Pictogrammen van sociale-media-apps op een scherm

Amerikaanse rechter breekt door jarenlange muur van straffeloosheid: ‘Platforms gebouwd om te verslaven’

Voor het eerst in de geschiedenis van de Amerikaanse rechtspraak heeft een jury Meta en Google aansprakelijk gesteld voor de verslaving van een gebruiker aan sociale media. Een jury in Los Angeles oordeelde op 25 maart 2026 dat de twee techgiganten verantwoordelijk zijn voor de mentale schade die een twintigjarige vrouw opliep door haar gebruik van Instagram en YouTube. De bedrijven moeten haar een schadevergoeding betalen van drie miljoen dollar. Het vonnis wordt beschouwd als een keerpunt in de juridische strijd tegen de macht van socialmediabedrijven.

Jarenlange strijd om aansprakelijkheid

Al jaren proberen slachtoffers, ouders en advocaten in de Verenigde Staten techbedrijven juridisch verantwoordelijk te houden voor de schadelijke effecten van hun platforms. Tot nu toe botsten die pogingen keer op keer op juridische muren: techbedrijven beriepen zich doorgaans op de vrijheid van meningsuiting en hun rol als neutraal doorgeefluik van gebruikerscontent. Maar dit vonnis doorbreekt dat patroon op een doorslaggevende manier. De jury richtte zich namelijk niet op de inhoud die gebruikers plaatsen, maar op het ontwerp van de apps zelf — de algoritmes, de oneindige scroll, de meldingen, de beloningssystemen. Dat is een fundamenteel andere juridische benadering, en een die de platforms veel moeilijker kunnen weerleggen.

Amerikaverslaggever Raquel Schilder benadrukte de reikwijdte van de uitspraak: “Deze uitspraak is heel groot.” Ze wees erop dat al jaren mensen in de VS socialmediabedrijven aansprakelijk proberen te stellen, tot nu toe zonder succes. Dit vonnis verandert dat. En niet alleen voor deze ene zaak.

Wie is de vrouw achter de zaak?

De vrouw in de zaak, in de rechtbankstukken aangeduid als Kaley, is inmiddels twintig jaar oud. Ze stelt dat ze al op jonge leeftijd verslaafd raakte aan apps als Instagram en YouTube. De verslaving zou hebben geleid tot ernstige psychische klachten, waaronder depressie. Haar aanklacht richtte zich niet op wat andere gebruikers op de platforms hadden geplaatst, maar op de manier waarop de apps zelf zijn ontworpen: gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebruikers, ongeacht de gevolgen voor hun welzijn.

Lees ook:  Hiermee moet je rekening houden als je overstapt van telefoonabonnement

Ook TikTok en Snap, het moederbedrijf van Snapchat, waren aanvankelijk medegedaagden in de zaak. Beide bedrijven troffen echter eerder een schikking met de vrouw. Over de voorwaarden van die schikkingen is niets bekendgemaakt. Meta en Google weigerden te schikken en lieten de zaak op een juryproces aankomen — een beslissing die hen nu duur komt te staan.

Het ontwerp als wapen: hoe platforms verslavend worden gemaakt

Wat dit vonnis juridisch zo opvallend maakt, is de focus op de architectuur van de platforms. Techbedrijven hebben zich traditioneel verweerd met het argument dat zij niet aansprakelijk zijn voor de keuzes van hun gebruikers of voor de content die op hun platforms verschijnt. Maar in deze zaak stelden de aanklagers iets anders centraal: de bewuste keuzes die Meta en Google hebben gemaakt bij het bouwen van hun apps. Algoritmes die extremere content voorschotelen om gebruikers langer te houden. Meldingssystemen die het dopaminehuishoudsel van de hersenen bespelen. Oneindige scrollfuncties die geen natuurlijk eindpunt kennen. Stuk voor stuk ontwerpkeuzes die — zo oordeelde de jury — bijdragen aan verslavingsgedrag.

De schadevergoeding van drie miljoen dollar, omgerekend ongeveer 2,8 miljoen euro, wordt grotendeels door Meta gedragen. Google draagt een kleiner deel bij. Het bedrag zelf is in verhouding tot de omzet van deze bedrijven bescheiden, maar de symbolische en juridische waarde van het vonnis is enorm.

Lees ook:  Meta schrapt video van Roel Maalderink: 'Ik heb nog nooit meegemaakt dat een video wordt verwijderd'

Honderden vergelijkbare zaken wachten op doorbraak

De ware impact van dit vonnis reikt ver voorbij deze ene zaak. In de Verenigde Staten lopen momenteel honderden vergelijkbare rechtszaken tegen techbedrijven. Die zijn aangespannen door individuele slachtoffers, maar ook door ouders, schooldistricten en zelfs hele staten. Al die partijen kunnen nu gebruikmaken van dit precedent. Later dit jaar staat in Californië een nieuwe grote zaak gepland, waarin opnieuw Instagram, YouTube, TikTok en Snapchat centraal staan.

Verslaggever Schilder schetste de consequenties helder: als de bedrijven niet willen leeglopen op een golf van gelijksoortige claims, zullen ze de manier waarop sociale media werken fundamenteel moeten aanpassen. Dat is geen kleine opgave. De huidige verdienmodellen van zowel Meta als Google zijn grotendeels gebaseerd op aandacht — hoe langer iemand op het platform blijft, hoe meer advertentie-inkomsten er worden gegenereerd. Een structurele aanpassing van het ontwerp raakt daarmee direct het hart van hun businessmodel.

Reacties van de techgiganten

Meta liet weten het niet eens te zijn met de uitspraak en bekijkt juridische vervolgstappen, waaronder de mogelijkheid van beroep. Google heeft vooralsnog niet gereageerd op het vonnis. Dat de bedrijven niet direct capituleren, verrast weinigen. Maar de optie om beroep aan te tekenen is ook niet zonder risico: een hoger beroep kan de rechtszaak nog meer aandacht geven en andere slachtoffers aanmoedigen zich te melden.

Bredere maatschappelijke context: wetgeving loopt achter

Het vonnis valt samen met een bredere maatschappelijke discussie over de invloed van sociale media op jongeren. In de Verenigde Staten gebruikt volgens onderzoeksbureau Pew minstens de helft van alle tieners dagelijks Instagram of YouTube. Verschillende Amerikaanse staten hebben inmiddels wetten ingevoerd om het gebruik van sociale media door jongeren aan banden te leggen, via leeftijdsverificatie of regels over telefoongebruik op scholen. Op federaal niveau heeft het Amerikaanse Congres echter nog geen brede wet aangenomen die sociale media reguleert.

Lees ook:  Kinderrechtenorganisaties willen einde aan Europese patstelling: 'Het is nu niet goed geregeld'

Ook in Europa groeit de druk. Frankrijk overweegt als eerste Europees land een socialmediaverbod voor kinderen onder de vijftien jaar. Of zulke wetten effectief zijn, is nog de vraag — maar ze weerspiegelen de toegenomen urgentie waarmee beleidsmakers reageren op een probleem dat jarenlang werd genegeerd of onderbelicht.

Wat nu: een nieuw tijdperk voor socialemediawetgeving?

Dit vonnis markeert mogelijk het begin van een nieuw juridisch tijdperk. Voor het eerst heeft een jury vastgesteld dat het ontwerp van sociale-mediaplatforms schadelijk kan zijn — en dat bedrijven daarvoor aansprakelijk kunnen worden gehouden. Dat is een andere boodschap dan die techbedrijven decennia lang hebben kunnen uitdragen: dat zij slechts neutrale platforms zijn, zonder verantwoordelijkheid voor wat er op hun netwerken gebeurt.

Of dit vonnis standhoud in beroep, en of het daadwerkelijk het begin is van een structurele omslag in de manier waarop techbedrijven worden beoordeeld, zal de komende maanden en jaren moeten blijken. Maar voor Kaley, de jonge vrouw die als kind verstrikt raakte in de logica van likes en algoritmes, is de uitspraak in ieder geval een eerste erkenning: wat haar overkwam, was geen persoonlijk falen. Het was het resultaat van een systeem dat zo was gebouwd.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's