De ouders van de veertienjarige Tamar uit Marken kregen in 2021 een bittere pil te slikken: de man die hun dochter had doodgereden, ontving slechts een boete van 1500 euro. Zij weigerden dat te accepteren en stapten naar het hof om alsnog vervolging af te dwingen. Dinsdag, bijna zes jaar na de fatale aanrijding, bood het Openbaar Ministerie in de rechtbank op Schiphol excuses aan voor hoe de zaak is verlopen. Wat achter deze rechtszaak schuilgaat, is echter minstens zo schrijnend als de zaak zelf.

Een boete van 1500 euro voor een dodelijk ongeluk
Op 25 juli 2020 werd de veertienjarige Tamar aangereden op de Waterlandse Zeedijk in Zuiderwoude. Het meisje uit Marken overleed aan haar verwondingen. De omstandigheden riepen direct vragen op. Toch besloot het Openbaar Ministerie in 2021 de betrokken bestuurder, de nu 33-jarige Jamal T. uit Duitsland, af te doen met een boete van slechts 1500 euro. Een beslissing die de familie van Tamar niet kon accepteren.

De ouders spanden vervolgens met succes een procedure aan bij het hof om vervolging te bewerkstelligen. Het hof gaf hen gelijk en droeg het Openbaar Ministerie op alsnog tot vervolging over te gaan. Daarop heropende het OM het onderzoek met een nieuw team en een andere officier van justitie. Die herstart kostte opnieuw veel tijd. Pas dinsdag, in de rechtbank op Schiphol, volgde de inhoudelijke behandeling van de strafzaak.

Officier van justitie erkent fout bij aanvang zitting
Bij de opening van de drukbezochte zitting nam de officier van justitie geen blad voor de mond. “Het tijdverloop is niet goed te praten en heeft te lang geduurd”, zei zij. De excuses waren gericht aan zowel Jamal T. als aan de nabestaanden van Tamar. Bovendien erkende de officier dat de eerdere beslissing om de zaak met een boete af te doen, onjuist was. “We hadden dat anders moeten doen. Het was achteraf geen goede beslissing”, klonk het in de rechtszaal.

Daarna legde de officier uit waarom de zaak alsnog aan de rechter voorgelegd had moeten worden. “Als er zoveel onduidelijk is, is de enige beslissing de zaak aan de strafrechter voor te leggen, om nauwgezet vast te stellen welk scenario het meest aannemelijk is.” Daarmee erkende het OM indirect dat het in 2021 te snel een conclusie had getrokken. De vertraging daarna heeft volgens het OM mede te maken gehad met het aanstellen van deskundigen en het feit dat Jamal T. langere tijd niet naar Nederland wilde komen.

Verdachte keek naar navigatie, reed door na aanrijding
Jamal T. staat terecht voor twee feiten. Ten eerste wordt hij verdacht van het veroorzaken van het dodelijke verkeersongeval. Volgens het Openbaar Ministerie lette hij onvoldoende op, omdat hij keek naar de navigatie op een telefoon die door de bijrijder werd vastgehouden. Ten tweede staat hij terecht voor het doorrijden na een ongeval. Na de aanrijding reed hij door zonder te stoppen of hulp in te schakelen.

Bij de politie verklaarde T. eerder dat hij dacht dat hij over een dier was gereden. In de rechtszaal sprak hij over een drempel. Bovendien zei hij dat hij Tamar helemaal niet heeft gezien. Op de vraag van de rechter of hij het meisje na de aanrijding heeft verplaatst, antwoordde hij ontkennend.

Forensisch onderzoek roept indringende vragen op
Forensisch onderzoek bracht een opvallend gegeven aan het licht. Tamar bleek op een andere plek te zijn gevonden dan de plek van het ongeval. Onderzoekers stelden daarna de vraag of zij mogelijk is verplaatst na de aanrijding. Tijdens de zitting werd dit punt nader toegelicht. Het meisje werd aangetroffen in de berm, met de armen in een onlogische positie omhoog, hetgeen verder vragen opriep over de toedracht.

Onderzoekers stellen daarnaast dat Tamar op de weg lag op het moment van de aanrijding. Zij zou niet lopend of staand zijn geraakt. Als reden daarvoor noemen zij het ontbreken van beenletsel en het feit dat de motorkap van de auto onbeschadigd was. DNA-onderzoek leverde evenwel geen DNA op van Jamal T. of andere inzittenden op het lichaam van Tamar. Of zij daadwerkelijk is verplaatst, is op basis van de beschikbare informatie nog niet vastgesteld.

Strijd van nabestaanden toont gaten in systeem
De zaak rond Tamar legt een pijnlijk patroon bloot. Nabestaanden van slachtoffers van verkeersdoden moeten soms zelf de strijd aangaan met justitie om een serieuze strafrechtelijke behandeling af te dwingen. Zonder de vastberadenheid van de ouders van Tamar was Jamal T. vrijuit gegaan met een bescheiden boete. Dat het Openbaar Ministerie nu publiekelijk erkent dat dit fout was, is een erkenning die de familie lang heeft moeten wachten.

Bovendien roept het tijdsverloop van bijna zes jaar grote vraagtekens op. Slachtoffers en hun families worden geacht vertrouwen te stellen in het rechtssysteem. Wanneer dat systeem echter jarenlang stil lijkt te staan, neemt dat vertrouwen onvermijdelijk een knauw. De excuses van het Openbaar Ministerie zijn in die zin een zeldzame erkenning van institutioneel falen.

Strafzaak nu volop in behandeling op Schiphol
De strafzaak tegen Jamal T. is dinsdag officieel van start gegaan in de rechtbank op Schiphol. Tijdens de zitting worden de onderzoeksresultaten verder uiteengezet en krijgen alle betrokken partijen de gelegenheid hun standpunt naar voren te brengen. De familie van Tamar is aanwezig, net als de verdachte zelf. Het is nu aan de rechter om te bepalen welk scenario het meest aannemelijk is en wat de strafrechtelijke gevolgen zijn. Voor de ouders van Tamar, die al vijf jaar strijden voor gerechtigheid, is de inhoudelijke behandeling een mijlpaal, hoe zwaar en pijnlijk die behandeling ook is.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, NU.nl, Nieuws.nl










