (CDA) heeft vrijdag duidelijk gemaakt dat hij de lat voor zichzelf lager legt dan verwacht. Hij spreekt niet alle gemeenten die de spreidingswet niet naleven persoonlijk aan. Dat zei hij vlak voor de ministerraad in Den Haag, een dag nadat Nieuwsuur berichtte dat hij gemeenten die onvoldoende asielzoekers opvangen, vanaf volgende week op de vingers zou tikken. De vraag is nu wat die aanpak in de praktijk nog voorstelt.

Wat de spreidingswet vraagt van gemeenten

De spreidingswet verplicht gemeenten om een bepaald aantal asielzoekers op te vangen. De wet is ingevoerd om de opvang gelijkmatiger te verdelen over het land. Niet alle gemeenten houden zich echter aan die verplichting. Sommige gemeenten vangen structureel te weinig mensen op, terwijl andere locaties, zoals het aanmeldcentrum in Ter Apel, vollopen. Daarmee loopt het systeem vast op meerdere plaatsen tegelijk.

Het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel is inmiddels zo vol dat er een ingrijpende maatregel is genomen. Sinds deze week worden daar alleen nog kwetsbare mensen opgevangen. Dat is een directe consequentie van de aanhoudende druk op de opvangcapaciteit. Bovendien illustreert het hoe urgent de situatie is geworden. Toch lijkt de minister een voorzichtige, gefaseerde aanpak te kiezen in plaats van direct breed in te grijpen.

Lees ook:  Timmermans dan toch geen premier: ´Stoot kiezers af met gedrag in Kamer´

Minister tempert zijn eigen aanpak

Van den Brink erkende vrijdag dat het onmogelijk is om met alle nalatige gemeenten in gesprek te gaan. Zou hij dat wel proberen, dan zou dat betekenen dat hij “vanaf vandaag tot aan de zomer iedere dag een bestuurlijk gesprek” heeft. Dat zijn eigen woorden. Daarmee nuanceerde hij de indruk die Nieuwsuur donderdag wekte, namelijk dat gemeenten snel en breed door hem zouden worden aangesproken.

In plaats daarvan richt de minister zich op een selecte groep. Hij verwacht voor de zomer van een aantal gemeenten tekst en uitleg te ontvangen over waarom zij niet genoeg mensen opvangen. Welke gemeenten dat zijn, liet hij echter open. Bovendien gaf hij geen concrete termijnen of aantallen. Daardoor blijft onduidelijk hoe breed de aanpak werkelijk is en hoeveel gemeenten daadwerkelijk worden aangesproken.

De stok achter de deur: Rijk neemt het over

Toch liet Van den Brink ook zien dat er wel degelijk een grens is. Als gemeenten geen goede reden hebben om de spreidingswet te negeren en blijven verzaken, kan het zover komen dat het Rijk ingrijpt. De minister omschreef dat als de situatie waarin “wij uiteindelijk de taak overnemen”. Concreet zou dat betekenen dat hij zelf op zoek gaat naar geschikte opvangplekken, buiten de gemeenten om.

Lees ook:  Sigrid Kaag toont kwetsbare kant in Zomergasten: 'Streng voor zichzelf'

Dit is een stevige bevoegdheid, maar de minister gaf niet aan wanneer hij die inzet. Daarnaast bleef onduidelijk welke juridische of bestuurlijke procedure daarvoor geldt. Het is dus een stok achter de deur, maar de vraag blijft wanneer en hoe die stok daadwerkelijk wordt gebruikt. Vooralsnog kiest Van den Brink dus voor een gespreksstrategie boven een directe interventie.

Druk op het systeem neemt toe

De druk op de asielopvang in Nederland is hoog. Ter Apel functioneert al langere tijd als een knelpunt in het systeem. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kampt voortdurend met te weinig capaciteit op de juiste plekken. De spreidingswet is juist bedoeld om die capaciteit beter te verdelen, maar werkt pas als gemeenten ook daadwerkelijk meewerken. Zolang een deel van de gemeenten achterblijft, blijft de druk op plaatsen als Ter Apel bestaan.

Bovendien speelt de politieke context een rol. De wet is omstreden en heeft bij invoering al weerstand opgeroepen vanuit meerdere gemeenten en politieke partijen. Sommige gemeenten stellen dat zij niet kunnen voldoen aan de eisen vanwege gebrek aan geschikte locaties of lokale weerstand. Anderen willen schlicht niet meewerken. Die variatie maakt een eenduidige aanpak vanuit Den Haag extra ingewikkeld.

Selectieve aanpak roept vragen op

De keuze van Van den Brink om niet breed in te grijpen, maar te focussen op een beperkt aantal gemeenten, roept vragen op over de handhaving van de spreidingswet. Als slechts een deel van de nalatige gemeenten wordt aangesproken, voelen andere gemeenten mogelijk weinig urgentie om te handelen. Dat risico is reëel, zeker als de consequenties voor niet-naleving beperkt blijven of lang op zich laten wachten.

Lees ook:  Timmermans ontmaskerd: ´Schandalige premierjacht dankzij EU-toelage van 300k'

Tegelijkertijd begrijpt de minister de praktische beperking. Een minister die elke dag een bestuurlijk gesprek voert, heeft geen tijd voor andere taken. Toch mogen die praktische beperkingen geen excuus worden om de wet nauwelijks te handhaven. De komende weken zal blijken hoe serieus de aanpak van Van den Brink is en of gemeenten de boodschap oppikken zonder directe druk van bovenaf.

Wat nu verder te verwachten valt

Voor de zomer verwacht asielminister Bart van den Brink dus reacties van een aantal gemeenten. Of die reacties tot actie leiden, of tot vervolgstappen vanuit het ministerie, is nog de vraag. Zolang Ter Apel overloopt en gemeenten niet evenredig bijdragen aan de opvang van asielzoekers, blijft de druk op het systeem hoog. De minister heeft zijn speelruimte duidelijk afgebakend, maar de werkelijke test voor de spreidingswet moet nog beginnen.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's