De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit leek vier jaar geleden op het punt te staan om flink in te grijpen in de tabakssector. Gewone sigaretten, zoals die dagelijks in supermarkten en tabakswinkels over de toonbank gaan, zouden niet langer aan de regels voldoen. Maar het Europees Hof van Justitie stak dinsdag een stokje voor dat ingrijpen, en de gevolgen zijn groot. De uitspraak raakt miljoenen rokers die jarenlang meer teer en nicotine binnenkregen dan de officiële getallen deden vermoeden.
De sjoemelsigaret: al jaren een heet hangijzer
De term sjoemelsigaret duikt al decennialang op in discussies over tabaksbeleid. Het gaat om gewone filtersigaretten waarbij de meetmethode zo is opgezet dat de gemeten hoeveelheden teer en nicotine lager uitvallen dan rokers in werkelijkheid binnenkrijgen. De sigarettenmachines die bij officiële tests worden gebruikt, roken anders dan mensen dat doen. Daardoor lijken de schadelijke stoffen in de sigaret lager dan ze in de praktijk zijn. De tabaksindustrie profiteert al jaren van deze systematische discrepantie.
Het probleem is bovendien al langer bekend bij toezichthouders en gezondheidsexperts. Sigarettenfilters bevatten kleine gaatjes die tijdens een machinetest onbedekt blijven, maar die rokers met hun vingers en lippen afdekken. Daardoor zuigt een echte roker harder en krijgt meer schadelijke stoffen binnen. De wettelijke grenswaarden voor teer en nicotine zijn gebaseerd op de uitkomsten van die machinale tests, niet op het werkelijke rookgedrag. Dat maakt de wettelijk toegestane grenswaarden in feite misleidend.
Vier jaar geleden leek handhaving nabij
Rond 2022 leek de situatie te kantelen. De NVWA stond op het punt om de bestaande meetmethode serieus te nemen als handhavingsinstrument. Gewone sigaretten die in Nederlandse winkels te koop waren, zouden mogelijk niet langer voldoen aan de geldende Europese normen als de meetmethode zou worden herzien of strenger toegepast. Dat perspectief wekte hoop bij gezondheidsorganisaties en tabaksontmoedigingsbewegingen. Bovendien leek er politieke wil te zijn om de tabaksindustrie eindelijk harder aan te pakken.
Echter, die hoop bleek voorbarig. De zaak belandde bij het Europees Hof van Justitie, dat dinsdag 21 april 2026 uitspraak deed. Het Hof oordeelde dat er geen nieuwe meetmethode nodig is voor het meten van teer- en nicotinegehalten in sigaretten. De huidige aanpak, hoe gebrekkig ook, blijft dus de officiële maatstaf. Dat betekent dat de NVWA voorlopig niet kan ingrijpen op basis van alternatieve of realistischere meetresultaten.
Wat het Hof precies besliste
Het oordeel van het Europees Hof van Justitie is helder: de bestaande meetstandaard voor teer en nicotine in sigaretten voldoet juridisch gezien aan de geldende Europese regelgeving. Het Hof ziet geen aanleiding om lidstaten te verplichten over te stappen op een andere meetmethode. Daarmee wijst het Hof impliciet het argument van de hand dat de huidige methode rokers misleidt over de werkelijke hoeveelheid schadelijke stoffen die zij inademen. De uitspraak heeft directe consequenties voor hoe toezichthouders in de hele Europese Unie kunnen optreden.
Daarnaast betekent het oordeel dat de sjoemelsigaret juridisch gezien geen sjoemelsigaret heet. Zolang een sigaret voldoet aan de machinaal gemeten normen, voldoet hij aan de wet. Dat de feitelijke blootstelling van rokers aan schadelijke stoffen hoger ligt, telt in deze juridische redenering niet mee. Critici noemden die redenering al snel ‘bizar’, omdat ze de bescherming van de volksgezondheid feitelijk ondergeschikt maakt aan een verouderde testprocedure.
Reacties: onbegrip en teleurstelling
De uitspraak stuitte op onbegrip bij gezondheidsexperts en tabaksontmoedigers. De AD citeerde reacties waarin de redenering van het Hof als ‘bizar’ werd bestempeld. Het gevoel leeft breed dat de wetgeving de werkelijkheid van het roken niet weerspiegelt, en dat de tabaksindustrie daar bewust van profiteert. Bovendien blijft de NVWA met lege handen staan: de toezichthouder kan nu niet handhaven op basis van wat rokers daadwerkelijk binnenkrijgen, maar alleen op basis van wat de machine meet.
Vervolgens rijst de vraag wat dit betekent voor het Nederlandse tabaksontmoedigingsbeleid. Nederland heeft de afgelopen jaren forse stappen gezet om roken terug te dringen, van sigaretten uit het zicht in winkels tot rookvrije zones. Toch blijft een kernprobleem, namelijk de misleidende meetmethode voor de schadelijkheid van sigaretten, nu ongemoeid. Dat is voor veel betrokkenen een bittere pil, zeker omdat de verwachting vier jaar geleden anders was.
Bredere betekenis voor Europees tabaksbeleid
De uitspraak heeft gevolgen die verder reiken dan Nederland alleen. Het Europees Hof van Justitie spreekt recht voor alle lidstaten van de Europese Unie. Dat betekent dat ook in andere Europese landen toezichthouders niet kunnen dwingen tot een alternatieve meetmethode. De tabaksindustrie boekt daarmee een juridische overwinning die haar positie in heel Europa versterkt. Zolang de Europese regelgeving niet fundamenteel wordt herzien, blijft de huidige meetstandaard de norm.
Bovendien legt de uitspraak een dieper probleem bloot in de Europese aanpak van tabaksregulering. Wetgeving en meetmethoden zijn verouderd ten opzichte van wat de wetenschap al lang weet over het werkelijke rookgedrag. Echter, het aanpassen van die methoden vergt politieke wil op Europees niveau, en die ontbreekt vooralsnog. De uitspraak van het Hof maakt een herziening van de regels niet onmogelijk, maar legt de verantwoordelijkheid daarvoor nadrukkelijk bij de Europese wetgever neer, niet bij nationale toezichthouders.
Voorlopig verandert er dus niets voor de miljoenen Europeanen die dagelijks een sigaret opsteken. De sjoemelsigaret blijft legaal verkrijgbaar, de meetmethode blijft ongewijzigd en de NVWA heeft geen nieuwe handhavingsbevoegdheid gekregen. De volgende stap ligt nu bij de Europese Commissie en het Europees Parlement, die als enigen de macht hebben om de tabaksrichtlijn en de bijbehorende meetstandaarden te herzien.











