De cijfers liegen er niet om: de politie nam vorig jaar meer dan 2300 verboden wapens in beslag bij minderjarigen, een nieuw record. Daarmee stijgt het aantal inbeslaggenomen wapens fors ten opzichte van 2022, toen het ging om ruim 1800 wapens. Achter die getallen gaat een patroon schuil dat de politie al langer zorgen baart: jongeren raken steeds meer gewend aan het idee dat een wapen bij het dagelijks leven hoort.
Van 1800 naar 2300: een gestage opmars
De nieuwe politiecijfers werden dinsdag 12 mei 2026 naar buiten gebracht. Eerder die dag publiceerde Mick van Wely Crime Station de gegevens al. De vergelijking die de politie maakt, loopt van 2022 naar 2025. In drie jaar tijd steeg het totaal aantal inbeslaggenomen verboden wapens bij minderjarigen met meer dan vijfhonderd stuks. Dat is een stijging van ruim 25 procent. Bovendien wijst de politie erop dat zij de afgelopen jaren vaker en breder inventariseerde, waardoor meer registraties zijn meegenomen. Het werkelijke aantal inbeslagnames ligt daardoor mogelijk hoger dan eerder gedacht.
De politie benadrukt echter ook een belangrijke kanttekening. Uit de inbeslagnamecijfers valt niet zonder meer af te leiden hoe groot het werkelijke wapenbezit onder jongeren in Nederland precies is. De cijfers laten namelijk alleen zien hoe vaak de politie wapens aantrof bij minderjarigen. Bovendien kan een deel van de stijging samenhangen met de toegenomen politieaandacht voor dit thema. Die nuancering maakt de uitkomst echter niet minder alarmerend, zo stelt de politie zelf.
Steekwapens domineren, maar vuurwapens stijgen harder
In verreweg de meeste gevallen ging het om verboden steekwapens. In 2025 nam de politie 947 steekwapens in beslag bij minderjarigen. In 2022 waren dat er nog 742. Dat is een stijging van bijna dertig procent. Toch valt ook de ontwikkeling bij vuurwapens op. Het aantal inbeslaggenomen vuurwapens of onderdelen daarvan steeg van 289 in 2022 naar 442 in 2025. Dat is een toename van meer dan vijftig procent. De politie ziet in alle categorieën een toename, wat het beeld breed en zorgwekkend maakt.
Daarnaast nam de politie vorig jaar ook opvallend veel illegaal vuurwerk in beslag bij minderjarigen. In 2025 gebeurde dat 5343 keer, tegenover 3341 keer in 2022. Die stijging van ruim zestig procent in drie jaar tijd onderstreept hoe breed de problematiek is. Vuurwerk valt weliswaar in een andere categorie dan steek- of vuurwapens, maar ook de inbeslagname daarvan laat een zorgelijke trend zien.
De rol van sociale media
De politie wijst op meerdere mogelijke oorzaken voor de bewapening onder jongeren. Eén van de meest opvallende is de rol van sociale media. Jongeren bedreigen elkaar online en bewapenen zich vervolgens daartegen uit angst of als vergelding. Bovendien wordt het bezitten van wapens op sociale platforms verheerlijkt en werkt het statusverhogend. Martin Sitalsing, portefeuillehouder Zorg en Veiligheid bij de politie, is direct: “En wie een wapen wil, kan dat zeker online heel eenvoudig vinden.”
Daarmee schetst Sitalsing een omgeving waarin de drempel voor jongeren om aan een wapen te komen lager is dan ooit. Bovendien spelen criminelen volgens de politie ook een rol. Zij zouden minderjarigen benaderen om voor geld misdrijven te plegen. Daardoor raken kwetsbare jongeren betrokken bij criminele netwerken, soms zonder volledig te begrijpen wat de consequenties zijn. Die combinatie van online verheerlijking en criminele rekrutering maakt het probleem complex en lastig aan te pakken.
Politie spreekt van dagelijkse realiteit op straat
Sitalsing is helder over wat agenten dagelijks tegenkomen. “Politiemensen op straat merken in de dagelijkse praktijk dat jongeren het normaal vinden om een wapen bij zich te dragen”, zegt hij. “Maar het is niet normaal. Het dragen van een wapen verhoogt het risico op geweld en op ernstig of zelfs dodelijk letsel.” Die waarschuwing is niet vrijblijvend: de politie wil met de publicatie van deze cijfers bewustwording creëren, bij jongeren zelf maar ook bij ouders, scholen en beleidsmakers.
Bovendien past dit bericht in een bredere, zorgwekkende trend. Een dag eerder, op 11 mei 2026, meldde het Openbaar Ministerie dat het aantal tieners dat wordt verdacht van zware misdrijven, zoals doodslag of het bezit van explosieven, opnieuw is gestegen. Die twee berichten samen versterken het beeld dat de betrokkenheid van minderjarigen bij ernstig geweld en wapens in Nederland een groeiend maatschappelijk probleem is.
Wat de cijfers niet vertellen
Het is verleidelijk om de stijging in inbeslagnames één op één te vertalen naar een stijging van het totale wapenbezit onder jongeren. Dat zou echter te snel gaan. De politie zelf waarschuwt daarvoor. De toegenomen aandacht voor dit thema binnen de organisatie, de bredere inventarisaties en de uitgebreidere registratie zorgen er namelijk voor dat vergelijkingen met eerdere jaren slechts indicatief zijn. Toch verandert die nuancering niets aan het wezenlijke signaal: de politie vindt in 2025 bij meer minderjarigen verboden wapens dan ooit eerder gemeten.
Bovendien is onduidelijk hoeveel unieke jongeren bij de inbeslagnames betrokken waren. Eén minderjarige kan meerdere wapens bij zich hebben gehad, waardoor het aantal incidenten niet gelijkstaat aan het aantal betrokken personen. Die onzekerheid maakt het des te moeilijker om de werkelijke omvang van het probleem te kwantificeren, al erkent de politie dat de omvang hoe dan ook significant is.
Druk op beleid neemt toe
De publicatie van deze recordcijfers vergroot de druk op beleidsmakers om met concrete maatregelen te komen. De politie spreekt van volle aandacht die het thema verdient. Ondertussen wachten jongeren, ouders en hulpverleners op duidelijke antwoorden over hoe de overheid het tij wil keren. De komende periode zal moeten uitwijzen of de politieke urgentie rondom wapenbezit bij minderjarigen leidt tot daadwerkelijk beleid, of dat de cijfers volgend jaar opnieuw een nieuw record laten zien.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Hart van Nederland, NOS, NU.nl, Nieuws.nl, Welingelichte Kringen











