De 13-wekenecho voor zwangere vrouwen verdwijnt na 2027. Dat heeft minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VVD) bekendgemaakt. Daarmee volgt zij het advies van de Gezondheidsraad, die eerder oordeelde dat de nadelen van de echo zwaarder wegen dan de voordelen.

Tot 2028 worden er nog wel echo’s na 13 weken gemaakt, maar alleen binnen een lopend onderzoek. In het eerste jaar van dat onderzoek kregen 775 vrouwen onterecht te horen dat hun ongeboren kind mogelijk een afwijking had. Bij 1164 mensen werd juist een afwijking gemist.
Wat er precies verandert na 2027
Voor vrouwen die nu zwanger worden verandert er voorlopig weinig. Tot 2028 blijft de echo na 13 weken beschikbaar, uitsluitend als onderdeel van het lopende onderzoek. Daarna stopt het aanbod, en de minister maakt de echo niet alsnog tot vast onderdeel van de reguliere zorg.
De echo is nooit structureel aangeboden en dat gaat ook niet gebeuren. De reden is dat de waarnemingen vaak niet goed genoeg zijn. Daarmee sluit het kabinet de route naar een vaste plek in de geboortezorg af, in elk geval in de huidige vorm van de echo.
Cijfers uit het eerste onderzoeksjaar
Het eerste jaar van het onderzoek laat zien waarom de uitkomsten zo zwaar wegen. Er zijn 129.704 echo’s gemaakt na 13 weken. Daarbij werden 531 afwijkingen gevonden. Dat is een kleine groep ten opzichte van het totale aantal onderzochte zwangerschappen.

Tegenover die 531 vondsten staan twee soorten fouten. Bij 775 vrouwen werd onterecht aangegeven dat de foetus mogelijk een afwijking had. Bij 1164 mensen werd een afwijking gemist. Het merendeel van die gemiste afwijkingen is na 13 weken sowieso nog niet te zien.
Advies van de Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad bracht op 22 september advies uit aan minister Hermans. De raad schreef dat de 13-wekenecho te vaak foutieve uitslagen oplevert. Daarom zou het kabinet de echo niet in de huidige vorm permanent moeten maken. De nadelen wegen volgens het adviesorgaan zwaarder dan de voordelen.
Uit het onderzoek bleek dat aanstaande moeders onnodig werden doorverwezen. Bij het vervolgonderzoek bleek dan dat het loos alarm was. Tegelijkertijd werden relatief veel afwijkingen gemist. Die combinatie gaf voor de raad de doorslag om de echo niet als vast onderdeel van de geboortezorg in te voeren.
Waar de raad wel voordelen ziet
De Gezondheidsraad zag ook een belangrijk voordeel. Bij een juiste diagnose krijgen ouders meer tijd dan bij de 20-wekenecho om zich voor te bereiden op een kind dat veel zorg nodig heeft, of om na te denken over een abortus. Ook is er meer ruimte voor vervolgonderzoek bij een afgewogen beslissing.

Daarom adviseerde de raad de deur niet helemaal dicht te gooien. Het kabinet zou moeten onderzoeken of de echo op een andere manier kan worden ingezet, zodat het voordeel groter wordt dan de nadelen. Strengere doorverwijsprotocollen zouden kunnen leiden tot minder foutieve uitslagen, bijvoorbeeld door nog onvoldoende ontwikkelde organen van de foetus buiten de beoordeling te laten.
Een bloedtest als voorloper
Naast de echo bestaat tegenwoordig de NIPT, een bloedtest bij de moeder die vaststelt of het kind genetische afwijkingen heeft. Volgens de Gezondheidsraad zou die uitslag standaard bekend moeten zijn vóór de 13-wekenecho. Zo wordt bij een ongunstige NIPT-uitslag voorkomen dat onnodig een 13-wekenecho wordt gemaakt.
De raad wil bovendien dat wordt verkend hoe de verschillende onderzoeken beter kunnen samenwerken. Het gaat om de termijnecho rond de tiende week, de NIPT, de 13-wekenecho en de 20-wekenecho. Selma Tromp, vice-voorzitter van de Gezondheidsraad, zei dat dit moet leiden tot preciezere uitslagen.
Onderzoek naar de 20-wekenecho
Tromp zei: “We adviseren daarom om te verkennen hoe de verschillende prenatale screeningen zoals de termijnecho rondom de 10e week, de NIPT, de 13-wekenecho en de 20-wekenecho, beter kunnen worden gecombineerd om tot preciezere uitslagen te komen”. Misschien is er dan in de toekomst een rol voor de 13-wekenecho, maar dat is aan het kabinet.

Minister Hermans zegt dat wordt gekeken naar andere mogelijkheden om onderzoek in het begin van de zwangerschap te verbeteren. Ook wil zij dat onderzoek wordt gedaan naar de echo die standaard na 20 weken zwangerschap wordt gemaakt. Wat dat onderzoek precies inhoudt, is nog niet bekend.
Onderzoekers: meer beslistijd telt zwaar
Monique Haak en Mireille Bekker, hoogleraren Verloskunde aan het Leids UMC en UMC Utrecht, leidden de wetenschappelijke studie naar de 13-wekenecho. Zij reageerden positief op het advies van de raad. Ze lezen erin terug dat de raad onderschrijft dat vroeg horen wat er met het ongeboren kind aan de hand is, waarde heeft.
Zij erkennen dat de uitslagen relatief vaak niet klopten. Het voordeel van meer tijd bij een correcte diagnose vinden ze toch groter dan de nadelen. Haak wijst erop dat de wettelijke grens voor een abortus op 24 weken ligt. Bij een 20-wekenecho is er daardoor beperkt tijd voor vervolgonderzoek.
Vervolgstudie en standpunt van de NPV
Haak en Bekker adviseerden in hun studie aanpassingen om onterechte verwijzingen te verminderen. Die aanpassingen moeten volgens Bekker in een vervolgstudie worden getoetst, zodat zeker is dat ze tot verbetering leiden. Zij hopen dat de minister daar positief naar kijkt, omdat zulk onderzoek tijd en geld kost.

De echo wordt sinds 2021 in het kader van wetenschappelijk onderzoek tijdelijk aangeboden. De patiëntenorganisatie NPV, die zich inzet voor de beschermwaardigheid van het leven, ziet geen reden om alle zwangere vrouwen een 13-wekenecho aan te bieden. Volgens de NPV vervangt de echo de 20-wekenecho niet.
Bronnen en credits
Bronnen: De Dagelijkse Standaard, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, nrc.nl, nos.nl, npvzorg.nl










