Vierenhalf jaar oorlog heeft de Oekraïense bevolking gebroken, maar niet verslagen. Harm Goossens, directeur van het Nederlandse Rode Kruis, bevindt zich momenteel in Oekraïne en getuigt van een samenleving die mentaal en fysiek tot het uiterste is gedreven. Toch klinkt er, zo vertelt hij, geen bereidheid tot overgave. Wat hij aantreft, schetst een beeld dat ver voorbij een humanitaire crisis gaat.
Vierenhalf jaar van aanhoudend geweld
Toen Rusland in februari 2022 Oekraïne binnenviel, begon een oorlog waarvan velen hoopten dat die snel zou eindigen. Dat gebeurde niet. Inmiddels zijn er vierenhalf jaar verstreken, en de gevolgen voor de burgerbevolking zijn enorm. Steden zijn gebombardeerd, gezinnen zijn uiteengevallen en miljoenen mensen zijn gevlucht. Degenen die bleven, leven al jaren onder de dreiging van luchtaanvallen.
Bovendien heeft de aanhoudende druk geleid tot iets wat moeilijker te meten is dan verwoesting alleen: een diepgewortelde mentale uitputting. Hulporganisaties signaleren al langer dat de psychologische tol van de oorlog zwaar weegt. Het is die tol die Harm Goossens nu met eigen ogen waarneemt tijdens zijn bezoek aan het land.

Luchtaanvallen als dagelijkse realiteit
Wat Goossens het meest treft, is hoe gewoon het abnormale is geworden. Luchtalarmen, inkomende raketten en explosies op korte afstand zijn geen uitzonderingen meer. Ze zijn het ritme van het dagelijks leven. Volgens hem zijn de Oekraïners inmiddels zo gewend aan de aanhoudende luchtaanvallen, dat zij er nauwelijks nog op reageren zoals mensen van buiten dat zouden doen.
„Voor ons is het onwezenlijk en eng,” zegt Goossens, „maar voor de Oekraïners is dit het nieuwe normaal geworden.” Die uitspraak, eenvoudig maar raak, vat samen wat hij aantreft: een bevolking die heeft leren overleven in omstandigheden die voor buitenstaanders ondenkbaar zijn. Echter schuilt daarin ook een gevaar. Normalisering beschermt de geest op korte termijn, maar laat littekens achter die lang na de oorlog voelbaar blijven.
Moe, maar niet gebroken
Volgens Goossens is de vermoeidheid van de Oekraïense bevolking tastbaar. Mensen zijn uitgeput, zowel lichamelijk als mentaal. Dat geldt voor burgers die al jaren in gebombardeerde steden leven, maar ook voor hen die eerder zijn gevlucht en in onzekerheid leven over wanneer of of zij ooit kunnen terugkeren. Daarnaast dragen families die een dierbaren verloren aan het front een extra zware last.
Toch, benadrukt de directeur van het Nederlandse Rode Kruis, is de uitputting niet hetzelfde als berusting. „Opgeven is geen optie,” is de boodschap die hij meekrijgt van de mensen die hij spreekt. Die combinatie van diepe moeheid en onwankelbare vastberadenheid is opmerkelijk. Ze tekent een bevolking die zich bewust is van de prijs die zij betaalt, maar die de rekening toch blijft voldoen.
De rol van humanitaire hulp in een uitputtingsoorlog
Het Rode Kruis is al jaren actief in Oekraïne en biedt hulp op meerdere fronten. Denk aan medische bijstand, voedselverstrekking en psychosociale ondersteuning. Die laatste categorie wint aan belang naarmate de oorlog langer duurt. Want naarmate de nood minder acuut oogt voor de buitenwereld, neemt de humanitaire druk op de bevolking zelf niet af, maar juist toe.
Bovendien dreigt het risico dat internationale aandacht verslapt. Na jaren van intense berichtgeving raken donoren en publiek vermoeid, terwijl de behoefte ter plaatse onverminderd groot blijft. Het bezoek van Goossens dient daarmee ook een strategisch doel: de humanitaire crisis zichtbaar houden voor een wereld die dreigt weg te kijken. Hulporganisaties benadrukken daarom steeds vaker hoe cruciaal constante steun is, juist in een uitputtingsoorlog.

Wat langdurige oorlog doet met een samenleving
De situatie in Oekraïne illustreert iets wat experts al langer beschrijven: langdurige oorlogen treffen samenlevingen op manieren die pas jaren later zichtbaar worden. Trauma’s blijven sluimeren. Kinderen groeien op in instabiliteit. Ouderen verliezen de laatste jaren van hun leven aan angst en verlies. Vervolgens moeten al deze mensen, als de wapens ooit zwijgen, een leven opbouwen waarvan de fundamenten zijn aangetast.
Daarom wijst het Nederlandse Rode Kruis er ook op dat humanitaire hulpverlening niet stopt als de gevechten stoppen. Herstel vraagt decennia. Dat besef groeit langzaam in internationale beleidskringen, maar het vertaalt zich nog onvoldoende in langetermijnfinanciering voor psychosociale en medische ondersteuning in conflictgebieden.
Oekraïense veerkracht in de schijnwerpers
Wat het verhaal van Goossens uiteindelijk ook vertelt, is dat menselijke veerkracht een formidabele kracht is. De bevolking van Oekraïne bewijst dat mensen in staat zijn om te functioneren onder omstandigheden die van buitenaf onhoudbaar lijken. Dat is geen reden tot geruststelling, integendeel. Het is een aansporing om de internationale steun op peil te houden en niet te veronderstellen dat standhouden hetzelfde is als goed gaan.
Echter, die veerkracht heeft grenzen. Harm Goossens spreekt van moeheid, niet van onkwetsbaarheid. De mensen in Oekraïne houden vol, maar ze hebben daarvoor hulp nodig, zowel nu als in de jaren die volgen. Het Nederlandse Rode Kruis blijft daarom aanwezig in het land en roept op tot blijvende steun. Opgeven is immers, zoals de Oekraïners zelf zeggen, geen optie.










