Een vraag tijdens een persconferentie kan iemand in Rusland tot zes jaar vrijheidsstraf opleveren. Dat blijkt uit een melding van het Russische staatspersbureau TASS, dat rapporteerde dat autoriteiten een juridische procedure zijn gestart tegen een journalist van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. De aanleiding is een vraag die hij stelde aan de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. De krant zelf zei echter nog niet eens op de hoogte te zijn van enige procedure.
Vraag aan Zelensky als aanleiding
De journalist werkt voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung, kortweg FAZ, een van de meest gezaghebbende kranten van Duitsland. Hij is gestationeerd in Wenen en verslaat voor de krant de regio Zuidoost-Europa. Tijdens een persconferentie met president Zelensky stelde hij een vraag over wat Europeanen konden doen om Oekraïne te helpen bij het doden van zo veel mogelijk Russische soldaten. Die bewoording viel verkeerd, ook bij zijn eigen werkgever.
De FAZ nam publiekelijk afstand van de formulering van de vraag. Toch benadrukte de krant dat de reactie vanuit Rusland die erop volgde bestond uit wat zij omschreef als “laster en bedreigingen”. Bovendien kondigde de krant aan juridische stappen te overwegen als reactie op die bedreigingen. Daarmee plaatste de FAZ zichzelf tegenover de Russische autoriteiten, ook al distantieerde zij zich van de inhoud van de vraag zelf.
TASS meldt procedure, FAZ wist van niets
De melding over de juridische procedure is afkomstig van TASS, het staatspersbureau van Rusland. Dat gegeven is relevant, omdat onafhankelijke bevestiging van de procedure vooralsnog ontbreekt. Meerdere Nederlandse media, waaronder het AD en RTL, grepen de berichtgeving van TASS op via het persbureau ANP/DPA. Zij baseren zich daarmee op dezelfde bron, die rechtstreeks verbonden is aan de Russische staat.
Opvallend is dat de Frankfurter Allgemeine Zeitung zelf zei nog niet op de hoogte te zijn van enige procedure op het moment dat de berichten verschenen. Dat roept vragen op over de status van de zaak. Omdat ook de precieze aanklacht, de verantwoordelijke Russische instantie en de procesfase onduidelijk zijn, is het niet zeker of er al sprake is van een formele strafvervolging bij een rechtbank, een geopend onderzoek of een andere juridische stap.

Tot zes jaar in een Russisch strafkamp
Volgens berichtgeving van het AD kan de journalist op papier worden veroordeeld tot zes jaar in een Russisch strafkamp. Hij zou worden verdacht van het aanzetten tot haat en vijandigheid. Dit zijn echter de maximale straffen die de Russische wetgeving op dit soort vergrijpen stelt. Dat de journalist daadwerkelijk veroordeeld wordt, staat geenszins vast, zeker niet nu hij zich niet op Russisch grondgebied bevindt.
Bovendien kent het Russische rechtssysteem de mogelijkheid van verstekvonnissen. Daarmee kunnen rechtbanken een vonnis uitspreken ook als de verdachte niet aanwezig is. In de praktijk betekent dit dat Rusland een veroordeling kan uitspreken zonder dat de journalist de kans krijgt zich in persoon te verweren. Dergelijke vonnissen hebben echter weinig juridische waarde buiten Rusland, tenzij landen een uitleveringsverdrag hebben gesloten.
FAZ bereidt juridische stappen voor
De reactie van de Frankfurter Allgemeine Zeitung op de situatie is veelzeggend. Enerzijds distantieerde de krant zich van de bewoording van haar eigen journalist. Anderzijds beschreef zij de Russische reactie als laster en stelde zij juridische tegenmaatregelen voor. Daarmee kiest de FAZ voor een confronterende houding tegenover Rusland, in plaats van de zaak stil te houden.
Die keuze past in een bredere trend waarbij westerse mediabedrijven openlijk in conflict komen met Rusland over de behandeling van hun correspondenten en medewerkers. Persvrijheidsorganisaties signaleren al jaren dat Rusland steeds vaker juridische instrumenten inzet tegen buitenlandse journalisten. Vervolging wegens “aanzetten tot haat” is daarbinnen een veelgebruikte aanklacht, omdat die begrippen in de Russische wetgeving ruim worden geïnterpreteerd.

Patroon van druk op buitenlandse pers
Het geval van de FAZ-journalist staat niet op zichzelf. Rusland heeft de afgelopen jaren meerdere buitenlandse journalisten aangehouden, vervolgd of het land uitgewezen. Sinds het begin van de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 is de druk op internationale media verder toegenomen. Verslaggevers die kritisch berichten over het Russische militaire optreden riskeren strafrechtelijke vervolging onder wetten die zijn aangenomen na het uitbreken van de oorlog.
Daarbij is het gebruik van staatspersbureau TASS als communicatiekanaal voor dergelijke aankondigingen ook geen toeval. Door een aanklacht via staatsmedia te melden, oefent Rusland druk uit op journalisten en hun werkgevers, ook als de juridische procedure nog niet volledig is uitgewerkt. Critici wijzen erop dat dit een bewuste intimidatiestrategie is, gericht op zelfcensuur onder buitenlandse correspondenten die over het conflict rapporteren.
Naam journalist niet bekendgemaakt
Vooralsnog is de naam van de betrokken FAZ-journalist niet bekendgemaakt in de beschikbare berichtgeving. Ook de precieze formulering van de vraag aan Zelensky is niet volledig weergegeven in de bronnen. Dat maakt het moeilijk om de ernst en de juridische grondslag van de Russische procedure zelfstandig te beoordelen. De Frankfurter Allgemeine Zeitung heeft zich vooralsnog terughoudend opgesteld over de identiteit van haar medewerker, mogelijk om hem te beschermen.
De komende dagen wordt duidelijker wat de precieze status van de Russische procedure is en hoe de FAZ formeel zal reageren. Persvrijheidsorganisaties volgen de zaak nauwlettend. Zij zien de mogelijke vervolging als een nieuw voorbeeld van de manier waarop Rusland de internationale journalistiek probeert te beïnvloeden, intimideren en het zwijgen op te leggen.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, Ditjes & Datjes, Nieuws.nl, RTL Boulevard










