Stagiair Mandarijn hielp RIVM pandemie vroeg ontmaskeren: ‘Uitbraak veel groter’

Een toevallige vondst maakte in januari 2020 het verschil: het RIVM had op dat moment een stagiair in dienst die Mandarijn beheerste, en precies die kennis stelde de instelling in staat Chinese lokale gezondheidsinformatie accuraat te vertalen. Die informatie wees op een uitbraak die veel groter was dan China officieel erkende. Dat verklaarde hoofdmodelleur Infectieziekten Jacco Wallinga maandag tijdens een verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona. Zijn verklaring werpt nieuw licht op hoe Nederland al vroeg wist dat de werkelijkheid in Wuhan alarmerender was dan de officiële berichten deden vermoeden.

Een stagiair als onverwachte sleutelfiguur

Het klinkt bijna onwaarschijnlijk, maar het RIVM dankte een deel van zijn vroege inzicht in de corona-uitbraak aan een stagiair die bij toeval Mandarijn machtig was. Omdat de officiële Chinese overheidskanalen weinig bruikbare of betrouwbare informatie verstrekten, zochten modelleurs hun toevlucht tot lokale Chinese gezondheidsdiensten. Die publiceerden gegevens die een duidelijk ander, zorgelijker beeld schetsten. Zonder iemand die die informatie kon lezen en vertalen, was dat inzicht nooit beschikbaar geweest. Wallinga benadrukte bovendien dat lokale gezondheidsdiensten in China meer bruikbare informatie gaven dan de officiële cijfers van de landelijke overheid.

Daarmee wordt duidelijk dat de vroege data-analyse van het RIVM niet alleen berustte op diplomatieke of internationale kanalen, maar mede op creatieve, informele informatievergaring. Bovendien was die vergaring deels afhankelijk van een toevalligheid. De aanwezigheid van de Mandarijnsprekende stagiair was, zoals Wallinga het impliciet beschreef, geen strategische keuze maar een gelukkige samenloop van omstandigheden.

Lees ook:  Lidewij de Vos presenteert migratiebeleid: ´Niet werken, is direct het land uit´

Signalen uit Japan en Thailand gaven doorslag

Naast de lokale Chinese bronnen speelden ook signalen uit andere Aziatische landen een cruciale rol. Voor Wallinga werd het in januari 2020 definitief duidelijk dat de uitbraak vele malen groter was dan de officiële cijfers suggereerden, toen ook gevallen opdoken in Japan en Thailand. “Dat kan toeval zijn,” zei hij tijdens het verhoor, “maar wij schatten in dat de uitbraak veel groter was dan volgens de officiële cijfers.” Die redenering is methodologisch logisch: als een virus duizenden kilometers verderop opduikt, moet de verspreiding aan de bron al omvangrijker zijn geweest dan gerapporteerd.

Samen met gegevens uit Singapore probeerden Wallinga en zijn collega’s vervolgens te bepalen hoe lang mensen besmettelijk zouden zijn en hoe lang quarantaine noodzakelijk was. Daarmee legden ze een vroege epidemiologische basis voor de Nederlandse beleidsreactie. Vervolgens werden in de loop van januari en februari steeds meer onderzoekers op deze gegevensverzameling gezet, naarmate het beeld duidelijker werd en de druk toenam om scenario’s klaar te hebben.

Modelleurs rekenden al door op Nederland

Terwijl de wereld nog aanzag hoe de situatie in Wuhan zich ontwikkelde, maakten de modelleurs van het RIVM al analyses over wat een eventuele introductie van het virus in Nederland zou betekenen. “We maakten analyses over wat het zou betekenen als het virus in Nederland zou komen,” zei Wallinga tijdens zijn verhoor. Daarmee liepen de Nederlandse wetenschappers, althans in hun eigen berekeningen, vooruit op een scenario dat velen op dat moment nog als hypothetisch beschouwden.

Lees ook:  Bosma trekt regel in vlak voor groot Kamerdebat: 'Ik heb geen meerderheid'

Toch benadrukte Wallinga ook dat het op dat moment nog niet zeker was dat het om een pandemie zou gaan. Hoewel de sterftecijfers in China hoog waren, was het niet duidelijk hoe die zich zouden verhouden tot de capaciteit en kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg. Daarom hielden de modelleurs meerdere scenario’s open, zonder een definitieve conclusie te trekken over de mondiale reikwijdte van het virus.

Verhoor binnen bredere enquête naar coronacrisis

Het verhoor van Wallinga vindt plaats in het kader van de lopende parlementaire enquêtecommissie corona, die onderzoekt hoe de Nederlandse overheid en haar kennisinstellingen hebben gehandeld tijdens de pandemie. De commissie legt daarbij onder meer bloot welke informatie er wanneer beschikbaar was, en hoe die informatie doorstroomde naar beleidsmakers. De verklaring van Wallinga is in dat kader opmerkelijk: ze laat zien dat het RIVM al vroeg beschikte over signalen die de officiële Chinese cijfers weerspraken.

Bovendien sluit dit verhoor aan bij eerdere getuigenissen in de enquête, waaronder die van andere betrokkenen bij het vroege pandemiebeleid. Daarmee ontstaat langzaam een gedetailleerder beeld van wat er precies bekend was in de eerste weken van 2020, en welke keuzes er op basis van die kennis werden gemaakt. De vraag is nu ook in hoeverre die vroege inzichten van de modelleurs daadwerkelijk hun weg vonden naar de politieke besluitvorming.

Onderrapportage door China: geen vaststaand oordeel

Het is belangrijk om te benadrukken wat Wallinga wel en niet heeft gezegd. Hij stelde dat de uitbraak in Wuhan groter was dan China beweerde, maar hij sprak zich niet uit over de vraag of die onderrapportage opzettelijk was. De bronnen bevestigen alleen dat de modelleurs op basis van hun analyse tot een andere inschatting kwamen dan de officiële Chinese cijfers suggereerden. Dat is een wetenschappelijke observatie, geen politiek oordeel. De conclusie dat lokale Chinese diensten meer betrouwbare informatie verstrekten dan de nationale overheid, kan bovendien ook andere verklaringen hebben dan bewuste manipulatie.

Lees ook:  Kabinet zet onderzoek in naar taxi-truc: 'eerst nee, dan woekerprijs'

Vroege signalen, trage erkenning

Wat de verklaring van Wallinga onderstreept, is het contrast tussen de vroege wetenschappelijke signalen en de trage internationale erkenning van de ernst van de situatie. Het RIVM had in januari 2020 al redenen om aan te nemen dat de werkelijkheid in Wuhan dramatischer was dan gemeld, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie pas op 30 januari 2020 een internationale noodsituatie uitriep. Die kloof tussen wat wetenschappers zagen en wat officieel werd erkend, staat centraal in het lopende enquêteonderzoek en zal ongetwijfeld nog verder worden uitgeplozen tijdens de komende verhoren.

De enquêtecommissie zet haar werkzaamheden voort en zal naar verwachting meer getuigen horen over de vroege fase van de coronacrisis. De verklaring van Wallinga vormt daarin een belangrijk puzzelstuk: ze laat zien hoe een kleine groep modelleurs, gewapend met lokale data en een toevallige taalvaardigheid, al vroeg een scherpere blik had op de dreigende pandemie dan velen buiten het RIVM destijds hadden.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's