Een sleutel tussen de vingers als laatste verdediging, de live-locatie gedeeld met vader, nooit alleen fietsen in het donker. Negen maanden na de moord op de 17-jarige Lisa bij de Holterbergweg in Amsterdam zijn dit nog altijd de dagelijkse realiteit voor talloze vrouwen in de stad. De gemeente Amsterdam trekt in totaal zestien miljoen euro uit voor betere vrouwenveiligheid, maar uit onderzoek van AT5 blijkt dat veel van de aangekondigde maatregelen nog nauwelijks van de grond zijn gekomen. De vraag die steeds luider klinkt: wat is er eigenlijk veranderd?
Van schok naar beleid
Twee weken na de moord op Lisa schreef burgemeester Halsema haar eerste brief over maatregelen om de veiligheid van vrouwen in de stad te verbeteren. Daarin erkende ze dat de ernstige geweldsdelicten in de regio om bezinning en actie vroegen. Drie maanden later volgde een concrete ‘brede benadering’ vanuit de gemeente: veiligere fietsroutes, een buddy-systeem om samen naar huis te fietsen, weerbaarheidstrainingen, draagbare alarmsystemen en speciale boa’s die getraind zijn op straatintimidatie. Ook groepen voor plegers van grensoverschrijdend gedrag maakten deel uit van het pakket.
Kort na de moord maakte de gemeente zes miljoen euro vrij als directe reactie. Bovendien blijkt uit het nieuwe coalitieakkoord, dat vorige week naar buiten kwam, dat er de komende vier jaar nog eens tien miljoen euro extra wordt uitgetrokken. Het totaalbedrag komt daarmee op zestien miljoen euro. Veel van de nieuwe plannen in het coalitieakkoord bouwen voort op de maatregelen die vorig jaar al werden aangekondigd.
Vrouwen nemen het heft in eigen handen
Dat vrouwen nog altijd zelf compenseren voor het gevoel van onveiligheid, blijkt uit onderzoek waaruit AT5 citeert. Zeker acht op de tien vrouwen voelen zich weleens onveilig op de fiets en nemen maatregelen om veilig thuis te komen. Bovendien vermijdt zeven op de tien vrouwen bepaalde plekken in de stad volledig. Jongere vrouwen op het Rembrandtplein bevestigden dit beeld in gesprekken met AT5.

Een van hen vertelde: “Ik durf niet in mijn eentje naar huis te fietsen. Als ik in mijn eentje moet fietsen, voel ik wel angst. Als het echt moet, doe ik mijn sleutel op een bepaalde manier in mijn hand, omdat ik dan toch bang ben dat er iets kan gebeuren.” Een andere vrouw deelt haar live-locatie met haar vader als ze ’s avonds alleen onderweg is. Het zijn geen uitzonderingen, maar een structureel patroon dat weinig lijkt te zijn veranderd.
Slachtoffer in het Wallengebied
De gevoelens zijn niet zonder grond. Nora, wiens echte naam bekend is bij de redactie, verhuisde kort geleden naar het Wallengebied en werd na een avond stappen aangevallen door een groep jonge mannen. “Twee van hen pakten mijn armen en hielden die boven mijn hoofd tegen het raam”, vertelde ze. “Het is zo’n intimiderende positie. Je bent totaal hulpeloos. Je kan een beetje proberen te trappen, maar je bent één meter zestig en zij zijn met heel veel.” Haar verhaal illustreert waarom de druk op de gemeente zo groot is om snel en effectief te handelen.
Kritiek: ‘Allemaal pleistertjes’
Slachtofferadvocaat Richard Korver las de gemeentelijke brief op verzoek van AT5 en was kritisch. “Er overheerst bij mij: too little, too late”, zei hij. “Veel maatregelen richten zich op situaties waarin iemand al slachtoffer is.” Korver hekelt ook het aanbod van weerbaarheidstraining en vechtsport. “Wat voor signaal geef je dan af? Zeg je daarmee dat vrouwen zelf maar weerbaar moeten worden, in plaats van dat je het gedrag van daders aanpakt?”
Criminoloog Renée Römkens, die jarenlang onderzoek deed naar gendergerelateerd geweld, ziet echter ook sterke punten. Ze noemt de openstelling van het Centrum Seksueel Geweld en een door de politie opgezet platform als concrete stappen. Toch benadrukt ook zij dat de maatregelen beter onderbouwd hadden kunnen worden. Volgens haar had de gemeente het Verdrag van Istanbul als leidraad moeten gebruiken, een internationaal mensenrechtenverdrag met meer dan tachtig specifieke bepalingen over het voorkomen van geweld tegen vrouwen. “We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden”, aldus Römkens.
Gemeente verdedigt aanpak
De gemeente Amsterdam herkent zich niet in de kritiek dat de maatregelen te veel op slachtoffers zijn gericht en te weinig structureel zijn. Volgens de gemeente bouwen de plannen voort op bestaand beleid tegen huiselijk geweld, seksueel geweld en straatintimidatie. Boa’s en handhavers zijn extra getraind, er wordt op bepaalde plekken strenger opgetreden tegen straatintimidatie en er lopen campagnes rond seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast wordt geïnvesteerd in hulp bij huiselijk geweld, tijdelijke huisverboden en extra bescherming voor slachtoffers.
Dat veel maatregelen nog niet volledig zijn doorgevoerd, erkent de gemeente wel. Structurele veranderingen kosten tijd, zo luidt de officiële verklaring, omdat geweld tegen vrouwen en genderongelijkheid diepgeworteld zijn in sociale en culturele normen. De extra investeringen moeten op korte termijn leiden tot meer toezicht, een veiligere openbare ruimte en aandacht voor online beïnvloeding van jongeren.
Meer dan beleid alleen
In Amsterdam-Noord geeft instructrice Maria-Luisa al jarenlang weerbaarheidscursussen. Volgens haar draait zelfverdediging niet om fysieke kracht, maar om het kennen van kwetsbare plekken. “Het heeft niets met kracht te maken, maar met het gebruik van kwetsbare plekken, en die zijn voor iedereen kwetsbaar: man, vrouw, jong of oud.” Toch ziet ook zij dat haar cursus slechts een stukje van het grotere plaatje vormt.
Korver onderstreept dat de gemeente niet alles kan oplossen en dat een bredere maatschappelijke omslag nodig is. “Je wil een cultuurverandering. Je wil een situatie waarin als anderen zien dat een vrouw lastig wordt gevallen, er wordt ingegrepen. Je zou willen dat er door de stad iets gonst van: wij zijn het zat.” Zolang die cultuuromslag uitblijft, blijven sleutels tussen de vingers en gedeelde locaties de meest gebruikte wapens van vrouwen in de stad. De vraag of zestien miljoen euro daarin verandering brengt, blijft voorlopig onbeantwoord.











