De provincie Zuid-Holland verwacht in 2027 zo’n 510 miljoen euro binnen te krijgen uit de wegenbelasting. Dat bedrag komt uit de opcenten, het deel van de motorrijtuigenbelasting dat naar de provincie gaat. Automobilisten en motorrijders in Zuid-Holland betalen daarvoor volgend jaar opnieuw een paar euro meer. Het bericht kwam uit Den Haag en betreft de provinciale inkomsten voor het komende jaar.

Van 490 naar 510 miljoen euro
Het verschil met het lopende jaar is duidelijk zichtbaar. Dit jaar ontvangt Zuid-Holland zo’n 490 miljoen euro aan wegenbelasting. Volgend jaar moet dat zo’n 510 miljoen euro worden. De provincie rekent dus op ongeveer 20 miljoen euro extra aan inkomsten uit de opcenten.
Het gaat om een verwachte toename van ongeveer 4 procent ten opzichte van het lopende jaar. Dat komt neer op een verschil van zo’n 20 miljoen euro tussen 490 en 510 miljoen euro. De wegenbelasting blijft daarmee een omvangrijke post in de provinciale begroting, die ook in 2027 voor een groot deel uit de opcenten wordt gevoed.

Die stijging komt niet uit de lucht vallen. Het tarief in Zuid-Holland, de provincie met de meeste inwoners, gaat al jaren omhoog. Het gaat daarbij om het provinciale deel van de belasting, dat bovenop het landelijke tarief van de motorrijtuigenbelasting komt.
Wat de weggebruiker extra betaalt
Voor de individuele weggebruiker blijft het bedrag beperkt. Wie een compacte stadsauto rijdt, betaalt volgend jaar op jaarbasis iets meer dan 2 euro extra. Voor een middenklasser gaat het om ruim 6 euro. Wie een SUV heeft, betaalt bijna 11 euro meer.

Het verschil tussen de drie voorbeelden is aanzienlijk. De stijging voor een SUV is bijna vijf keer zo groot als voor een compacte stadsauto: bijna 11 euro tegenover iets meer dan 2 euro. De middenklasser zit daar met ruim 6 euro tussenin. Per voertuig blijven de bedragen dus klein, maar het verschil is goed zichtbaar.

De bedragen lopen op met het type voertuig, omdat de opcenten een percentage vormen van de motorrijtuigenbelasting. Hoe zwaarder de auto en hoe hoger de basisbelasting, hoe groter de absolute stijging uitvalt. Ook motorrijders in Zuid-Holland krijgen met een verhoging te maken.
Waar het geld naartoe gaat
Een groot deel van de opbrengst is bedoeld voor het beheer, het onderhoud en de vernieuwing van de provinciale infrastructuur. Het gaat om provinciale wegen, bruggen, sluizen en wateren. Die voorzieningen liggen verspreid over een dichtbevolkte provincie en vragen voortdurend onderhoud.

Die provinciale voorzieningen zijn van groot belang voor het dagelijks verkeer. Bruggen en sluizen zorgen ervoor dat wegen en vaarwegen goed bruikbaar blijven, terwijl het beheer van de wateren bij de provincie ligt. Het onderhoud en de vernieuwing daarvan vragen om geld dat grotendeels uit de opcenten komt.
De inkomsten uit de opcenten zijn daarmee direct gekoppeld aan de bereikbaarheid in de regio. Een hogere opbrengst betekent meer ruimte voor onderhoud en vernieuwing van wat de provincie zelf beheert.
Belangrijkste inkomstenbron naast het provinciefonds
Voor provincies is de wegenbelasting een centrale bron van inkomsten. Alleen het provinciefonds levert meer op: dat is het fonds waarmee het Rijk miljarden verdeelt over de provincies. Daarnaast is de opbrengst uit de opcenten de belangrijkste inkomstenbron.

Naast het provinciefonds is de wegenbelasting dus de belangrijkste geldstroom voor de provincies. Het Rijk verdeelt via dat fonds miljarden euro’s over de twaalf provincies. De opcenten vormen het deel dat provincies zelf binnenhalen bij weggebruikers in hun eigen gebied, en dat verschilt per provincie.
Dat maakt het tarief van de opcenten een gevoelig onderwerp. Provincies hebben weinig andere manieren om zelf hun inkomsten te vergroten. Wat zij uit de opcenten halen, bepaalt mede hoeveel ze kunnen investeren in eigen taken.

Hoogste opcenten van alle provincies
Zuid-Holland heeft met afstand de hoogste opcenten van alle provincies. Dat verklaart deels waarom de provincie in absolute bedragen zoveel binnenhaalt. Het is ook de provincie met de meeste inwoners, en dat weegt mee in de totale opbrengst.
De verhoging voor 2027 past daarmee in een patroon. Zuid-Holland heeft met afstand de hoogste opcenten en verhoogt het tarief al jaren. Weggebruikers in de provincie zijn dus gewend geraakt aan telkens een klein bedrag erbij, terwijl de totale opbrengst voor de provincie stap voor stap richting 510 miljoen euro groeit.
Omdat het tarief al jaren stijgt, is de verhoging voor 2027 een voortzetting van een bestaande lijn. De extra bedragen per voertuig zijn klein, maar over alle weggebruikers in de provincie leveren ze samen tientallen miljoenen euro’s op.

Wat volgend jaar verandert
Voor 2027 komt het erop neer dat automobilisten en motorrijders in Zuid-Holland een paar euro meer kwijt zijn. Voor de provincie staat daar een verwachte opbrengst van 510 miljoen euro tegenover, tegen zo’n 490 miljoen euro dit jaar. Het extra geld is bedoeld voor beheer, onderhoud en vernieuwing van wegen, bruggen, sluizen en wateren.










