Op de IJssel mogen schepen tussen Zutphen en Westervoort sinds vorige week vrijdag nog maar in één richting varen. Het water is zo laag dat de vaargeul op sommige plekken te smal en te ondiep is geworden voor tweerichtingsverkeer. Voor schepen uit Duitsland betekent dat een omweg van ongeveer 300 kilometer. Tegelijk moeten binnenvaartschippers op meerdere rivieren in het oosten van het land zelf inschatten of ze veilig kunnen varen.

Maandenlang laag water op de Rijn
De problemen zijn niet nieuw. De lage waterstanden op de rivieren zorgen al maanden voor problemen in de binnenvaart. In augustus kreeg vooral de Rijn veel aandacht, nadat de afvoer bij Lobith onder het laagste niveau ooit zakte. Er stroomde toen 614 kubieke meter water per seconde langs.
Sindsdien is de situatie nauwelijks verbeterd. Op dit moment ligt de afvoer rond de 545 kubieke meter per seconde, ruim onder dat eerdere record. Ook in Duitsland is het opnieuw raak: bij Keulen en Kaub kampte de Rijn afgelopen weekend weer met uitzonderlijk lage waterstanden. Het was een kwestie van tijd voordat dat ook stroomafwaarts in Nederland merkbaar zou worden, op de IJssel, de Waal en de Nederrijn.
Eenrichtingsverkeer tussen Zutphen en Westervoort
Op het traject tussen Zutphen en Westervoort mogen schepen alleen nog richting Arnhem varen. Rijkswaterstaat laat weten dat de vaargeul daar op sommige plekken niet genoeg ruimte biedt voor schepen die elkaar tegemoet varen. Voor het eerst geldt zo’n regeling op de IJssel.
Schepen die uit Duitsland komen en de IJssel op willen, kunnen de directe route daardoor niet gebruiken. Zij moeten via de Waal naar Tiel, daar het Amsterdam-Rijnkanaal op en vervolgens via Amsterdam, het Markermeer, Lelystad, het IJsselmeer en het Ketelmeer terug naar de IJssel. Die omweg is ongeveer 300 kilometer lang.
Rijkswaterstaat kan de diepte niet meer goed meten
Naast de beperkingen op de IJssel speelt een tweede probleem. Op de IJssel, de Nederrijn, een groot deel van de Waal en het Pannerdensch Kanaal kan Rijkswaterstaat niet meer goed meten hoe diep de vaargeul is. Daardoor moeten binnenvaartschippers voorlopig zelf bepalen of ze veilig kunnen varen.

Op sommige plekken is het water minder dan 1,25 meter diep. De meeste meetvaartuigen van Rijkswaterstaat steken dieper en kunnen daar niet meer komen. Er zijn nog drie vaartuigen die minder diep liggen, maar die moeten ook in andere regio’s worden ingezet.
Wat de minst gepeilde diepte betekent
Daardoor kan de zogeheten minst gepeilde diepte voorlopig niet overal betrouwbaar worden vastgesteld. Dat is de diepte van het ondiepste punt in de vaargeul. Schippers gebruiken die informatie om te bepalen hoeveel lading ze kunnen meenemen zonder aan de grond te lopen.
Meetgegevens zijn ook te krijgen via abonnementen bij commerciële partijen. Niet iedere binnenvaartschipper heeft zo’n abonnement. Wie dat niet heeft, is voor de inschatting van de diepte meer op eigen waarneming en ervaring aangewezen.
Minder lading, meer schepen
Ook in de Rotterdamse haven was dat eind juli te merken. Het volume daalde sinds begin juli met ongeveer 10 procent. Doordat schepen minder laden, liggen ze er gemiddeld korter: de gemiddelde verblijfsduur zakte van 50 naar 45 uur.
Het lage water heeft meer gevolgen voor de sector. Schepen kunnen minder lading meenemen en daardoor zijn er meer binnenvaartschepen op de rivieren onderweg. Dezelfde hoeveelheid goederen moet over meer vaartuigen worden verdeeld, terwijl de ruimte op het water juist kleiner wordt.

De Haringvlietsluizen waren eind juli dicht en de Parksluizen in Rotterdam gingen nog maar twee keer per dag open, om zoet water te behouden. Het Havenbedrijf Rotterdam zag toen nog geen verschuiving van vervoer over water naar spoor of weg.
Het is geen nieuw patroon. Eind juli meldde een schipper aan Rijnmond dat zijn schip op sommige delen van de Rijn nog maar 220 ton kon vervoeren in plaats van de gebruikelijke ongeveer 690 ton. Een bedrijf in de Rotterdamse haven verdeelde 15.000 ton kolen en erts over minimaal vijf kleinere schepen, wat extra planning vroeg.
‘Alle transport staat onder druk’
“Dit is erg zorgelijk”, reageert Fiona Oomen, regiocoördinator Centraal- en Oost-Nederland bij Koninklijke Binnenvaart Nederland. Ook zij vaart op de gegevens van Rijkswaterstaat. Ze zegt dat het de afgelopen tijd “geen doen” is voor de binnenvaart.
“Het is vreselijk. Alle transport staat onder druk: op de weg staat het onder druk, op de vaarwegen staat het onder druk. Wat als het water nog verder zakt, wat dan? Waar moet alles heen?”
Regen nodig, daarna mogelijk hoogwater
Hoelang de problemen in het oosten van Nederland aanhouden, kan Rijkswaterstaat nog niet zeggen. Een woordvoerder laat weten dat er regen nodig is in het stroomgebied, vooral buiten Nederland. Volgens de afvoerverwachting wordt het niet slechter, maar ook niet veel beter. Het oosten van het land zal het daarom even moeten uitzitten.

Als het voorbij is, wacht volgens de woordvoerder mogelijk een nieuw probleem: hoogwater. De zee is momenteel uitzonderlijk warm, waardoor het najaar juist nat kan uitpakken. Waterdeskundigen spreken al maanden hun verbazing uit over de omvang en ernst van de extremen van dit jaar.
Bronnen en credits
Bronnen: GLD.nl, NOS, nt.nl, rijnmond.nl
Foto: De IJssel bij Zutphen gezien vanaf de oever — Ymblanter (bron), CC BY-SA 4.0
Foto: Vrachtschip vaart over de IJssel bij Zutphen — Ymblanter (bron), CC BY-SA 4.0










