De onderhandelingen over de EU-begroting voor 2028 tot en met 2034 worden gevoed door de verkiezingskalender. Tot eind 2027 gaan kiezers in vier van de vijf grootste EU-landen naar de stembus: Spanje, Frankrijk, Italië en Polen. Dat maakt een akkoord politiek gevoeliger, terwijl de lidstaten het inhoudelijk nog lang niet eens zijn.

Voor de meerjarenbegroting is overeenstemming van alle lidstaten nodig. EU-president António Costa wil de onderhandelingen voor het einde van het jaar afronden. Premier Rob Jetten vindt de voorgestelde bezuinigingen op dit moment niet voldoende, terwijl andere landen juist een grotere begroting willen.
Eens in de zeven jaar een nieuw budget
Eens in de zeven jaar moeten alle EU-landen een akkoord sluiten over een nieuwe begroting. Nu gaat het om de periode 2028 tot en met 2034. Zulke onderhandelingen verlopen volgens de betrokken partijen altijd hard, omdat elk land rekening moet houden met de eigen bijdrage en wat het terugkrijgt.
De Europese Commissie trapte de discussie in juli af met een voorstel van een kleine 2000 miljard euro voor zeven jaar. Na hevig verzet van de nettobetalers bespreken de landen inmiddels een variant die ongeveer 150 miljard euro lager ligt. Voor een deel van de lidstaten is ook die variant nog te veel.
Le Pen voert campagne op lagere Franse bijdrage
Vooral de Franse presidentsverkiezingen kunnen de gesprekken bemoeilijken. Marine Le Pen, die bovenaan staat in de Franse peilingen, voert campagne voor een veel lagere Franse bijdrage aan de EU. Om die boodschap kracht bij te zetten, gaf zij eerder deze week een persconferentie in Brussel.
President Emmanuel Macron wil daarom voor het einde van het jaar een deal. Onderhandelen over de EU-miljarden tijdens de Franse presidentsverkiezingen zou volgens Frankrijk te gevoelig zijn. Hoe dichter de verkiezingen komen, hoe lastiger het volgens die redenering wordt om concessies te doen.

Meloni weigert een deal om de deadline
Niet alle leiders voelen de noodzaak om haast te maken. De Italiaanse premier Giorgia Meloni zei eerder deze week: “We zullen geen akkoord tekenen dat niet gunstig is, alleen maar om de deadline te halen.” Zij herinnert eraan dat uiteindelijk alle landen het eens moeten worden.
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz stuurt aan op een akkoord bij de Europese top op 17 december. Die top kan meerdere dagen en nachten duren, zei hij: “Ik zal voor die top een aantal extra overhemden inpakken.” Op 13 november spreken de leiders eerst verder met elkaar, in Dublin.
Merz ziet nog mogelijkheden voor oplossingen
Merz noemde de situatie voorafgaand aan het overleg in Brussel lastig. “We staan voor zeer moeilijke onderhandelingen”, zei hij. De leiders van de 27 landen probeerden donderdagavond dichter bij elkaar te komen, maar zijn daarin vooralsnog niet geslaagd.
“We liggen tweeënhalve maand voor het einde van het jaar nog heel ver uit elkaar”, zei Merz. “Maar dat betekent niet dat we de komende maanden niet nog met oplossingen kunnen komen.” Zo klinkt voorzichtig optimisme door de grote afstand tussen de partijen heen.

Nettobetalers willen een kleinere begroting
Rijkere landen als Nederland, Duitsland en Zweden dragen meer bij dan ze via subsidies en fondsen terugkrijgen. Deze nettobetalers willen daarom geen lijvige begroting, omdat de kosten dan oplopen. Duitsland is de aanvoerder van deze groep. Zes lidstaten dreigen de begroting van circa 2000 miljard euro te blokkeren.
Jetten zei: “Het huidige voorstel is niet goed genoeg om tot een akkoord te komen. De begroting moet kleiner en moderner om klaar te zijn voor de toekomst.” Nederland en Duitsland willen meer geld voor innovatie, defensie, tech en de energietransitie en minder voor landbouw en armere regio’s.
Zeventien landen willen juist meer geld
Tegenover de nettobetalers staat een groep van zeventien landen die een ruimere begroting wil. Zij willen meer geld voor onder meer hun boeren en voor de ontwikkeling van achtergestelde regio’s. Deze groep staat onder leiding van Italië en Roemenië.
De Spaanse premier Pedro Sánchez is trots dat zijn land nettobetaler wordt en pleit voor een groter EU-budget. Het huidige voorstel is weliswaar kleiner dan het oorspronkelijke plan van de Commissie. Een deel van de verlaging zit bij thema’s als onderzoek en innovatie, die Nederland juist belangrijk vindt.
Ook in Nederland klinkt de roep om een veto
SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen riep op 11 juni in de Tweede Kamer op de volgens hem absurd hoge begroting van 2000 miljard euro tegen te houden. Het coronafonds buiten beschouwing gelaten, zou het voorstel volgens hem een stijging van 66 procent ten opzichte van de huidige begroting inhouden.

Ruissen vindt dat er veel lucht in de plannen zit, onder meer miljarden voor sociaal beleid, huisvesting en cultuur. Volgens hem betekent begroten vooral keuzes maken. Hij vindt dat dat besef in Brussel nog onvoldoende is doorgedrongen. Dit is zijn eigen standpunt, geen vaststaand feit.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Volkskrant, nos.nl, eurofractie.sgp.nl
Foto: europa gebouw brussel commons1 — Fred Romero from Paris, France (bron), CC BY 2.0
Foto: Friedrich Merz geeft Ursula von der Leyen een hand bij de Europese Commissie — Dati Bendo / European Union, 2025 / EC – Audiovisual Service (bron), CC BY 4.0










