Een wet die maandenlang vastliep door politiek geruzie staat nu vlak voor de finish. De Eerste Kamer debatteerde dinsdag over de regiewet woningbouw, en een duidelijke meerderheid van senatoren sprak zich positief uit. Achter die steun gaat echter een opmerkelijk verhaal schuil over een controversieel amendement, een ministersbesluit en forse kritiek dwars door coalitiegrenzen heen.
Wat de wet beoogt te veranderen
De regiewet woningbouw moet de rijksoverheid meer grip geven op de aanhoudende woningnood in Nederland. Concreet wil de wet bezwaarprocedures verkorten, zodat bouwprojecten minder lang stilliggen door juridische obstakels. Daarnaast krijgt de minister meer bevoegdheden om in te grijpen als gemeenten of provincies onvoldoende nieuwe huizen realiseren. Bovendien bevat de wet bindende afspraken over het aandeel betaalbare koopwoningen en woningen op de sociale huurmarkt in nieuwbouwprojecten. Alle partijen die dinsdag aan het debat deelnamen, waren het over één ding eens: er moeten snel meer huizen bij komen.
De steun in de senaat komt van een brede coalitie van fracties. Progressief Nederland, D66, VVD, CDA en ChristenUnie schaarden zich achter het wetsvoorstel. Daarmee is in de Eerste Kamer een meerderheid in zicht. Toch klonk bij sommige partijen een voorbehoud door. D66-senator Antoon Kanis noemde de wet “een stap in de goede richting”, maar daarmee is de discussie niet gesloten.

ChristenUnie waarschuwt voor tunnelvisie
Niet iedereen is zonder reserves enthousiast. ChristenUnie-senator Eric Holterhues steunt de wet, maar plaatste wel een nadrukkelijke kanttekening. Hij waarschuwde dat de focus niet te eenzijdig op woningbouw mag komen te liggen. “Straks hebben we een wet regie energietransitie nodig,” zei hij. “We moeten voorkomen dat andere doelen ondersneeuwen.” Daarmee doelde hij op de bredere ruimtelijke opgaven waarmee Nederland kampt, zoals de stikstofproblematiek en de energietransitie. Holterhues wil dat de wet geen vrijbrief wordt om andere belangen structureel opzij te schuiven.
Bovendien was niet elke fractie dinsdag aanwezig bij het debat. Daardoor is nog niet volledig duidelijk hoe de stemverhoudingen in de Eerste Kamer uiteindelijk precies uitpakken. Wel is de verwachting dat de wet voldoende steun vergaart om door de senaat te komen. Dat zou, na een moeizame weg, een belangrijke doorbraak betekenen voor het Nederlandse woonbeleid.
Omstreden PVV-amendement veroorzaakte maandenlange vertraging
De behandeling in de Eerste Kamer liep forse vertraging op door een amendement van de PVV. De Tweede Kamer keurde de wet al in juli vorig jaar goed, maar stemde daarbij in met een PVV-amendement dat bepaalde dat vreemdelingen nooit met voorrang een sociale huurwoning mogen krijgen. Dat klinkt politiek misschien aantrekkelijk, maar stuit juridisch op een fundamenteel bezwaar. De Raad van State constateerde dat het plan indruist tegen het discriminatieverbod. Daarom besloot voormalig woonminister Mona Keijzer het amendement uit de wet te schrappen.
Die ingreep zorgde voor een nieuwe ronde politiek rumoer. Verschillende partijen hekelden de maandenlange vertraging die het gevolg was van de politieke keuze om het amendement er in eerste instantie toch door te laten. VVD-senator Henk Jan Meijer trok zijn eigen partij indirect op de vingers, want de VVD stemde in de Tweede Kamer zelf voor het PVV-plan. “Soms is een motie een beter instrument om een politieke wens kenbaar te maken,” zei hij droog. Daarmee suggereerde hij dat zijn partijgenoten via een vrijblijvender route hun punt hadden kunnen maken, zonder de wet te blokkeren.
CDA vraagt partijen de hand in eigen boezem te steken
CDA-senator Theo Rietkerk was nog directer in zijn oordeel. Hij vond dat “degenen die voor het amendement stemden, in de spiegel moeten kijken.” Daarmee verwees hij ook naar zijn eigen coalitiepartner VVD, die meestemde met de PVV. Zijn oproep tot zelfreflectie was opvallend openhartig voor een debat in de senaat. Het toont aan hoe gevoelig de vertraging ligt, juist in een periode dat de woningnood in Nederland breed als urgent wordt ervaren.
Aan de andere kant staat PVV-senator Ton van Kesteren, die zichtbaar ontevreden is over de afloop. Hij had liever gezien dat minister Keijzer het plan van zijn partijgenoten had aangepast in plaats van volledig te schrappen. De zogeheten schrapwet is voor zijn fractie “moeilijk te verteren,” zo liet hij weten. Daarmee plaatste de PVV zich duidelijk buiten de meerderheid die de wet nu steunt, maar legde zij ook het politieke conflict bloot dat eraan voorafging.
Wet moet al op 1 juli van kracht worden
De druk is nu hoog om snel te handelen. De regiewet woningbouw moet op woensdag 1 juli van kracht worden. Dat is een uiterst krappe planning, gezien het feit dat de Eerste Kamer de wet formeel nog moet aannemen. De politieke steun lijkt er te zijn, maar een daadwerkelijke stemming heeft nog niet plaatsgevonden. Het is dan ook nog te vroeg om de wet als definitief aangenomen te beschouwen.
Wat de wet betekent voor woningzoekenden
Als de wet eenmaal van kracht is, merken woningzoekenden daar niet direct de volgende dag iets van. De effecten zullen geleidelijk zichtbaar worden, doordat bouwprojecten minder lang ophouden bij juridische procedures en de minister harder kan ingrijpen als een gemeente achterblijft. Bovendien biedt de wet meer garanties voor een groter aandeel betaalbare woningen in nieuwe wijken. Voor de miljoenen Nederlanders die al jaren vergeefs zoeken naar een betaalbare woning, is dit wetsvoorstel daarmee geen wondermiddel, maar wel een serieuze stap in de richting van een structurele aanpak.
Alle ogen zijn nu gericht op de komende stemming in de Eerste Kamer. Als de meerderheid die dinsdag positief klonk, ook daadwerkelijk voor stemt, kan de regiewet woningbouw alsnog op tijd in werking treden. Na maanden vertraging en politieke strijd staat het wetsvoorstel daarmee dichter bij de eindstreep dan ooit.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl











