Meerdere Nederlandse ziekenhuizen bereiden een proef voor met zwangerschapsafbrekingen tussen de 22ste en 24ste week, bij vrouwen met een zogenoemde sociale indicatie. Het OLVG in Amsterdam is al begonnen met de voorbereidingen. Andere ziekenhuizen onderzoeken eveneens deelname. De discussie die hierover is losgebarsten, raakt de grenzen van wet, medische ethiek en de draagkracht van zorgpersoneel tegelijk.

Wettelijk toegestaan, maar nauwelijks uitgevoerd
Abortus is in Nederland wettelijk toegestaan tot 24 weken zwangerschap. In de praktijk worden ingrepen na 22 weken echter nauwelijks uitgevoerd zonder medische reden. Tot 22 weken kunnen vrouwen terecht bij een abortuskliniek of bij sommige huisartsen. Daarna moet de ingreep in een ziekenhuis plaatsvinden. Dit creëert een hiaat dat al jaren zichtbaar is, maar politiek en medisch nauwelijks werd aangepakt.

Late zwangerschapsafbreking vindt nu bijna uitsluitend plaats wanneer onderzoek een ernstige afwijking bij de foetus aantoont. Een ingreep om sociale redenen, zoals een ongewenste of ongeplande zwangerschap, gebeurt volgens de NVOG slechts heel sporadisch. Naar schatting wijken jaarlijks 225 vrouwen daarvoor uit naar Spanje, Groot-Brittannië of bepaalde Amerikaanse staten. De proef is bedoeld om die situatie te veranderen en de toegang tot wettelijk toegestane zorg te verbeteren.

Foetus kan levend ter wereld komen
Wat de proef bijzonder gevoelig maakt, is de fase van de zwangerschap. De levensvatbaarheidsgrens ligt namelijk rond 24 weken. De NVOG erkent dat de foetus bij deze ingrepen ‘niet zelden’ levend ter wereld komt. Dat gegeven veroorzaakt grote spanning, zowel maatschappelijk als op de werkvloer van ziekenhuizen. De vereniging spreekt zelf van een ‘aanzienlijke zorgzwaarte’ voor het betrokken zorgpersoneel.

Toch noemt de NVOG de ingrepen ‘wettelijk toegestane en noodzakelijke zorg’ die momenteel tekortschiet. Bovendien benadrukt de vereniging dat het niet om grote aantallen gaat, maar om vrouwen in een kwetsbare positie. Elk deelnemend ziekenhuis zou in het komende jaar vier van deze zwangerschappen afbreken, onder begeleiding van de NVOG. Het ministerie van Volksgezondheid zegt op 1 juni te zijn geïnformeerd over de proef.

Harde cijfers over late abortussen in Nederland
In 2024 werden in Nederland ruim 39.000 abortussen uitgevoerd. Daarvan vonden 331 ingrepen plaats tussen de 22ste en 24ste week. Het ministerie registreert echter niet hoeveel van die gevallen een medische oorzaak hadden en hoeveel een sociale. Daardoor is het moeilijk om precies te bepalen hoe groot de werkelijke vraag naar deze specifieke zorg is. Vervolgens maakt ook dit gebrek aan data de discussie over de proef complexer.

SGP eist onmiddellijke stopzetting
SGP-Kamerlid Diederik van Dijk reageerde fel toen hij via ‘mensen van de werkvloer’ over de proef werd ingelicht. Hij is ‘verbijsterd’ en wil dat de proef onmiddellijk wordt beëindigd. Omdat de Tweede Kamer buiten de besluitvorming was gehouden, stelt hij kritische vragen. ‘Hoe kan het in vredesnaam dat wij als Kamer van niks weten?’, zei hij daarover. Daarna diende hij maar liefst 36 schriftelijke vragen in bij minister Sophie Hermans.

Van Dijk wil onder meer weten hoe vaak deze ingrepen worden uitgevoerd, of medewerkers kunnen worden verplicht mee te werken en wat bekend is over de pijnbeleving bij foetussen van 22 en 23 weken. Over de mogelijkheid dat een foetus levend wordt geboren, is hij ondubbelzinnig: ‘Huiveringwekkend en tenhemelschreiend!’ Daarnaast benoemt hij de druk op zorgverleners. Volgens hem zijn er medewerkers die morele bezwaren hebben, maar niet vrijuit durven spreken. ‘We bespeuren ook angst om dit in teams bespreekbaar te maken’, zegt hij.

Spanning op de werkvloer
De druk die de proef legt op zorgverleners is een apart aandachtspunt. Van Dijk zegt veel begrip te hebben voor iedereen die weigert aan de ingrepen mee te werken. De NVOG erkent de zorgzwaarte, maar stelt tegelijk dat de zorg momenteel tekortschiet voor een specifieke groep vrouwen. Daarmee schetst de vereniging een dilemma: de bescherming van het geweten van zorgpersoneel enerzijds, en de toegang tot wettelijke zorg voor kwetsbare vrouwen anderzijds. Beide belangen staan momenteel lijnrecht tegenover elkaar.

Opiniemaker Wierd Duk reageerde ook kritisch op de berichtgeving. Hij noemde de ingrepen ronduit ‘moord’. Dergelijke uitspraken zijn echter een persoonlijke mening en geen juridisch of medisch oordeel. Het ministerie van Volksgezondheid ziet de proef juist als een manier om ‘bestaande zorg te verbeteren en meer toegankelijk te maken’.

Bredere maatschappelijke discussie onvermijdelijk
De proef onthult een al langer sluimerende spanning in het Nederlandse abortusdebat. Enerzijds staat de wet, die ingrepen tot 24 weken toestaat. Anderzijds staat de praktijk, waarin die wettelijke ruimte nauwelijks wordt benut. De proef van het OLVG en mogelijke andere ziekenhuizen brengt die kloof nu ineens in volle scherpte in beeld. Dat verklaart ook waarom de reacties zo fel zijn, van zowel politici als zorgverleners en opiniemakers.

De SGP wil dat eerst een breed maatschappelijk en politiek debat plaatsvindt voordat de proef wordt voortgezet. De schriftelijke vragen van Van Dijk aan minister Hermans zijn de eerste formele stap in dat debat. Verwacht wordt dat de minister op korte termijn antwoord geeft. Daarna zal duidelijk worden of de politiek de proef kan of wil terugdraaien, of dat de ziekenhuizen de ingrepen onder de geldende wetgeving gewoon mogen voortzetten.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, NieuwRechts.nl, Parool.nl, Volkskrant










