Forum voor Democratie hoeft niet voor de rechter te verschijnen. Het Openbaar Ministerie heeft donderdag bekendgemaakt dat alle aangiftes tegen twee controversiële campagnevideo’s van de partij zijn geseponeerd. Daarmee eindigt een juridisch traject dat al ruim twee jaar sluimerde. Opvallend is dat het OM zelf eerder nog meende dat één van de video’s overduidelijk beledigend en haatzaaiend was.

Twee video’s, vier verdenkingen
De zaak draait om twee afzonderlijke video’s die FVD de afgelopen jaren publiceerde. De eerste video verscheen in november 2023 op het Instagram-account van de partij. Daarin stond de positie van non-binaire en transgender personen centraal. De tweede video werd rond de verkiezingen van 2024 uitgezonden via de Zendtijd voor Politieke Partijen. Die video richtte zich op asielzoekers en vroeg aandacht voor de mogelijke gevolgen van de toenmalige Spreidingswet. In totaal onderzocht het OM vier verdenkingen in verband met deze twee video’s.

Beide video’s leidden na verschijning tot meerdere aangiftes. Burgers en organisaties dienden klachten in bij justitie, met de beschuldiging dat de inhoud aanzette tot haat of discriminatie. Het Openbaar Ministerie nam de aangiftes in behandeling en startte een onderzoek. Daarmee leek een mogelijke strafvervolging van een parlementaire partij voor het eerst in jaren serieus dichtbij te komen.

Opmerkelijke ommezwaai van het OM
Wat de zaak bijzonder maakt, is de koerswijziging die het OM zelf doormaakte. Bij de eerste beoordeling van de video over non-binaire en transgender personen oordeelde justitie dat de boodschap overduidelijk beledigend en haatzaaiend was. Dat was een stevige conclusie, die de weg leek vrij te maken voor vervolging. Vervolgens besloot het OM de video opnieuw te beoordelen.

Na die herbeoordeling trok justitie zijn eigen conclusie terug. De boodschap in de video bleek namelijk ook anders uitgelegd te kunnen worden, aldus het Openbaar Ministerie. Omdat de interpretatie niet eenduidig was, besloot het OM FVD voor deze video niet te vervolgen. Die redenering gold vervolgens ook voor de overige drie verdenkingen. Daarmee werden alle vier de verdenkingen geseponeerd, bovendien zonder dat de zaak voor een rechter kwam.

Video over asielzoekers en de Spreidingswet
De tweede video, uitgezonden tijdens de Zendtijd voor Politieke Partijen in de aanloop naar de verkiezingen van 2024, benadrukte wat FVD zag als de risico’s van de Spreidingswet. Die wet regelde destijds de verdeling van asielzoekers over Nederlandse gemeenten. De video was onderdeel van een bredere campagne van de partij tegen dit wetsvoorstel. Ook de aangiftes die naar aanleiding van deze video werden ingediend, haalde het niet tot een strafzaak. Het OM besloot ook die te seponeren.

Vervolging van politieke partijen of politici voor uitingen in campagnemateriaal is in Nederland zelden en bovendien gevoelig. Rechters en het Openbaar Ministerie houden daarbij rekening met het grondwettelijk recht op vrije meningsuiting, ook als die meningsuiting confronterend of aanstootgevend is voor een deel van de bevolking. Dat recht biedt echter geen absolute bescherming; haatzaaiing en groepsbelediging zijn strafbaar. Het is juist op dit grensvlak dat de beoordeling van FVD’s video’s complex bleek.

Wat betekent dit voor betrokkenen
Voor Forum voor Democratie is de beslissing een duidelijke opluchting. De partij hoeft geen strafproces te doorstaan en kan de bewuste video’s zonder juridische dreiging in het geheugen houden. Toch werpt de zaak ook vragen op. Het feit dat het OM aanvankelijk zelf concludeerde dat een video overduidelijk haatzaaiend was, maar later terugkwam op dat oordeel, geeft aan hoe lastig dit soort beoordelingen zijn. Voor de mensen en organisaties die aangifte deden, is de uitkomst ongetwijfeld teleurstellend. Zij vonden de video’s kwetsend genoeg om juridische stappen te ondernemen, maar kregen uiteindelijk nul op het rekest.

Bovendien raakt de zaak aan een bredere maatschappelijke discussie. De vraag hoe ver politici mogen gaan in campagnemateriaal over gevoelige groepen, zoals transgender personen of asielzoekers, blijft daarmee onbeantwoord. Het OM heeft in dit geval geen principe-uitspraak gedaan, maar simpelweg geconcludeerd dat vervolging juridisch niet haalbaar was. Dat is iets anders dan zeggen dat de video’s acceptabel waren.

Vrijheid van meningsuiting als schild
Juridisch gezien bevestigt de sepotbeslissing hoe hoog de drempel ligt voor vervolging van politieke uitingen in Nederland. Echter moet ook gezegd worden dat het OM in dit geval actief twijfelde. Justitie besloot pas tot seponering nadat een herbeoordeling plaatsvond, niet na een directe en vlotte conclusie. Dat toont aan dat de video’s niet klakkeloos werden afgedaan als onschuldig. Desondanks bood het bewijs uiteindelijk onvoldoende grond voor een veroordeling of zelfs een vervolging.

Daarnaast speelt mee dat vervolging van politieke partijen in een democratie altijd met grote zorgvuldigheid moet worden omgeven. Rechters en het OM zijn terughoudend als het gaat om ingrijpen in het politieke debat. Die terughoudendheid heeft een reden: de democratie gedijt bij open debat, ook als dat debat scherpe kanten heeft. Toch is dat geen vrijbrief. De grenzen van het toelaatbare blijven onderwerp van discussie, zeker wanneer video’s gericht zijn op kwetsbare groepen.

Juridisch traject definitief afgesloten
Met de bekendmaking van 17 april 2026 sluit het Openbaar Ministerie het dossier rond de twee FVD-campagnevideo’s. De vier verdenkingen zijn geseponeerd en een strafzaak komt er niet. Daarmee is het juridische hoofdstuk definitief gesloten, al houdt het politieke en maatschappelijke debat over de grenzen van campagnemateriaal en vrijheid van meningsuiting voorlopig zeker aan. Forum voor Democratie gaat vrijuit, maar de vragen die deze zaak opriep, verdwijnen niet samen met het dossier.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl











