Driekwart van alle nieuwkomers met een verblijfsvergunning leeft drie jaar na aankomst nog altijd van een uitkering. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) vindt dat dit anders moet en neemt nu vergaande stappen om het tij te keren. Hij breidt een veelbelovende pilot met startbanen voor statushouders fors uit, naar ruim tachtig gemeenten door heel Nederland.

Een pilot die al vruchten afwerpt
De proef met startbanen liep de afgelopen jaren al in meerdere steden. Zo namen Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven deel aan de pilot. De resultaten zijn bemoedigend. Uit een evaluatie blijkt dat bijna de helft van de statushouders die zich aanmeldden voor de proef, namelijk 44 procent, daadwerkelijk een baan vond. Bovendien zijn de deelnemers zelf enthousiast over het programma, zo blijkt volgens De Telegraaf uit diezelfde evaluatie.

De aanleiding voor de uitbreiding is echter ook schrijnend. Aartsen stelt in een interview met De Telegraaf dat de huidige situatie onhoudbaar is. Drie jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning leeft nog altijd circa driekwart van de nieuwkomers van een uitkering. Na vijf jaar is dat nog steeds ongeveer de helft. Ondertussen kampt Nederland op tal van plekken met een tekort aan arbeidskrachten.

Het inburgeringsstelsel schiet tekort
Volgens Aartsen ligt een deel van het probleem bij de opzet van het huidige inburgeringsstelsel. “Dat is niet voldoende ingesteld op werk”, zegt hij. “De standaard is nu leefgeld, uitkering en inburgeringscursus.” Die volgorde werkt in zijn ogen averechts. Bovendien zijn de inburgeringscursussen vaak overdag gepland, waardoor het voor statushouders lastig is om ze te combineren met een baan.

Daarom stelt de minister dat de normstelling moet veranderen. “Krijg je als eerste een uitkering aangeboden of werk? Die normstelling is belangrijk”, zegt Aartsen in het interview. De startbanen zijn volgens hem een eerste concrete stap in een bredere aanpassing van het stelsel. Hij wil dat nieuwkomers voortaan direct richting de arbeidsmarkt worden geleid, in plaats van in eerste instantie aangewezen te zijn op financiële steun van de overheid.

Werk helpt ook bij leren van Nederlands
Een opvallende bevinding uit de evaluatie van de pilot is dat de startbanen niet alleen zorgen voor inkomen. De baan helpt de deelnemers ook bij hun inburgering. De statushouders geven zelf aan dat zij door het werk het Nederlands sneller leren, omdat ze de taal direct in de praktijk moeten toepassen. Dat staat in contrast met de traditionele inburgeringscursus, waarbij de taal puur in een lesomgeving wordt aangeleerd.

Ruim de helft van de deelnemers sprak bij aanvang van de proef niet of nauwelijks Nederlands. Toch vond bijna de helft van de aangemelde groep werk. Dat gegeven onderstreept voor Aartsen de waarde van het programma. “Ik geloof er oprecht niet in dat mensen er beter van worden als ze de hele dag thuis zitten”, zegt hij uitdrukkelijk in het interview.

Uitbreiding naar meer dan tachtig gemeenten
Na de positieve resultaten in de grotere steden besluit Aartsen nu de proef te schalen. Meer dan tachtig gemeenten gaan meedoen aan het programma. Daarmee wordt de pilot een breed ingezet instrument in het arbeidsmarktbeleid voor statushouders. De minister hoopt op die manier de kloof te dichten tussen de grote groep nieuwkomers die afhankelijk is van een uitkering en de werkgevers die juist zitten te springen om personeel.

De uitbreiding past in een bredere ambitie van het kabinet om participatie en eigen verantwoordelijkheid centraler te stellen. Voor Aartsen gaat het niet alleen om economische logica, maar ook om de menselijke kant. Werk geeft structuur, sociale contacten en zelfrespect. Het biedt nieuwkomers bovendien een veel snellere weg naar integratie dan het isolement van een uitkering plus een overdag gevolgde taalcursus.

Maatschappelijk belang van snelle integratie
De bredere context maakt de urgentie van dit beleid duidelijk. Nederland heeft te maken met een aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt in meerdere sectoren. Tegelijkertijd verblijven er grote aantallen statushouders die beschikbaar zijn voor werk, maar door het huidige systeem onvoldoende worden gestimuleerd om die stap te zetten. De combinatie van beide factoren maakt het maatschappelijk belang van deze aanpak groot.

Bovendien hebben langdurige uitkeringsafhankelijkheid en een trage inburgering ook sociale gevolgen. Hoe langer iemand buiten de arbeidsmarkt blijft, hoe moeilijker het wordt om nog in te stromen. De evaluatie van de pilot laat zien dat vroeg ingrijpen loont. Deelnemers die snel een baan vonden, integreerden ook sneller in de Nederlandse samenleving. Dat gegeven versterkt de argumenten van Aartsen voor een structurele koerswijziging.

Het ministerie van Werk en Participatie verwacht dat de uitbreiding naar meer dan tachtig gemeenten op korte termijn van start gaat. Daarmee zet Thierry Aartsen een concrete stap in de omslag van een uitkeringsgericht naar een werkgericht onthaalbeleid voor nieuwkomers met een verblijfsvergunning. De komende maanden zal blijken hoe gemeenten de uitvoering oppakken en hoeveel statushouders uiteindelijk via de startbanen de arbeidsmarkt weten te betreden.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl











