Op 1 april 2001 voltrokken vier paren in Amsterdam het allereerste homohuwelijk ter wereld. Vandaag, precies vijfentwintig jaar later, is Nederland een ander land geworden. Hoe staat het er nu voor met die mijlpaal, en wat beleefden de mensen die erbij waren?

Per toeval de geschiedenis in
In Groningen denkt Ynte de Groot op deze dag terug aan het voorjaar van 2001. Hij en zijn partner Douwe Anne hadden helemaal niet gepland om de eerste in de provincie te zijn. ‘We dachten dat de wet op 1 januari van kracht zou worden,’ vertelt De Groot. ‘We hoefden niet zo nodig de eerste te zijn, dus we dachten: we plannen het in het voorjaar, op 21 april.’ Vervolgens bleek dat de wet pas op 1 april inging. Ze gingen op 2 april in ondertrouw en zo rolden zij alsnog de geschiedenis in als het eerste Groningse homostel dat trouwde.

De publiciteit die daarbij hoorde, hadden zij liever gemist. ‘Die poespas wilden we niet,’ zegt De Groot eerlijk. Toch verliep de aandacht anders dan gevreesd. De berichtgeving in de krant was vriendelijk en zorgvuldig. Bovendien bleek de respons van mensen om hen heen overweldigend positief. ‘We waren al zestien jaar samen, maar het was voor het eerst dat we zo als koppel in het middelpunt stonden en zoveel hartelijkheid en liefde om ons heen voelden. Dat heeft ons meer gedaan dan we dachten.’

Een predikant die openlijk homoseksueel was
Ynte de Groot werkte jarenlang als predikant in de noordelijke stadswijken van Groningen. Zijn openlijke homoseksualiteit leverde hem daarin eigenlijk nooit problemen op. Zijn wijkgemeente had in 1999 al een zorgvuldig gesprek gevoerd over de vraag of twee mannen of twee vrouwen in de kerk gezegend konden worden. ‘Iedereen respecteerde elkaar, we waren het niet allemaal met elkaar eens,’ herinnert hij zich. ‘Maar uiteindelijk was de conclusie dat twee mannen of twee vrouwen de mogelijkheid moesten hebben om de zegen te ontvangen.’ Daarop besloten ook Ynte en Douwe Anne de kerkelijke zegen te ontvangen. ‘We voelden ons zo fijn in die geloofsgemeenschap,’ legt hij uit.

36.000 huwelijken in vijfentwintig jaar
Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien hoeveel er veranderd is. Sinds de invoering van het homohuwelijk sloten in Nederland ruim 36.000 paren van hetzelfde geslacht het huwelijk. Bovendien scoort Groningen opvallend hoog: de gemeente had in 2025 na Amsterdam en Nijmegen het hoogste aandeel gehuwde paren van gelijk geslacht, namelijk 28,7 per duizend getrouwde inwoners. Dat maakt Groningen een van de meest ‘homohuwelijk-vriendelijke’ gemeenten van het land.

Daarnaast laat het CBS een opvallend verschil zien tussen huwelijken van vrouwen en die van mannen. Van de vrouwen die in 2015 met een andere vrouw trouwden, was op 1 januari 2025 liefst 24 procent gescheiden. Bij mannenparen en man-vrouwparen lag dat percentage op 13 procent. Waarom dat verschil bestaat, maakt het CBS niet duidelijk. Wel illustreert het dat het homohuwelijk net zo divers en menselijk is als welk ander huwelijk ook.

Zorgen over acceptatie onder jongeren
Niet iedereen blikt puur positief terug op dit jubileum. Opiniemaker Victor Vlam haalde bij het televisieprogramma Nieuws van de Dag cijfers aan uit een rapport van de Universiteit van Amsterdam, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW. Daaruit zou blijken dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren onder druk staat. Vlam stelt dat de acceptatie de afgelopen jaren juist is afgenomen, al zijn er tussen de bronnen tegenstrijdige berichten over de vraag of dit nationaal breed geldt. ‘Er was altijd de verwachting: nu hebben we het homohuwelijk, dus nu gaat de homo-acceptatie alleen maar de goede kant op,’ zei hij. ‘Maar als je naar de feiten kijkt, zie je dat het anders loopt.’

Uit hetzelfde onderzoek zou blijken dat 86 procent van de islamitische jongeren tussen 13 en 18 jaar moeite heeft met homo-acceptatie. Bovendien gaf 41 procent van de ondervraagde jongeren aan niet te vinden dat iedereen gelijkwaardig is. Nog eens 35 procent vond niet dat je zelf mag bepalen op wie je verliefd wordt. Oud-politica Renske Leijten reageerde geschokt. ‘Als mensen niet geloven in de vrijheid van liefde, in welke vrijheid geloven ze dan nog wel?’ zei zij. Zij benadrukte bovendien dat dit niet enkel een probleem van grote steden is: niet één derde van alle jongeren woont in een stad.

Wereldwijd waait een gure wind
Ynte de Groot herkent de zorgen, al ervaart hij persoonlijk weinig verandering in zijn eigen omgeving in Groningen. Toch volgt hij de internationale ontwikkelingen met zorg. ‘In de VS waait nu een gure wind tegenover mensen die niet volgens het geijkte man-vrouwplaatje leven,’ zegt hij. Ook wijst hij op Rusland, Hongarije en diverse Afrikaanse landen, waar de situatie voor lhbtiq+-personen verslechterd is of serieuze straffen gelden. ‘Wereldwijd is het niet echt vrolijk op het ogenblik,’ concludeert hij nuchter.

Zeven jaar geleden overleed zijn man Douwe Anne. Het verdriet daarover is tastbaar. ‘Als hij nu nog geleefd had, hadden we nu een groot feest gehad,’ zegt De Groot. Inmiddels heeft hij een nieuwe relatie en een geregistreerd partnerschap. Trouwen staat voorlopig niet op de agenda, maar hij sluit het ook niet uit. ‘Wie weet hoe het gaat lopen en wat er nog gaat komen. Ik heb geen idee.’

Een wet die de wereld veranderde
Het homohuwelijk was vijfentwintig jaar geleden een breuk met alles wat daarvoor gold. Nederland liep daarmee wereldwijd voorop. Sindsdien volgden tientallen landen, maar de strijd voor gelijke rechten is in veel delen van de wereld nog altijd actueel. De jubileumdag herinnert er aan dat wetgeving een begin is, geen eindpunt. Voor Ynte de Groot begon alles met een simpele kalkulatiefout over de ingangsdatum van een wet, maar groeide uit tot een moment dat zijn leven blijvend kleurde. Het eerste Groningse homohuwelijk was onbedoeld. De betekenis ervan, achteraf, des te groter.
Bronnen en credits
Bronnen: RTV Noord, Socialnieuws.nl










