Alsof het dagelijkse leven nog niet duur genoeg is, krijgen veel huishoudens er binnenkort een nieuwe financiële last bij. Door een nieuwe Europese heffing op vervuilende CO2-uitstoot kunnen de maandelijkse kosten voor gas en autorijden oplopen tot wel zeventig euro extra. Voor gezinnen die nu al elke euro moeten omdraaien, voelt dit als een nieuwe klap in hun portemonnee, terwijl de prijzen van boodschappen, huur en zorgpremies ook blijven stijgen.

Wat houdt de timmermans-taks precies in
De nieuwe EU-maatregel, in de volksmond al snel omgedoopt tot de ‘Timmermans-taks’, is een uitbreiding van het Europese systeem van emissiehandel naar onder andere benzine, diesel en aardgas. Vanaf ongeveer 2028 moeten leveranciers voor elke ton CO2 die hun brandstoffen veroorzaken een bepaald aantal uitstootrechten inleveren. Dat klinkt als een technisch instrument, maar in de praktijk betekent het dat elke tankbeurt en elke gedraaide kubieke meter gas een stukje duurder wordt voor de gewone burger.

Hoe werken die uitstootrechten in de praktijk
Leveranciers van brandstoffen kopen deze uitstootrechten op een speciale Europese markt, waar de prijs mee beweegt met vraag en aanbod. De kosten die zij daar maken verdwijnen niet in het niets: die worden vrijwel volledig doorgerekend aan de consument. Achter deze constructie zit de gedachte dat een hogere prijs voor CO2-intensieve producten mensen stimuleert om te verduurzamen, bijvoorbeeld door minder te rijden, zuiniger te stoken of over te stappen op schonere alternatieven. Voor veel gezinnen voelt dit echter vooral als een extra belasting zonder direct haalbaar alternatief.

Minder emissierruimte elk jaar
De Europese Commissie wil met deze aanpak stap voor stap de totale hoeveelheid beschikbare CO2-rechten jaarlijks verlagen. Elk jaar komen er daarmee minder rechten op de markt, waardoor de prijs van de overgebleven rechten naar verwachting stijgt. Dit mechanisme moet bedrijven en uiteindelijk ook burgers dwingen om hun uitstoot structureel terug te dringen. In theorie zorgt dat voor minder broeikasgassen, maar in het dagelijks leven resulteert het in hogere kosten voor verwarming en mobiliteit, die vooral voelbaar zijn bij mensen met een laag of middeninkomen.

Grote verschillen tussen huishoudens
Volgens berekeningen zullen veel huishoudens enkele tientjes per maand extra kwijt zijn aan energie en brandstof, maar die hogere kosten zijn niet voor iedereen gelijk. Onderzoekers waarschuwen voor grote verschillen in de uitgaven voor CO2-uitstoot per huishouden. Het Planbureau voor de Leefomgeving benadrukt dat vooral gezinnen die afhankelijk zijn van een benzineauto of wonen in een slecht geïsoleerde woning hard geraakt kunnen worden. Voor deze groepen stapelen lasten zich op, terwijl zij vaak weinig mogelijkheden zien om hun gedrag ingrijpend aan te passen.

Wie loopt het grootste risico
PBL-directeur Marko Hekkert waarschuwt in gesprekken met onder meer De Telegraaf dat recente schommelingen in energieprijzen duidelijk hebben gemaakt hoe snel zorgen over energiearmoede kunnen groeien. Te hoge energietarieven leiden tot financiële stress bij specifieke groepen Nederlanders, bijvoorbeeld alleenstaande ouders, mensen in oude huurblokken of gezinnen op het platteland die de auto hard nodig hebben. De emotionele druk van steeds hogere vaste lasten kan zorgen voor gevoelens van machteloosheid, schaamte en onzekerheid over de toekomst.

De kwetsbare positie van huurders
Voor mensen met een huurwoning is de situatie extra ingewikkeld. Zij kunnen niet zomaar beslissen om hun huis beter te isoleren of een warmtepomp te laten plaatsen, omdat die investeringen meestal bij de verhuurder liggen. Wanneer een verhuurder weinig voelt voor dure verduurzamingsmaatregelen, blijft de huurder achter met een tochtige woning en een hoge energienota. Deze afhankelijkheid kan frustraties oproepen: huurders zien hoe hun kosten stijgen door beleidskeuzes en achterblijvende investeringen waar zij zelf nauwelijks invloed op hebben.

De erfenis van de green deal
De naam Frans Timmermans duikt telkens op bij discussies over dit nieuwe systeem, omdat hij als architect van de Europese Green Deal het gezicht werd van het klimaatbeleid in Brussel. Hoewel hij na de verloren verkiezingen uit de schijnwerpers is verdwenen, werken zijn plannen nu door in het leven van miljoenen Europeanen. De Green Deal moest de CO2-uitstoot fors verminderen en Europa klimaatneutraal maken, maar voor veel Nederlanders voelt deze nalatenschap vooral als een beleidsvisie die diep ingrijpt in hun financiële ruimte.

Welke rol kan de overheid spelen
Dat veel huishoudens straks tientallen euro’s per maand extra kwijt zijn, roept de vraag op wat de overheid kan doen om kwetsbare groepen te beschermen. Denk aan gerichte compensatie, verlaging van andere belastingen of subsidies voor isolatie en zuinige verwarmingssystemen. Volgens recent onderzoek van TNO hebben nu al ongeveer een half miljoen huishoudens moeite om de energierekening te betalen. Zonder aanvullende maatregelen dreigt dat aantal verder te groeien, met alle sociale en emotionele gevolgen van dien: van oplopende schulden tot spanningen achter de voordeur.

Wat betekent dit voor de komende jaren
Als de overheid niet tijdig ingrijpt, kan de combinatie van de nieuwe CO2-heffing, stijgende levensonderhoudskosten en bestaande ongelijkheden de kloof tussen verschillende groepen burgers vergroten. Voor sommige mensen zal de prikkel om te verduurzamen werken, bijvoorbeeld door eerder een elektrische auto te kopen of hun huis grondig te isoleren. Maar grote groepen missen het kapitaal om zulke stappen te zetten. De komende jaren wordt daarom beslissend of klimaatbeleid en sociale rechtvaardigheid beter in balans kunnen komen, zodat de weg naar een schoner Europa niet ten koste gaat van de bestaanszekerheid van gewone huishoudens.
Bronnen en credits
Bron: NU.nl











