Het verplichte eigen risico in de zorg overschrijdt volgend jaar voor het eerst de grens van 400 euro. Dat blijkt uit de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die op Prinsjesdag werd gepresenteerd. Tegelijkertijd houdt het kabinet een veel forsere verhoging nog even achter de hand, wat de komende jaren opnieuw voor politieke spanning kan zorgen.

Zorg slokt 118 miljard op
De zorgkosten in Nederland blijven stijgen, en dat is zichtbaar in de rijksbegroting. Volgens het kabinet bedragen de totale zorguitgaven volgend jaar naar verwachting 118 miljard euro. Daarmee behoort zorg tot de grootste posten op de begroting. De stijging wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door inflatie, personeelstekorten en een toenemende zorgvraag. Het minderheidskabinet, bestaande uit D66, VVD en CDA, wil de zorg hervormen om deze betaalbaar te houden. Daarvoor zoekt het kabinet brede steun, zowel in beide Kamers als bij maatschappelijke partners, zo benadrukt het ministerie.
De druk op het zorgstelsel is dus enorm. Bovendien heeft het minderheidskabinet geen meerderheid in de Tweede Kamer, en ook niet in de Eerste Kamer. Dat maakt het doorvoeren van ingrijpende hervormingen politiek lastig. Toch waarschuwt VVD-minister Sophie Hermans dat stilzitten geen optie is. Volgens haar zijn keuzes onvermijdelijk, omdat zowel het tekort aan zorgpersoneel als de zorgkosten structureel blijven groeien.

Van 385 naar 400 euro per jaar
Concreet stijgt het eigen risico van 385 euro naar 400 euro per jaar. Die stijging volgt de inflatie en is daarmee relatief beperkt. Eerder lag er echter een plan klaar om het eigen risico met ongeveer 60 euro extra te verhogen, bovenop de inflatiecorrectie. Dat plan was opgenomen in het coalitieakkoord. Omdat het kabinet geen meerderheid heeft voor zo’n stap, wordt die verhoging voorlopig uitgesteld. Wel staat de maatregel nog steeds gepland voor 2028, zo meldt De Telegraaf op basis van de begrotingsstukken.
Daarnaast verwacht het ministerie van VWS dat de gemiddelde zorgpremie volgend jaar uitkomt op 169 euro per maand. Dat is ongeveer 12,50 euro meer dan de gemiddelde premie dit jaar. De hogere premie is ook hier vooral te wijten aan inflatie en stijgende zorgkosten. Definitief zijn deze cijfers echter nog niet. Verzekeraars maken hun definitieve premies uiterlijk 12 november bekend. Pas dan weten Nederlanders precies hoeveel zij kwijt zijn aan hun basisverzekering.

Hermans: ‘We moeten keuzes maken’
Minister Sophie Hermans liet bij de presentatie van de begroting weinig ruimte voor misverstand. “Omdat we nu al zien dat het tekort aan mensen groot is en de kosten blijven oplopen, moeten we ook keuzes maken”, aldus de bewindsvrouw. Haar woorden onderstrepen de urgentie van de situatie. Bovendien illustreren ze het dilemma waarvoor het kabinet staat: ingrijpen is nodig, maar politieke steun ontbreekt vooralsnog. De minister sprak daarbij over structurele uitdagingen die niet met uitstel worden opgelost.

Hogere zorgtoeslag als compensatie
Het kabinet is zich ervan bewust dat de stijgende zorgpremie voor veel Nederlanders een flinke aanslag op het huishoudbudget betekent. Daarom wil de regering de premiestijging grotendeels compenseren via een hogere zorgtoeslag. Voor alleenstaanden kan die toeslag volgend jaar oplopen tot maximaal 140 euro per maand. Dat is een aanzienlijk bedrag, maar de vraag is of het voldoende is voor iedereen die net buiten de toeslaggrens valt. Mensen met een modaal inkomen dreigen de rekening volledig zelf te betalen, zonder compensatie.
Naast de zorgtoeslag trekt het kabinet ook extra geld uit voor preventie. Zo worden vanaf volgend jaar 60-jarigen gevaccineerd tegen gordelroos. Bovendien wordt er vanaf 2028 jaarlijks 100 miljoen euro gereserveerd om ook de groep van 61- tot 69-jarigen te vaccineren. Verder investeert het kabinet in ondersteuning van kwetsbare gezinnen, gratis schoolfruit en sportvoorzieningen. Die maatregelen zijn bedoeld om op de lange termijn zorgkosten te besparen door Nederlanders gezonder te houden.

Rekening verschuift naar de premiebetaler
Door het uitstel van de grotere verhoging van het eigen risico verschuift de rekening voor de oplopende zorgkosten naar de premiebetaler. Hogere premies raken immers alle verzekerden, terwijl een hoger eigen risico alleen gevolgen heeft voor mensen die daadwerkelijk zorg gebruiken. Critici stellen dan ook dat het kabinet de lasten op deze manier breder uitspreidt, maar daarmee ook mensen treft die weinig of geen zorg nodig hebben. Bovendien wordt de fundamentele vraag over de houdbaarheid van het zorgstelsel hiermee niet beantwoord.
De beslissing om de verhoging van 60 euro uit te stellen is ook politiek ingegeven. Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA kan in de Eerste noch in de Tweede Kamer op een meerderheid rekenen voor zo’n stap. Daardoor belandt een structurele hervorming van het eigen risico opnieuw op de lange baan. Intussen groeit de druk op het stelsel gestaag verder, terwijl de politieke ruimte voor ingrijpen beperkt blijft.

Definitieve premies volgen in november
De komende weken worden cruciaal voor miljoenen Nederlanders. Uiterlijk 12 november maken zorgverzekeraars hun definitieve premies voor volgend jaar bekend. Pas dan is duidelijk hoeveel de basisverzekering in 2027 werkelijk kost. De verwachting van VWS, een gemiddelde premie van 169 euro per maand, geeft een richting aan, maar de werkelijke hoogte kan per verzekeraar sterk verschillen. Nederlanders krijgen vervolgens tot eind december de tijd om over te stappen naar een andere verzekeraar, als zij dat willen. De stijging van het eigen risico naar 400 euro staat intussen vast.










