Oud-premier Dick Schoof blikt terug op de moeizame jaren waarin Europa probeerde Oekraïne veiligheidsgaranties te bieden. In de podcast De Atlantische Blik zegt hij dat de Amerikaanse omgang met Rusland en Oekraïne sinds het aantreden van president Donald Trump voor Europa niet te volgen was. Daardoor kwamen de bondgenoten van Oekraïne volgens hem steeds weinig vooruit.

Intussen is de aard van de Europese steun veranderd. De hulp verschuift van bescherming met troepen naar de levering van training, wapens en inmiddels vooral geld voor de Oekraïense strijdkrachten en wapenindustrie. Schoofs terugblik laat zien hoe ver die verschuiving afstaat van de plannen waarmee de Europese bondgenoten eerder naar buiten traden.
Trump kiest voor de rol van bemiddelaar
Het begin van het verhaal ligt bij een keuze van president Donald Trump. Hij maakte duidelijk dat de Verenigde Staten onder zijn leiding niet als beschermheer van Oekraïne zouden optreden. De rol die Washington voor zichzelf zag, was hooguit die van bemiddelaar tussen de strijdende partijen.
Die opstelling zette de Europese verhoudingen onder druk. Wie Oekraïne wilde beschermen, kon niet langer rekenen op een Amerikaanse paraplu. Oekraïnes Europese medestanders moesten daardoor zelf nadenken over de vraag wat zij konden en wilden doen als er ooit een einde kwam aan de oorlog met Rusland.
Europese medestanders vormen een coalitie
Als antwoord timmerden de Europese medestanders van Oekraïne een ‘Coalitie van Bereidwilligen’ in elkaar. Het doel was om in te springen waar de Verenigde Staten dat niet wilden doen. Nederland, destijds onder leiding van Schoof als premier, was een van de landen die zich bij die coalitie aansloot.
De deelnemende landen stelden wel een duidelijke voorwaarde. Ze wilden niet zonder de Verenigde Staten tegenover de Russische strijdkrachten komen te staan. Een Europese troepenmacht zonder Amerikaanse rugdekking werd gezien als een risico dat de landen niet alleen wilden dragen.
De vraag om ruggensteun blijft onbeantwoord
Daarom vroegen de landen van de coalitie om een garantie van ruggensteun, in vaktaal een ‘backstop’. Die garantie moest zekerheid geven dat de Amerikanen zouden bijspringen als Europese militairen in Oekraïne in de problemen zouden komen. Zonder zo’n toezegging bleef een Europese inzet moeilijk te verantwoorden.
Of de Amerikanen voor die backstop wilden instaan, bleef lang onduidelijk. Intussen klonk er ongeduld over de weinig concrete resultaten die de coalitie presenteerde. Dat ongeduld kwam niet alleen uit Europa of Oekraïne: ook Trump zelf liet horen dat hij vond dat de coalitie weinig concreets te bieden had.

Schoof dacht een belangrijke stap te zetten
Schoof zegt in de podcast van de Atlantische Commissie dat hij meermaals met de andere leiders van de coalitie meende echt ‘een belangrijke stap’ te nemen. Het ging volgens hem om het op zich nemen van ‘een stukje van onze verantwoordelijkheid’ om Oekraïne te beschermen. Dat zou gelden op het moment dat er een vredesdeal of een staakt-het-vuren zou zijn.
Toch kwam die stap er steeds niet. Dat ‘ontglipte elke keer aan onze vingers’, zegt Schoof. Als verklaring wijst hij naar de Amerikaanse kant: de onderhandelaars, ook in directe lijn met het Witte Huis, maakten soms toch net weer een terugtrekkende beweging terwijl ze eerder een voorwaartse beweging hadden gemaakt.
Witkoff en Kushner als vredesgezanten
Dat gold volgens Schoof ‘in het bijzonder’ voor Steve Witkoff en Jared Kushner. Witkoff is een vastgoedvriend van Trump en Kushner is zijn schoonzoon. Trump zette beiden in als vredesgezant, waardoor zij een centrale rol speelden in de contacten over een mogelijke regeling voor Oekraïne.
Schoofs oordeel over hun optreden is een persoonlijke terugblik, geen vastgesteld feit. Hij beschrijft het patroon zoals hij het als regeringsleider ervoer: eerst leek er beweging richting concrete afspraken, daarna trokken de Amerikaanse onderhandelaars zich weer terug. Een reactie van de betrokkenen staat niet in de aangeleverde gegevens.
Een troepenmacht, maar geen beschermende inzet
Een jaar geleden kondigde de coalitie uiteindelijk aan een ‘multinationale troepenmacht’ te willen leveren. Daarmee leek de Europese bereidheid om Oekraïne na een vredesdeal of staakt-het-vuren te beschermen concreet te worden. Schoof presenteert het in de podcast als het resultaat van lang zoeken naar een gezamenlijke lijn.
Inmiddels ligt het zwaartepunt van de steun elders. De hulp verschuift van bescherming met troepen naar de levering van training, wapens en vooral geld voor de Oekraïense strijdkrachten en wapenindustrie. De oorspronkelijke ambitie om zelf bescherming te bieden is daarmee naar de achtergrond geschoven.
Een terugblik in De Atlantische Blik
De uitspraken van Schoof komen uit de podcast De Atlantische Blik. Die podcast wordt gemaakt door de Atlantische Commissie, die het gesprek over de band tussen Europa en de Verenigde Staten gaande houdt. In die setting blikt de oud-premier terug op zijn periode aan het hoofd van de regering.

Als oud-premier spreekt Schoof over zaken waar hij zelf bij betrokken was, zoals de overleggen met de andere coalitieleiders. Zijn verhaal beschrijft vooral hoe de Europese bondgenoten steeds opnieuw hoop hadden op een doorbraak. Telkens kwam die hoop volgens hem tot stilstand door de wisselende houding van Washington.











