Slechts 57 procent van de statushouders heeft acht jaar na het verkrijgen van hun verblijfsstatus betaald werk. Dat blijkt uit een nieuw advies van de Sociaal-Economische Raad (SER), dat stelt dat nieuwkomers vaker en sneller ingezet moeten worden in sectoren waar personeelstekorten spelen. Het advies richt zich op statushouders, asielzoekers en Oekraïense ontheemden.

De SER is het adviesorgaan waarin werkgevers, vakbonden en onafhankelijke deskundigen samen advies uitbrengen aan de overheid over sociaal-economisch beleid. Dat maakt het cijfer van 57 procent extra opvallend: acht jaar is een lange periode waarin talent van nieuwkomers grotendeels onbenut is gebleven volgens de raad.
Cijfer van 57 procent centraal in advies
Het percentage van 57 procent betaald werk na acht jaar vormt de kern van de constatering dat er ruimte is voor verbetering. De SER wijst erop dat dit tempo te laag is, terwijl in verschillende sectoren juist grote behoefte bestaat aan extra werknemers. De raad bepleit daarom dat statushouders, asielzoekers en Oekraïense ontheemden gerichter worden ingezet op plekken waar personeelstekorten spelen.
Verloren tijd in de asielprocedure
Volgens de SER gaat er in de asielprocedure “veel kostbare tijd en motivatie” verloren. De raad wijst daarmee op de periode voordat iemand een verblijfsstatus krijgt, waarin arbeidsparticipatie doorgaans nog niet of nauwelijks mogelijk is. Die vertraging aan het begin van het traject werkt volgens de raad door in de latere arbeidsmarktpositie van nieuwkomers.
Daarnaast signaleert de SER een structureel probleem in de combinatie van werken, taal leren en inburgering. Deze drie trajecten lopen vaak gelijktijdig en zijn moeilijk te combineren, aldus het advies. Wie fulltime werkt, houdt weinig tijd over voor taallessen, terwijl taalbeheersing juist vaak een voorwaarde is om aan beter passend werk te komen.

Oekraïense ontheemden werken sneller, maar onder niveau
Het advies maakt een duidelijk onderscheid tussen statushouders en mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht. Oekraïense ontheemden zijn niet inburgeringsplichtig en vinden daardoor relatief snel werk. Toch is dat volgens de SER geen onverdeeld positief beeld: het werk dat zij vinden ligt vaak onder hun opleidingsniveau en is doorgaans op uitzendbasis.
Dat betekent dat kennis en ervaring die deze groep meebrengt, niet volledig wordt benut. Iemand met een afgeronde opleiding of jarenlange werkervaring komt zo toch terecht in tijdelijk, laaggeschoold werk. De SER ziet dit als een gemiste kans, zowel voor de betrokkenen zelf als voor de Nederlandse arbeidsmarkt.
Voorzitter Putters: talenten vanaf het begin benutten
SER-voorzitter Kim Putters onderstreept het belang van een andere aanpak. “Nieuwkomers brengen kennis, ervaring en ambities mee. Als we daar vanaf het begin oog voor hebben, kunnen zij hun talenten inzetten en verder ontwikkelen”, zegt hij. De uitspraak weerspiegelt de centrale boodschap van het advies: niet wachten tot iemand volledig is ingeburgerd, maar vroeg in het traject al kijken naar mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
Personeelstekorten als aanknopingspunt
De SER legt in het advies een directe koppeling tussen de onbenutte talenten van nieuwkomers en de personeelstekorten die in verschillende sectoren van de Nederlandse economie spelen. Door statushouders, asielzoekers en Oekraïense ontheemden gerichter te matchen met sectoren waar vraag is naar arbeidskrachten, zou volgens de raad zowel de arbeidsmarktpositie van nieuwkomers verbeteren als de druk op tekortsectoren afnemen.

Het advies noemt geen specifieke sectoren of concrete maatregelen die de raad voorstelt om dit te bereiken. Wel is duidelijk dat de SER de huidige situatie, waarin talent van nieuwkomers grotendeels braak blijft liggen terwijl bedrijven kampen met vacatures, als een probleem beschouwt dat om aanpak vraagt.
De koppeling tussen onbenut arbeidspotentieel en personeelstekorten raakt sectoren die al langer kampen met vacatures. Door nieuwkomers eerder te koppelen aan werkgevers in die sectoren, zou volgens de raad zowel de positie van statushouders, asielzoekers en Oekraïense ontheemden verbeteren als de druk op de arbeidsmarkt afnemen. De raad benadrukt dat dit vraagt om een aanpak die al vroeg in het traject van nieuwkomers begint, in plaats van pas na afronding van inburgering.
De SER benadrukt dat het combineren van werken, taal leren en inburgering vraagt om maatwerk per situatie. Voor de ene nieuwkomer is snel starten met werk haalbaar, terwijl een ander eerst meer tijd nodig heeft om de taal te leren. Volgens de raad is het van belang dat begeleiding hierop wordt afgestemd, zodat werk en taalontwikkeling elkaar versterken in plaats van in de weg zitten.
Samenstelling van de raad
De SER brengt het advies uit als orgaan waarin werkgevers, vakbonden en onafhankelijke deskundigen gezamenlijk tot standpunten komen over sociaal-economische vraagstukken. Die brede samenstelling geeft het advies gewicht binnen het Nederlandse overlegmodel, waarin de raad al decennia een rol speelt bij het adviseren van kabinet en parlement over arbeidsmarktbeleid.

Het advies is gepubliceerd op 23 september 2026. Concrete vervolgstappen van het kabinet of reacties van werkgevers en vakbonden op het advies zijn vooralsnog niet bekend.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, Welingelichte Kringen
Foto: Kim Putters — Ministerie van Buitenlandse Zaken (bron), CC BY-SA 2.0










