Zangeres Loona hoeft geen royalty’s te betalen aan de eigenaar van de studio waar zij in 2010 haar cover van Vamos a la Playa opnam. De rechtbank in Amsterdam wees woensdag alle eisen van studio-eigenaar Martijn de Vries af. Daarmee krijgt hij geen aanvullend deel van de inkomsten van het nummer.

De uitspraak draait vooral om de tijd. De afspraken tussen de zangeres en de studio-eigenaar stammen uit juni 2010, dus uit de periode van de opnames. Volgens de rechtbank liep die overeenkomst al in 2011 af, en daarna is er niets meer bijgekomen dat De Vries recht op geld gaf.
Studio-eigenaar wilde deel van de inkomsten
Martijn de Vries is de eigenaar van de studio waar Loona haar versie van Vamos a la Playa opnam. Hij vond dat hij recht had op een deel van de inkomsten van het nummer. Die opvatting legde hij voor aan de rechtbank in Amsterdam, die hem nu in alle onderdelen ongelijk heeft gegeven.
Het ging dus niet om een discussie over de opname zelf, maar over geld dat het nummer opbracht. De Vries wilde meedelen in die opbrengsten, terwijl Loona vond dat zij hem niets meer verschuldigd was. De rechter beoordeelde de eisen aan de hand van de afspraken die beide partijen eerder hadden gemaakt.

Afspraken uit juni 2010 vormden het uitgangspunt
Loona en De Vries maakten in juni 2010 afspraken over de inkomsten uit het nummer. Die afspraken kwamen tot stand in hetzelfde jaar waarin de zangeres haar cover opnam. Ze vormden daarmee de basis voor de vraag of de studio-eigenaar later nog aanspraak kon maken op royalty’s.
De rechtbank hield zich bij de beoordeling aan die afspraken. Een andere grondslag voor een betaling aan De Vries zag de rechter niet. Daardoor kwam alles aan op wat er in die overeenkomst stond en op de vraag hoe lang die geldig bleef.
Overeenkomst liep in 2011 al af
Volgens de rechtbank liep de overeenkomst uit juni 2010 in 2011 af. Dat betekent dat de afspraken maar ongeveer een jaar golden. Wat De Vries in die periode, 2010 en 2011, aan royalty’s ontving, hoefde Loona dus niet verder aan te vullen.

Dit tijdstip bleek doorslaggevend voor de afwijzing. Een overeenkomst die is afgelopen, biedt geen grond meer om jaren later extra geld op te eisen. De studio-eigenaar kon dus niet terugvallen op de afspraken uit 2010 om nu alsnog een groter deel van de inkomsten te krijgen.
Termijn om geld op te eisen is verstreken
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de termijn waarbinnen De Vries op basis van die afspraken geld kon opeisen inmiddels is verstreken. Zelfs als de afspraken nog zouden gelden, is het volgens de rechter dus te laat om er nu een betaling op af te dwingen.

Voor Loona maakt dat een groot verschil. Zij hoeft geen bedragen meer te voldoen die op grond van de oude overeenkomst zouden kunnen worden opgeëist. De combinatie van een afgelopen overeenkomst en een verstreken termijn liet de rechtbank weinig ruimte om de eisen van de studio-eigenaar te honoreren.
Geen nieuwe afspraken aangetoond
De Vries had nog een andere route kunnen volgen: aantonen dat hij en Loona later nieuwe afspraken maakten over de royalty’s. Volgens de rechtbank is echter niet gebleken dat dit is gebeurd. Er ligt dus geen vervolgovereenkomst waarop hij zijn eisen kon baseren.
Daarmee viel ook die mogelijkheid weg. De rechtbank kon alleen uitgaan van wat vaststond, en dat was een overeenkomst uit 2010 die in 2011 eindigde. Zonder aantoonbaar vervolg bleef er voor de studio-eigenaar geen houdbare juridische basis over.

Rechtbank over het auteursrecht
De Vries kon ook op grond van het auteursrecht geen aanspraak maken op meer geld. De rechtbank stelde: “Dat de studio-eigenaar op grond van het auteursrecht aanspraak zou kunnen maken op meer royalty’s dan hij in de periode 2010-2011 heeft ontvangen, heeft hij niet duidelijk kunnen maken”.
Met die zin sloot de rechter de laatste ingang. Niet alleen de afspraken uit 2010 boden geen steun, ook het auteursrecht leverde volgens de rechtbank geen duidelijke aanspraak op extra royalty’s op. De Vries heeft zijn stelling op dat punt niet voldoende onderbouwd.
Proceskosten en achtergrond van het nummer
De rechtbank wees alle eisen van De Vries af en bepaalde dat hij de proceskosten van Loona moet betalen. De zaak kost de studio-eigenaar dus niet alleen de gehoopte royalty’s, maar ook de kosten die de zangeres maakte om zich tegen zijn eisen te verweren.

Het nummer zelf heeft een eigen geschiedenis. Vamos a la Playa van Loona is een remake van de gelijknamige single van Miranda uit 1998 en niet van de zomerhit van Righeira uit 1983. De cover werd geen hit in Nederland, maar wel in onder meer Frankrijk en Wallonië.
Bronnen en credits
Bronnen: Nieuws.nl, RTL Nieuws
Foto: Mengpaneel in een opnamestudio — Elcasterstudio (bron), CC0
Foto: Zangeres Loona zingt met lange blonde krullen op het podium — Sandstein (bron), CC BY-SA 3.0
Foto: Close-up van een mengpaneel met gekleurde knoppen — Elcasterstudio (bron), CC0
Foto: Zangeres Loona lacht met een microfoon in de hand op het podium — Sandstein (bron), CC BY-SA 3.0
Foto: Een radiostudio met microfoon, mengpaneel en beeldscherm — Roynorry (bron), CC BY-SA 3.0










