Nederland heeft bij de Europese Commissie een conceptplan ingediend voor natuurherstel, maar daarin ontbreken nog fundamentele onderdelen. Voor natuur in steden staat in het plan letterlijk dat nog moet worden bepaald welke extra maatregelen nodig zijn. Toch klinkt natuurminister Jaimi van Essen na afloop van de wekelijkse ministerraad opvallend zelfverzekerd. Wat precies zijn redenering is, roept tegelijk vragen op.

Wat de Europese natuurherstelverordening vraagt
De zogeheten natuurherstelverordening is een relatief nieuwe Europese wet. Hierin staat dat alle lidstaten van de Europese Unie concrete plannen moeten opstellen om hun natuur te herstellen en in goede staat te brengen. Het gaat daarbij om uiteenlopende gebieden: van veenweides en rivieren tot parken en groenstroken in steden. De wet legt meetbare verplichtingen op en kent vaste deadlines. Voor Nederland, met zijn intensief gebruikte landschap en hardnekkige stikstofcrisis, is dat geen sinecure.
Nederland staat al jaren onder druk vanwege de hoge stikstofuitstoot, die kwetsbare natuurgebieden beschadigt. Bovendien heeft de rechter eerder ingegrepen en bouwprojecten stilgelegd omdat de natuur onvoldoende werd beschermd. Omdat de stikstofcrisis en de Europese natuurwet elkaar overlappen, zoekt het kabinet naar een aanpak die beide problemen tegelijk adresseert. Dat is de kern van de redenering van Van Essen.
Conceptplan al ingediend, maar stikstofeffecten ontbreken
Nederland heeft inmiddels een eerste versie van het nationale herstelplan ingediend bij de Europese Commissie. Dat is op zichzelf een stap vooruit. Echter, Van Essen erkende na de ministerraad zelf dat de effecten van de stikstofmaatregelen daarin nog niet zijn meegenomen. Die plannen zijn politiek nog volop in beweging en kunnen dus nog niet worden doorberekend in het Europese document.
Zodra de stikstofmaatregelen wél zijn verwerkt, verwacht de minister een forse sprong voorwaarts. «Dan hebben we de allergrootste stappen gezet», zei Van Essen tegen het ANP. Bovendien benadrukte hij zijn vertrouwen in de uitkomst: «Ik heb er vertrouwen in.» Dat klinkt geruststellend, maar het zijn voorlopig verwachtingen en geen vastgestelde feiten. De daadwerkelijke bijdrage van de stikstofplannen aan de Europese natuurdoelen staat nog niet vast.
Natuur in steden: een groot vraagteken
Een van de meest opvallende lacunes in het ingediende conceptplan betreft stedelijk groen. In het document staat expliciet: «We moeten nog bepalen welke extra maatregelen er nodig zijn.» Dat is een opmerkelijke formulering in een plan dat al bij de Europese Commissie ligt. De snelle uitvoering van die nog onbekende maatregelen wordt bovendien omschreven als een «uitdaging».
Steden zijn in het kader van de natuurherstelverordening zeker geen bijzaak. Juist in dichtbebouwde gebieden is de druk op groen en biodiversiteit groot. Parken, bomenrijen, waterpartijen en groene daken spelen een rol bij het opvangen van hitte, het afvoeren van regenwater en het bieden van leefruimte aan dieren en planten. Omdat grote delen van de Nederlandse bevolking in steden wonen, raken maatregelen op dit terrein bovendien direct aan het dagelijks leven van veel mensen.
Wat dit betekent voor boeren en natuur
De koppeling die Van Essen legt tussen de stikstofcrisis en de Europese natuurwet is politiek relevant. Als het kabinet erin slaagt de stikstofuitstoot fors terug te dringen, kunnen beschadigde natuurgebieden zich herstellen. Daarmee haalt Nederland tegelijk punten op voor zijn Europese rapportage. Vermindering van stikstof raakt echter direct aan de landbouwsector, die al jaren onder grote druk staat.
Boeren vrezen bedrijfsbeëindiging en krimp van de veestapel. Daarom is elk kabinetsplan op dit terrein politiek gevoelig. De stikstofmaatregelen zijn nog in volle ontwikkeling en de details zijn nog niet openbaar. Daardoor is ook onduidelijk hoe groot de bijdrage uiteindelijk zal zijn aan de doelen van de natuurherstelverordening. Van Essen is optimistisch, maar het parlement en de samenleving wachten nog op concrete onderbouwing.
Nederland in Europees perspectief
De Europese Commissie beoordeelt de ingediende plannen van alle lidstaten. Nederland is zeker niet het enige land dat moeite heeft met de implementatie van de natuurherstelverordening. Toch staat Nederland door de stikstofproblematiek in een bijzondere positie. De hoge veedichtheid en intensieve landbouw maken de opgave groter dan in veel andere Europese landen.
Bovendien loopt de tijd. De Europese natuurwet stelt concrete deadlines voor het halen van natuurdoelen. Als Nederland te lang wacht met het invullen van de open plekken in het plan, riskeert het land juridische of financiële consequenties vanuit Brussel. De druk om snel duidelijkheid te bieden, ook over stedelijk groen, neemt daardoor toe.
Optimisme met voorbehoud
Het optimisme van Van Essen verdient een nuance. Het ingediende plan bevat nog onvoldoende uitgewerkte onderdelen en de stikstofmaatregelen zijn nog niet verrekend. Dat de minister desondanks zelfverzekerd klinkt, kan duiden op intern berekende scenario’s die nog niet openbaar zijn. Het kan echter ook een politiek signaal zijn richting zowel Brussel als de eigen achterban van D66, die natuurherstel hoog op de agenda heeft staan.
Daarnaast is het goed mogelijk dat de komende maanden meer duidelijkheid komt. De effecten van de stikstofplannen worden vervolgens verwerkt in het definitieve nationale herstelplan. Op dat moment wordt ook zichtbaarder of de verwachtingen van Van Essen kloppen. Tot die tijd blijft zijn inschatting precies dat: een verwachting, geen garantie.

Het definitieve plan moet richting de Europese Commissie, en pas daarna volgt een formele beoordeling. De minister heeft zijn kaarten op tafel gelegd, maar de echte toets komt pas later. Nederland staat op het speelveld van de Europese natuurwet met een concept in de hand en een groot aantal vragen nog onbeantwoord.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl










