Het kabinet heeft het Actieplan Versnelling Woningbouw gepresenteerd, een pakket van vijftig maatregelen dat de vastgelopen woningbouw vlot moet trekken. Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan en premier Rob Jetten stelden het plan voor bij een nieuw woningbouwproject in Harderwijk, dat volgens hen laat zien hoe de aanpak wél kan werken. Met het plan en een investering van 7 miljard euro wil het kabinet jaarlijks 100.000 woningen opleveren en de komende jaren in totaal een miljoen huizen bouwen.

De keuze voor Harderwijk als decor is niet toevallig. Op die locatie is volgens het kabinet vooraf rekening gehouden met de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. Door gebruik te maken van een warmtenet, zonnepanelen en netneutraal bouwen konden bewoners er wél intrekken, terwijl dat op andere plekken in het land misloopt. Die werkwijze moet nu als voorbeeld dienen voor nieuwbouwwijken elders, al hangt het van de locatie af of dat overal net zo goed uitpakt.
Twee grote obstakels: stroom en personeel
Het kabinet erkent dat de ambitie tegen stevige praktische grenzen aanloopt. Het overvolle stroomnet vormt een van de grootste knelpunten. Op verschillende plekken in Nederland staan woningen al klaar, maar kunnen nieuwe bewoners er nog niet in omdat een stroomaansluiting ontbreekt. Daarnaast kampt de bouwsector met een tekort van tienduizenden bouwvakkers, wat de uitvoering van bouwplannen extra bemoeilijkt.

Om de netproblemen aan te pakken, wil premier Jetten een noodwet invoeren. Die moet ervoor zorgen dat knelpunten met netcongestie sneller worden opgelost, onder meer door vergunningverlening te versnellen en het stapelen van bezwaarprocedures te beperken. De noodwet is nog niet door de Tweede Kamer aangenomen; het gaat vooralsnog om een aangekondigd voornemen.
Vijf locaties eerder al aangewezen
Het actieplan bouwt voort op een eerdere stap van minister Boekholt-O’Sullivan. Begin september wees het Rijk vijf gebieden aan als nieuwe grootschalige woningbouwlocaties: delen van Deventer, Haarlem-Schalkwijk, Leeuwarden Middelsee-Spoordok, Maastricht Spoorzone en Weert Spoorzone. Daar moeten tot en met 2035 in totaal ongeveer 30.000 woningen sneller gerealiseerd worden. De onderliggende bouwplannen bestonden op deze plekken overigens al voor de aanwijzing; nieuw is vooral hun status als nationale prioriteit, waardoor het Rijk kan bijspringen met bijvoorbeeld snellere vergunningverlening.

Opvallend is dat de minister voor deze vijf locaties bewust geen extra rijksgeld voor bereikbaarheid heeft toegezegd. „We gaan ze op alle mogelijke manieren helpen”, zei ze eerder tegen persbureau ANP, „maar ik leg geen hulp op. Ik vraag: wat is het probleem?” Eerdere kabinetten trokken voor vergelijkbare grootschalige locaties nog wel miljarden euro’s uit voor infrastructuur. Bij deze vijf gebieden ligt dat dus anders: gemeenten en provincies die zelf in bereikbaarheid willen investeren, doen dat op eigen initiatief.
Helft van de woningen uit de fabriek
Een ander onderdeel van de aanpak betreft de bouwmethode zelf. De inzet van Boekholt-O’Sullivan is dat de helft van de nieuwe woningen industrieel wordt geproduceerd en vervolgens ter plekke wordt samengesteld. „Liever nog hoger”, liet ze weten. Industrieel bouwen moet het bouwproces versnellen en minder afhankelijk maken van de krappe arbeidsmarkt voor bouwvakkers.

Tegenover die versnelling in de bouwmethode staat wel een verwachting richting gemeenten. Het kabinet wil dat lokale overheden zich houden aan gemaakte afspraken over aantallen betaalbare en industrieel gebouwde woningen, en geen aanvullende eisen opleggen die niet wettelijk verplicht zijn. Later dit jaar wijst de minister nog eens vijf nieuwe locaties aan, boven op de vijf van begin september en de 21 die eerdere kabinetten al hadden aangewezen.
Doel van 100.000 woningen al langer bestaand beleidsstreven
De ambitie om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen is niet nieuw voor dit kabinet alleen. Een deel van de vooruitgang die het actieplan claimt, is volgens de minister zelf al door voorgangers in gang gezet. Ramingen van onderzoeksbureau ABF Research, dat in opdracht van het ministerie prognoses opstelt, wijzen erop dat de woningproductie in 2027 dicht bij de grens van 100.000 kan uitkomen, maar daarna weer kan afnemen. Het kabinet meldde in juli al dat dat aantal voor het eerst sinds begin jaren negentig binnen bereik zou komen.

Die prognose is gebaseerd op bestaande bouwplannen en al afgegeven vergunningen, niet specifiek op het nu gepresenteerde actieplan. Het beeld van de komende jaren blijft daarmee wisselend: een piek richting 2027, gevolgd door een verwachte daling vanaf 2028. Het kabinet presenteert het actieplan met vijftig maatregelen juist als middel om die dreigende terugval tegen te gaan en het ontwerp- en vergunningstraject te verkorten van gemiddeld acht naar vier jaar. Gemeenten en provincies krijgen daarvoor ruim tweehonderd extra voltijdsbanen voor vergunningverlening.
Zeven miljard euro tot 2035
Het kabinet trekt tot 2035 in totaal 7 miljard euro uit voor betaalbare woningbouw, onderdeel van het bredere plan om tot 2035 een miljoen woningen te realiseren. Hoeveel van dat bedrag specifiek naar infrastructuur, subsidies voor betaalbare bouw of ondersteuning van gemeenten gaat, is niet in detail bekendgemaakt. Voor de vijf recent aangewezen locaties is in elk geval geen apart infrastructuurbudget gereserveerd; wel is er mogelijk een zogeheten gebiedsbudget beschikbaar voor voorzieningen zoals pleinen en parken, al is de omvang daarvan nog niet vastgesteld.

Het kabinet moet nu laten zien of de gepresenteerde aanpak in de praktijk werkt op meer plekken dan het uitgelichte voorbeeld in Harderwijk. De noodwet voor netcongestie ligt nog niet ter stemming in de Tweede Kamer, en de daadwerkelijke bouwproductie in de komende jaren zal moeten uitwijzen of de vijftig maatregelen uit het actieplan de aangekondigde versnelling ook werkelijk opleveren.
Bronnen en credits
Bronnen: NieuwRechts.nl, Nieuws van de Dag, kijk.nl, rd.nl, indepen.eu











